In Het theekopje wordt eerst verwezen naar De koffer: ‘Lang geleden kwam er van ver een vreemd dier aan. Hij had alleen een koffer bij zich, met daarin een oude foto en een theekopje. Hij maakte vrienden en voelde zich steeds meer thuis.’
Het maken van vrienden was helaas niet vanzelfsprekend. In het eerste boek hadden de vos, de vogel en de haas het moeilijk om het dier simpelweg te geloven en te vertrouwen. Eerst maakten ze ongeduldig zijn spullen stuk voordat ze aardig konden zijn en echt vrienden werden.
In het tweede boek van dit tweeluik ‘Het theekopje‘ komt er weer een vreemdeling aan. Ze loopt langs een huisje, waar ze appels op tafel ziet liggen. Ze neemt er eentje mee, want durft niet aan te kloppen, en maakt iets verderop een rustplek om wat te drinken en te eten. De vogel, de vos en de haas ontdekken tijdens hun dagelijkse theemoment met hun nieuwe vriend van toen dat er een appel is verdwenen. Op weg naar huis horen ze een voor hen vreemd liedje en zien een onbekend persoon, een vreemdeling. Voordat ze haar spulletje bijelkaar heeft kunnen pakken om snel weer verder te gaan wordt een appel ontdekt en waarom valt daar precies hetzelfde theekopje als hun vriend uit haar tas? Ze is een dief!
Trots brengen de vrienden het kopje van hun vriend terug. Maar hoe kan het dat er nu twee dezelfde kopjes zijn? En waar is de vreemdeling? Wie is diegene van ver?
Waar de vrienden in het vorige boek tolerant leerden te zijn en begrip te tonen, is het duidelijk dat ze deze vaardigheden nog niet automatisch beheersen. Ze zijn weer wantrouwend en intolerant naar een vreemdeling. Ze hebben zelfs hun vriend, de eerdere vreemdeling, nodig om weer begrip te tonen. Aan de andere kant laten ze onderling veel loyaliteit zien, ze zijn vrienden en ze komen voor hem op. Je moet niet aan zijn spullen komen, want dan komen zij in actie.
In ‘Het theekopje’ is mooi verwerkt hoe een vreemdeling (zoals in De koffer) die bewust of onbewust het verleden nog met zich meetorst een nieuw leven kan opbouwen en nieuwe vrienden kan maken. Het laat zien dat iets uit het verleden – of het nu de kindertijd of een vorig (vader)land is – je mede vormt, je het met je meedraagt en de ervaringen in je zitten. Als dat eerdere van toen zich weer voordoet, brengt het emoties met zich mee en kan tegelijkertijd weer vertrouwd voelen. Wat voor een ander onbekend is, is voor jou bekend en voelt als thuis.
De illustraties zijn passend en kenmerkend. Aan de ruggen van de boeken is zonder tekst al te herkennen welk deel het is. Bij De koffer zie je de kleur van de kofferriemen op de kaft en rug, bij Het theekopje de kleur van het stiksel op de tas van de vreemdeling.
Daarnaast kun je opmerken dat de illustraties een diepere laag te hebben. De kleuren van de dieren kunnen namelijk ook nog een betekenis hebben. De vreemdelingen hebben de koele, rustige kleuren, groen en blauw. De vos en de vogel zijn getekend in warme vurige kleuren, rood en oranje. Zij zijn ook het meest ‘venijnig’, de theekop moet acuut zonder nadenken terug naar hun vriend en in het eerst boek moet de koffer stuk, want ze zullen er hoe dan ook in kijken!
En dan heb je nog de haas, het gele dier. Geel kan zowel een warme als een koude kleur zijn, en het gemoed van de haas zit ook letterlijk tussen de vreemdelingen en de altijd al aanwezige bewoners in. In De koffer geeft hij aan dat ze de koffer van de vreemdeling niet zomaar stuk moeten maken, waar de vogel en de vos dat wel van plan zijn. De haas zegt ook eerst dat ze het tweede vreemde dier moeten laten slapen en daarna vragen kunnen stellen i.p.v. vooroordelen te vormen.
In het tweede boek zoekt hij de oplossing als er een appel mist. De haas zegt als eerste dat er iets niet klopt en probeert hij de rust te bewaren. Ook steunt hij de vos als hij toegeeft dat hij iets fout heeft gedaan en zegt hij als eerste dat ze het samen hebben gedaan.
Het zijn zeer interessante kleurkeuzes, waarbij de rol van ieder dier al duidelijk wordt zonder dat er gesproken wordt.
Om de houdingen kracht bij te zetten, is ook de kleur van de tekst gedrukt in de kleur van het dier die deze woorden uitspreekt.
Dit geeft de jongere lezer of meekijker direct duidelijkheid in wie wat zegt.
Dit prachtige boek is van kaft tot kaft af. Op de schutbladen zijn foto’s op een muur te zien. In het verhaal zie je deze ook echt aan de muur van het huisje in het boek, waarbij de achterste schutblad het complete verhaal in enkele beelden vertelt. De kleuren van de houten planken, de buitenmuur, zie je in de dieren terug. Het dessin op de theekopjes geeft een aanwijzing voor kinderen. De zorg die in het boek en het verhaal gestoken is, is overal duidelijk op te merken.
Twee fantastisch mooie en ook ontroerende boeken waarin inhoud en beeld naadloos op elkaar aansluiten. De boodschap van tolerantie, en vriendelijk nieuwsgierig zijn naar de ander komt in alle facetten goed over, zonder dat het opgelegd wordt of uitgespeld moet worden en ieder het eigen verleden mag hebben. Er is ruimte voor fouten maken en leren zodat hoopvol samen verdergaan mogelijk is, juist dat maakt ‘Het theekopje‘ voor alle leeftijden zo sterk.
Chris Naylor-Ballesteros, Het theekopje, vertaler J.H. Gever, Gottmer, 2026, 40 blz., 9789025782665
Geschreven en bekeken door Feline en Ria
Zowel De koffer als Het theekopje zijn opgenomen in het dossier Vluchten, een thuis voor altijd verlaten
Chris Naylor-Ballesteros – De koffer
Chris Naylor-Ballesteros – Frank en Bert
Chris Naylor-Ballesteros – Frank en Bert trappen een balletje
Chris Naylor-Ballesteros – Frank en Bert op de fiets
Chris Naylor-Ballesteros – Frank en Bert en de verdwenen koekjes
Chris Naylor-Ballesteros – Frank en Bert en de kwakende kikker
