In De glazenwasser van het Rijksmuseum maakt de lezer kennis met Freddie. Freddie is net twaalf geworden en is de conciërge van hét Rijksmuseum! Een leuke verjaardag is het niet, want zijn vader is net overleden en nu moet hij het helemaal alleen zien te rooien. Ondanks zijn jonge leeftijd zorgt niemand echt voor hem, want het is 1933 en de kinderbescherming was nog niet uitgevonden. Een weeshuis wel, maar dat wil Freddie echt niet. Gelukkig kan hij zijn vader vervangen, kan hij in het torenkamertje blijven wonen en zorgt mevrouw Hoek zo nu en dan voor eten. Troost vindt Freddie in het museum. Vooral bij het Negerinnetje, wat hij een prachtig schilderij vindt. Een prachtig schilderij, met een vreselijke naam. De blaaskaken van ‘hiernaast’ hebben twee of drie namen, dan moet dit prachtige meisje toch ook een naam hebben? Hoe zou ze toch heten?
Terwijl hij zich dat afvraagt, ontdekt hij dat er na sluitingstijd mensen door het museum sluipen. De intendant, oftewel personeelschef, met zijn drie herdershonden. Ook nog drie suppoosten en een man met een driedelig paars pak, een puntige kaak, puntige neus en zelfs een puntig krullend sikje aan zijn kin. En ho eens even, zijn puntige vingers raakten zelfs De Nachtwacht aan! Wat had dit te betekenen? Hij probeert het aan de directeur te vertellen en die luistert wel, maar is toch vooral met andere dingen bezig. Juffrouw Peperkorn van de bibliotheek weet Freddie te vertellen dat dat François Kordaat is. Kordaat zit in het bestuur van het museum, dus Freddie weet even niet meer wat hij nu moet doen. En dan hoort hij de bezoekers ook weer lelijke dingen over het meisje op het schilderij met de titel Negerinnetje zeggen. Na sluitingstijd dwaalt hij weer door de gangen… keek het meisje op het schilderij hem nou aan? Freddie gaat op de vloer voor haar zitten om haar naam te raden. En plots… Freddie schrikt zich een ongeluk! Ze geeft opeens antwoord! ‘Ik heet Isabella’, zegt ze. Opeens begint ze over zijn vader en later blijkt ze een pakket te hebben voor Freddie. En nota bene zijn vader heeft dat bij haar, ín het schilderij, achtergelaten!
Het pakket blijkt het startschot te zijn van de ontwikkeling van een groot verhaal. Freddie heeft een zeldzaam gen waarmee hij in bepaalde schilderijen kan stappen, maar dat niet alleen, zijn voorouders hebben een tijdreismachine ontwikkeld! De vader van Freddie was druk met de machine te vinden en zorgen dat het niet in foute handen komt. Laten die foute handen net de handen van Kordaat zijn, maar of François Kordaat écht de foute man is en er geen andere opperschurk is? En wie is Minerva, of hoe noemen ze haar? Rembrandt?!
Astrid Sy heeft werkelijk een leuk avonturenverhaal geschreven. Freddie maakt van alles mee, waarin de lezer ook allerlei dingen uit de geschiedenis meemaakt. De schilderijen die Freddie instapt gaan over cruciale momenten in de geschiedenis van Amsterdam, de brand van het stadhuis, de overstroming bij de stad of hoe de stad leed onder de pest. Het is heel mooi gedaan hoe de belangrijkste schilderijen in de schutbladen van het boek verwerkt zijn. Ook ik als volwassen lezer had niet direct door over welke schilderijen het ging, dus niet alleen voor kinderen is dit handig! De tekeningen van Marieke Nelissen geven het boek sfeer, zeker de eerste plaat waar Freddie op de grond zit en met Isabella praat, of de mooie kaders die ze heeft gemaakt bij de bladzijden waarbij Freddie zich in een schilderij bevindt. Want ook dat is dus heel duidelijk, de wereld waarin Freddie leeft, 1933, of de werelden waar Freddie via het schilderij naartoe reist, 1883, 1656, 1652 en 1651.
In het begin deed het boek me overigens nog denken aan Opgesloten! van Lizette de Koning. Ik kon me dit boek herinneren uit m’n eigen kindertijd, maar wist alleen nog dat de hoofdpersoon in dat boek ook in een schilderij stapte, het iets met Vermeer te maken had en de hoofdpersoon een opdracht moest doen. Dit boek heb ik dus herlezen in het licht van de De glazenwasser van het Rijksmuseum en hoewel beide kinderen (die in Opgesloten! heet trouwens Joris) een opdracht moeten doen in de schilderijen stopt de vergelijking daar. Heel leuk om te zien hoe er met wellicht hetzelfde basisidee er een volledig ander verhaal ontstaat en er bij Astrid Sy ook historische context geboden wordt omtrent kolonialisme en racisme.
De tekst en het verhaal zijn fijn leesbaar. Het is echt een leuk avonturen/detectiveverhaal dat goed te volgen is voor kinderen. De dikte kan wellicht wat kinderen tegenhouden het boek op te pakken, maar het verhaal, lees- en begripsniveau zijn juist een mooie combinatie waardoor het boek een aanrader is voor de betere lezer die gewoon een fijn verhaal wil lezen. Het is heel leuk dat Astrid Sy voor deze doelgroep schrijft. Daarbij biedt ze zoals benoemd ook nog eens een zeer belangrijke historische context. Het nawoord is hierin ook enorm van belang en kan echt niet overgeslagen worden. Ze schrijft: “Misschien ben je geschrokken van de woorden die sommige karakters uit het boek in hun mond nemen. Zoals ‘negerinnetje’. Maar ook al is het kwetsend en ongemakkelijk, zo dachten en sprake veel mensen vroeger. Veel uit de geschiedenis is ongemakkelijk en kwetsend en gruwelijk, weet je. Door hierover te zwijgen of andere woorden voor in de plaats te gebruiken, verbloemen we geschiedenis. En dan ligt het op de loer dat we vergeten hoe erg het soms was.” Dit zijn ontzettend belangrijke woorden om ook tot je te nemen als lezer en het boek niet alleen maar te herinneren om het goede en leuke verhaal.
De glazenwasser van het Rijksmuseum is een boek waar kinderen veel uit kunnen leren en is ook gewoon een goed en fijn verhaal op niveau voor kinderen. Een boek dat voor een brede doelgroep inzetbaar is, zeker als voorleesboek of alleen al als inleiding op een geschiedenisles of kunstproject. Dit boek had ik zelf als kind heel graag willen lezen. Echt een goede nominatie voor de Thea Beckmanprijs 2026. Helaas staat deze niet op de shortlist, dat had ik Astrid Sy, Freddie én Isabella heel erg gegund.
Het artikel over de long- en shortlist van de Archeon Thea Beckmanprijs 2026 vind je hier.
Astrid Sy, De glazenwasser van het Rijksmuseum, Luitingh-Sijthoff, 2025, 288 blz., 9789021043845
