In een eerdere bespreking, Een toren van tijgers, schreef ik: ‘De figuratieve illustraties van Gareth Lucas zijn een feest om te bekijken.’ en dat zijn de illustraties in dit peuterkartonboek ook. Het begint al met de expressieve omslagillustratie waarop twee spaghetti-etende beren. Twee beren die samen eten en daarna bij ieder getal: tellen, dieren, kleuren, een activiteit die herkenbaar kan zijn of het kind iets te kijken geeft en daarmee iets kan leren op vaak een verrassende manier.
Dat de aanpak van Gareth net iets anders dan gebruikelijk is is direct te zien op de eerste dubbele bladen. Het tellen begint bij het getal ‘0’ en niet bij ‘1’ zoals meer wordt gedaan in boeken voor de peuterleeftijd. Een abstract getal invoeren is gedurfd want leg eens uit aan een jonger kind wat ‘niets’ is. Een kind kan zich wel iets bij een dier voorstellen en een wand met een gaatje in de plint is mogelijk te realiseren, maar 0 van iets is lastig – of zat er juist een muisje ín het holletje? – en daarmee is het belang van voorlezen en niet zomaar een boek in handen geven vastgesteld.
Na ‘0 muizen in huis’ gaat er ‘1 olifant op reis’. Het op reis gaan wordt verbeeld door een hutkoffer op de olifantenkop. Hiermee kunnen volop vragen worden gesteld door kind én volwassene: wat is het abstracte op reis gaan, waar kun je een olifant zien en welke kenmerkende lichaamsdelen heeft het, wat is een koffer en waarvoor gebruik je die en dan zelfs ook: wat is een hutkoffer? (Naast dat dit woord als uitdrukking voor overtreffend, erg groot kan worden gebruikt.)
Gelukkig is dan de volgende een herkenning: de twee beren van de voorkant. Maar: hoe eten die beren spaghetti? Met een vork, een lepel? Ieder een eigen kom? Nee, samen zuigend op de sliertjes pasta dus wat is samen en hoe zuig je?
Het synchroon tellen gaat gewoonlijk door tot 10 in peuterboeken. Gareth voegt een spannend extraatje toe: 100! Het tellen tot honderd is normaliter nog niet aan de orde, wel kan het als oneindig niet te tellen veel samen worden uitgeroepen als het blad met de 10 oranje eekhoorns onder de zwarte paraplu schuilend voor de regen zijn geweest -> eekhoorn, 10, onder, schuilen, regen, oranje, zwart – hoeveel begrip en woord kun je in één plaat stoppen!
Overigens is het tellen tot 100 wel mogelijk, tot twee keer toe zelfs. Eerst zijn al die verschillende berensnuiten ‘hele goede vrienden’ en daarna gaan ze nog lang niet slapen. Wedden dat een peuter dat ook niet doet met en door dit boek?
In het boek als geheel is het dagritme van een kind verwerkt. Eerst is het nog stil – er is niets – dan ga je ontbijten – oké met spaghetti – vervolgens poets je met 3 konijnen je tanden om daarna een stukje te gaan fietsen met 4 krokodillen. Een bijzondere fiets want een tandem voor 4 personen en allemaal mét fietshelm. Die krokodillenstaart had het kind misschien al gezien en anders wordt het uitdagende ‘de halve’ bij het dichtslaan van het boek wel ontdekt.
Na het fietsen is het tijd voor een potje pinguïnvoetbal met ijzig blauwe achtergrond en zoals peuters vaak gewend zijn komt er daarna een middagdut. Een bijzondere want wie zag er al 6 muizen bij 1 kat liggen pitten? Bij de 7 honden kan er terug worden gegrepen naar de koffer van ‘1’ want die vieren die middag vakantie aan het zwembad met diverse herkenbare attributen. Van zwemmen word je moe, de 8 uilen gaan inderdaad ook een uiltje knappen. In het donker worden er dieren wakker in het bos. Wat rijmt er op bos: een vos!, waarna je aankomt bij de 10 eekhoorns, misschien wel uit datzelfde bos, en is het duidelijk dat het kan regenen als een kind warm in bed ligt om te gaan slapen. Of…. wakker te blijven zoals al die ontelbare 10 x 10 beren!
Een telboek met dieren, kleuren, begrippen en woorden die uitdagen en dat nét anders is dan andere met een doordachte opbouw en per getal een doordacht concept met vele mogelijkheden tot verdieping op peuter- en zelfs kleuterniveau. Wat een fijne, kleurrijke aanrader!
Gareth Lucas, Mijn dieren telboek, Ploegsma, 2026, 28 blz., 9789021687780
