Door kleur en beeld trekt de omslagillustratie spontaan de aandacht en je vraagt je direct af wat Van der Geest en Rogaar voor de lezer in petto hebben. Een toneelleesboek is een nieuwe dimensie in hun levendige samenwerking.
Een samenwerking die onder meer bestaat uit een Tijgerlezen Wolvenweer 7+, een dichtbundel Plassen op schrikdraad 10+ (Zilveren Griffel 2026), fictieboek Spinder 9+ (Gouden Griffel 2011) en voor 8+ Het werkstuk of hoe ik verdween in de jungle (Zilveren Griffel 2020). Ook is er het in 2015 uitgekomen Spijkerzwijgen en Per ongelukt!, het Kinderboekenweekgeschenk in 2015.
Karst-Janneke ontving voor Lucy en Donker een Zilveren Penseel in 2026 (inmiddels Goud!), in 2021 zowel een Vlag en Wimpel van de Griffel- als de Penseeljury en in 2019 een Zilveren Penseel voor Vriendschap is alles, tekst Stine Jensen.
Simon van der Geest ontving eerder in 2011 een Gouden Griffel voor Dissus met illustraties van Jan Jutte, een mooie uitgave.
Na deze beste opsomming terug naar ‘de botjes’ en dat is net zo geweldig is als de hierboven genoemde titels. Kortweg zou je kunnen zeggen: in weinig lijnen naast weinig woorden wordt een compleet verhaal in taal en beeld neergezet met spanning, humor en een twist om samen toneel te lezen. Wie de tekst op de achterzijde van het boek leest*), zie de doorlopende omslagillustratie, merkt op dat deze woorden treffend vertellen waarover ‘Meisjesbotjes Jongensbotjes’ gaat en daarbij wordt precies niet té veel weggeven.
Het voorstelrondje bij ‘De rollen’ maakt al nieuwsgierig naar meer en geeft overzicht naast dat er een karakterschets staat. Niet alleen voor het meisje en de jongen, ook de van ‘de echte wolf’ en de wolvin die hem redde want hij ‘zat vast in ’t prikkeldraad’ en toegeeflijk wil ze nu wel ‘een schaapje met hem delen’. De dames in het geheel nemen initiatief en hanteren voorwaarden. Een stukje kennis der natuur of relationele inzichten kunnen zomaar worden opgemerkt. De maan vertelt observerend en alwetend:
‘In het schijnsel van mijn stralen
zag ik daar twee kinderen.
Twee kinderen heel ver van huis
al uren aan het dwalen…’
en
‘Een kilometer verderop
zag ik twee jonge wolven.
Ze liepen in hetzelfde woud,
twee wolven, nog maar net getrouwd.
De bladspiegel kent een overzichtelijke opmaak. Er is verschillend kleurgebruik voor de rollen en de tekst op rijm is gescheiden van de tekening, veelal onder-boven, wat voor rust zorgt in het geheel. De aanduiding van de scènes in dit toneelleesboek staat bovenaan in de tekening en als de letters kleiner zijn afgedrukt ga je vanzelf zachter voorlezen. Dit alles maakt het voor veel lezers behapbaar, ook jongere zou je kunnen denken. De verhaalinhoud en de tekenwijze zijn echter zo ingenieus en strak compact neergezet dat ‘Meisjesbotjes Jongensbotjes’ mede door een mate van spanning, griezeligheid en macabere humor de adviesleeftijd van minimaal 10 jaar voor veel kinderen passend zal zijn.
Het genoemde behapbaar betekent niet dat er overal eenvoudige woorden zijn gebruikt, er worden nieuwe lettercombinaties geleerd en daarnaast zijn er diverse uitdrukkingen of synoniemen verwerkt of is er een mate van algemene kennis nodig om de tekst te vatten. Wanneer de zinnen korter worden is de spanning ijskoud om te snijden en lopen haast onmerkbaar de twee lijntjes door elkaar heen. Het snauwen en blauwen gaat naar handje in handje met botjes als kinder-surprise en een oneetbare diepvriesmaaltijd. De maan krijgt zelfs ook grote schrik-ogen die de jongen al had – ‘Net als die wolf.’ – wanneer een bloedkompas wordt voorbereid.
Door goed te kijken zie je in de relatief weinig lijnen en enkele kleuren in de tekeningen een schat aan emotie en karakter in houding en mimiek. De uitdrukking in de wolvensnuiten kunnen daarmee veelzeggend zijn, een uitroep vult het blad en er is bewijs dat de maan ook door twee ogen en een streepje kan worden weergegeven in het donkere grote bos. Het ‘een wolf moet doen wat een wolf moet doen’ is plastisch te zien. De oplettende kijker ziet eerder iets waaien in het windstille bos dan de latere lezer en ziet ook hilarische boomstammen waarbij kennis van die opa-sjamaan toch wel handig is.
Meisjesbotjes, jongensbotjes is door een gelaagde taal- en beeldcombinatie een rijk toneelleesboek dat je ook als ‘gewoon’ leesboek achter elkaar met een rilling en een gniffel uitleest. Wat een lol zullen schrijver en illustrator hebben gehad bij het maken van dit doordachte fantastische boek. Ontdek zelf het verhaal, tijdloos goed. Wat een feest!
Simon van der Geest, Meisjesbotjes jongensbotjes, illustrator Karst-Janneke Rogaar, Querido, 2026, 64 blz., 9789045132693
Doorleestip: Als iemand ooit mijn botjes vindt, Jaap Robben & Benjamin Leroy (gedichten, De Geus)
*)
Een meisje en een jongen raken verdwaald in een donker bos. Zij vindt het heerlijk spannend en romantisch zo met zijn tweetjes. Hij wil vooral snel weg als ze in de verte wolven horen huilen. Straks is er weinig meer van ze over dan een hoopje meisjesbotjes en jongensbotjes.
Even verderop in het bos staan een wolf en een wolvin te kibbelen. Hij wil haar verrassen met haar lievelingsmaaltje: twee malse kinderen. De wolvin kan wel janken van geluk. Alleen moet de wolf dan niet zo treuzelen, of het wordt een uitje zonder eten.
