Als aanvulling op het stuk ‘Voorleesweek 2026, selectie van de tips‘ en ‘De Leesjury 2026-2027 – een overzicht’ in dit item een aantal leesbelevingen die kort of iets langer zijn besproken op andere (sociale) media of na het zien van de tiplijsten geleend zijn uit de bibliotheek. Door de voor lezers altijd te beperkte leestijd veelal geen apart stuk maar een korte beleving of bespreking.
De ‘Voorleesweek 2026’ in België vindt van 21 tot 29 november a.s. plaats. Er zijn vele boekentips gegeven in de zes leeftijdscategorieën van 0 tot ouder, zie hiervoor zeker ook voorleesweek.be en iedereenleest.be.
Een geweldig motto: Voorlezen doet lezen!
Een geweldige activiteit: de Leesjury.
– . – . – . – . –
Onderstaande titels zijn in willekeurige volgorde van de gegeven tiplijsten en selecties geplaatst.
Het item zal worden aangevuld zolang er nog niet gelezen titels uit de bibliotheek kunnen worden geleend en wordt de afbeelding bovenaan dit overzicht vanzelf aangepast.

Guido van Genechten, Kijk, mama!
Herkenbaar voor velen: hoe vaak zou een kind zeggen: Kijk, mama! als het iets ziet, heeft gedaan of ontdekt.
De titel zou natuurlijk ook ‘Kijk, papa!’ kunnen zijn, net bij wie het kind is. Het willen delen van een ervaring doet ieder kind, dat begint al met het wijzen naar een gebeurtenis voordat het alle woorden zal kunnen uitspreken.
Herkenbaar is ook hoe Genechten diverse thema’s in een onderwerp weet te verwerken. Niet alleen dieren zijn te benoemen met hun activiteit waardoor ze ‘Kijk, mama!’roepen, ook seizoenen, weertypen, landschap of omgeving, attributen en bij dat alles de meest bijpassende kleding. Het beertje op de omslag keert in vormgeving terug in de andere dieren: een groter hoofd t.o.v. het lijfje net als vaak nog bij de dreumes of peuter zelf. Door uitgekiende verhoudingen en kleurkeuzes stralen de illustraties rust uit terwijl er toch door details veel te zien is, te ontdekken en leren valt.
Neem alleen al de dubbele pagina met Geitje die een zandkasteel heeft gebouwd. Natuurlijk is daar het strand met zand, maar ook op de achtergrond duinen, helmgras en een vlieger, terwijl vooraan op de met emmertjes gemaakte kasteeltjes diverse vormen schelpen en zeewier zijn te zien. Geitje heeft een zwembroek met stippen aan en een rood emmertje vast, verderop is een rood schepje te zien.
Kijk zelf voor alle dieren en landschappen dichterbij, verder weg of in huis. Naast bouwen, wordt er ook gehangen, gezwommen, gesleed, in een potje gepoept, in een regenplas gespat, iets met appels gedaan (herfst!), gefietst op een loopfiets, koprolletjes gemaakt en natuurlijk de lieve verrassing aan het eind. Vaardigheden m.b.t. grove of fijne motoriek die het verdienen om te roepen: Kijk, mama!

Edward van de Vendel & Seppe Van den Berghe, Koningspinguïn Quinn
Een tweede in de serie kartonboeken ‘Natural Hero’ na Olifantje Obi (ill. Hilde Peeters), beide in 2025 uitgekomen. Inmiddels is er ook: ‘Zeepaardje Zeno’ (ill. Dieter Schubert) en ‘Zwarte zwaan Sebastiaan’ (ill. Sofie Nachtegael)
De achterkant vertelt: ‘Quinn is op zoek naar Pip, tussen duizenden andere pinguïns. En dan hoort ze Pips eigen geluid. Als ze Pip vindt is ze dubbel blij, want Pip heeft een ei tussen haar poten!’
De prachtige tot ontroerende illustraties vallen op. Van één eenzaam zwemmende en lopende pinguïn in een leeg landschap van resp. water, ijs, besneeuwd bosgebied ga je naar platen vol pinguïns. Ze lijken allemaal hetzelfde, er is geen verschil te ontdekken. En dan lees je dat je om als pinguïns onder elkaar dat juist kunt hóren. Iedere pinguïnpaar heeft het eigen geluid. Mooi gedaan, in kleur en wijze, hoe van een kolonie pinguïns wordt ingezoomd op een paar tot een enkele die Quinn zoekt. En dan is er ook nog een ei. Hoe bijzonder is de boodschap in het ei achterin. Ook hieruit blijkt weer dat ieder kan voor een of de ander zorgen, als het maar met aandacht en liefde is. De vanzelfsprekende diversiteit in de natuur.

Ronnie van Veen, Willem Zoetelief, Koning van Aloeka
Irene las en schreef op 15-09-’25:
Veel kinderen gaan in de zomer op vakantie naar een andere plek. Pester Wessel gaat bijvoorbeeld naar Texel en meeloopvriend Barry gaat ongetwijfeld ook weg. Willem gaat niet op vakantie, door geldzorgen is dat niet haalbaar thuis. Zijn vader is werkloos, zijn moeder werkt veel en geld gaat voornamelijk naar andere belangrijkere dingen.
Het bier van zijn vader bijvoorbeeld, gouden hoge blikken ‘premiumbier’, het beste van het allerbeste. Gelukkig heeft Willem een premiumland om zich terug te trekken in de vakantie: Aloeka. Er wordt geen bier gedronken, artikel 1 van de grondwet is ‘doe aardig’, er wonen fijne mensen en dieren op het eiland. De sum bijvoorbeeld of de capibara praatus. Een eiland zonder zorgen, gisteren, vandaag en morgen! (Uit: Het Aloekaanse volkslied)
Ik vind het knap hoe Van Veen realiteit en fantasie met elkaar heeft weten te verbinden. De realiteit voor Willem en zijn zussen is eigenlijk triest, maar hoe fijn dat fantasie toch een fijn en helpend kan zijn. Het lost de problemen thuis niet op, daar ligt een taak voor zijn ouders, maar fantasie kan helpen situaties draaglijker te maken en je even te kunnen onttrekken van de werkelijkheid.
De fantasiewereld kan voor de volwassenlezer wat voor de hand liggend zijn en daar zit nu juist het verschil tussen de volwassenlezer en de daadwerkelijke doelgroep: kinderen. Dan is dat juist goed te volgen, uiteindelijk wil een kind ook dat iets goed afloopt. Fijn dat je je fantasie dan zelf kan sturen.
Gelukkig leest het niet als een triest verhaal en dat komt door het vertelplezier van de auteur op kindniveau met lekker droge humor. Tsja, Willem ziet de dingen nu eenmaal best logisch of scherp.
Ondertussen bevat het verhaal nog wel meer onderwerpen die in een paar zinnen worden belicht, precies goed voor dit boek en leefwereld van Willem.
Chapeau voor dit debuut, ik vond het veel leuker en beter dan ik van tevoren had gedacht. (Beamen vast een paar mensen om me heen die ik hier en daar wat heb voorgelezen.) Ik kijk uit naar een volgend boek!

Marlies Slegers, Schildpadmeisje
Irene las en schreef 06-01-’26:
Na We moeten je iets vertellen was ik een beetje huiverig om te starten in een nieuw boek van deze auteur. Uiteraard is het niet verplicht, maar ik ben wel benieuwd hoe auteurs soms bepaalde onderwerpen aankaarten/verwerken/beschrijven. Lang verhaal kort: ik was nieuwsgierig genoeg en ben begonnen.
Eerlijk gezegd ben ik blij te zeggen dat ik Schildpadmeisje prettiger vond lezen dan eerdergenoemde titel. Het bevatte een stuk minder onderwerpen en metaforen waardoor het (voor mij) beter las en dit verhaal meer lading kreeg op een betere manier.
Het wordt op het omslag dit keer niet benoemd, maar de mooie illustraties komen van Jeska Verstegen, passend.
Het begint al met de karakterschets van Elvis, al wordt ze liever Vis genoemd. Ze houdt o.a. van geschiedenis en dieren, zoekt hier veel over op en onthoudt het allemaal. Ook houdt ze van verzamelen van ‘troep’ zoals haar moeder zou zeggen. Ik vind haar goed en leuk neergezet met begrijpelijke gevoelens en emoties in haar situatie. Slegers schetst daarbij, door het hele boek, een omgeving met ook fijne helpende mensen om Vis heen.
Schildpadmeisje bevat goede onderwerpen: een (alcohol) verslaafde ouder, proberen dat als ouder én kind verborgen te houden, de gevolgen ervan voor zowel kind, ouder, gezin. Vis heeft gescheiden ouders, vanwege de verslaving trok een van haar ouders het niet meer. Dat levert onder andere vragen op bij haar waarom haar vader is vertrokken, waarom hij geen contact meer zoekt en vooral niet te bereiken is. Dat probeert Vis inmiddels al meer dan 90 keer zonder resultaat. Het deel van wel/geen contact zoeken vond ik herkenbaar als het gaat om scheiding. De verdere frustratie van Vis rondom de scheiding is begrijpelijk. Sowieso is haar situatie schrijnend, ook als ze soms voor haar moeder en zusje moet zorgen en de meest onprettige opmerkingen naar haar hoofd geslingerd krijgt. Emotionele mishandeling is niet niks.
Een andere goede lijn vind ik de (zieke) buurman Joop. Hij blijkt meer door te hebben dan Vis denkt en misschien vooral hoopte. Mooi dat hij iets voor haar deed, ook al weet zij dat (eerst) niet. Uiteindelijk blijkt dat zij ook voor hem van betekenis is, want hij ziet weinig mensen en lijkt niet meer lang te leven. De rol van de schildpad is mooi: iets om voor te zorgen, aandacht geven en krijgen, letterlijk vertragen, gezelschap bij eenzaamheid.
Het liefdeslijntje had voor mij geen toegevoegde waarde, in Vis’ haar situatie lijkt een vriendschap ook al van onschatbare waarde, maar dat heb ik vaker dus kan best aan mij liggen. Aan de andere kant kan het ook gezien worden als iets positiefs in haar penibele situatie (al mag dat van mij dus ook in een andere vorm van gezien voelen zijn).
Richting het einde van het verhaal voelt het alsof het verhaal nog twee scheppen extra ellende nodig heeft met ook meer snelheid, ook al weet ik dat situaties soms echt zoveel en zo ellendig zijn met ‘verkeerde’ aflopen. Ik weet niet waarom het me zo opviel, misschien iets in het kader van ‘less is more’. Het verhaal komt vrij realistisch over, het stukje van een 13- en 15-jarige alleen in de binnenstad van Parijs vond ik dan minder realistisch (een paar volwassenen zaten verderop op een camping). Het voelde, voor mij als volwassene dan, ook alsof vooral een kind klaar moet zijn om hulp te vragen terwijl… het daar natuurlijk niet vanaf moet hangen. Ongetwijfeld zal Slegers dat niet bedoelen en is dat de taak van volwassenen. En weet ik daarbij ook goed dat het in dit soort situaties als volwassene en/of als buitenstaander ingewikkeld is om te handelen (los van wát/hoe). Misschien gun ik Vis en alle kinderen (in én buiten boeken) het te veel dat een volwassene soms ingrijpt: iets doet. Ja, dat is ingewikkeld. Ja, dat is het voor het kind ook.
Het echte einde van het verhaal tussen Vis en haar moeder vond ik hoopvol, daar worden veel jeugdige lezers hopelijk ook blij en hoopvol van. Er is hoop voor beter, want hoop doet leven.
Ik lees dit boek (en dit soort boeken) ongetwijfeld teveel met mijn volwassen bril, want ik kan me herinneren dat ik boeken zoals Blauwe plekken van Anke de Vries en Raadsels van Mieke van Hooft vroeger ook graag las. Zonder gedachten zoals bovenstaand. (En anders heb ik er geen actieve herinnering aan.)

Sasa Stanisic, Wolf
Irene las en schreef 25-01-’26:
Niemand die het ziet gebeuren zegt er iets van. Ook ik zwijg. Ik zwijg woedend, maar dat heeft nog nooit geholpen.
Ja.. waar zal ik beginnen, ik heb best wisselende gedachten gehad tijdens het lezen. Zowel over leesbeleving als over betekenissen en (uit)werking van elementen in het verhaal. Aan de ene kant niet fijn, het kan afleiden. Aan de andere kant zet het verhaal je op verschillende manieren aan het denken wat goed kan zijn.
Uiteraard (althans vind ik) over pesten in groepen. In dit geval lees je vanuit het perspectief dat vaak niet beschreven wordt, maar er het meeste van zijn: de toeschouwer. Goed punt; wanneer grijp je in, waarom niet, wat doe je ermee, waar begin je en waar ben je bang voor?
Rond blz. 80 heb ik getwijfeld om te stoppen, o.a. vanwege het onderwerp en gewonnen prijzen wil ik toch weten hoe het verder gaat. Ik kan niet goed beschrijven wat me tegenstond, ik denk een combinatie van de manier waarop hoofdpersoon Kemi praat/denkt (die niet verkeerd is) en bepaalde (verwarrende?) elementen in het verhaal. Alsof ik niet snapte wat er gebeurde, een moe hoofd helpt dan misschien ook niet.
Op blz. 109 vond ik een paar regels die hielpen, alsof het de worsteling kenbaar maakt van Kemi, maar ook die van mij als lezer.
Dat ik oprecht blij ben dat Jurg bestaat. Dus iemand die alle gedoe en hate opvangt. Zonder Jurg was ík waarschijnlijk het slachtoffer geweest. Veel mensen vinden me vreemd en moeilijk (Benisha ook?). Ik praat werkelijk waar vreemd en moeilijk en vaak net anders dan mijn leeftijdsgenoten) ik bedoel maar, ‘werkelijk waar’?) Ik vind ook bijna niets leuk wat leeftijdsgenoten wel leuk vinden, of ik vind het saai of zinloos. En dat deel ik ook ongevraagd mee. Dan ben ik ook nog eens heel goed in school.
Ik zou een perfecte kandidaat zijn om andersig te worden gemaakt en je agressie op uit te leven.
En dan de aanwezigheid van de wolf en de vele muggen in het verhaal. Ze komen en gaan, de mug soms licht ergerlijk; waarom komt ie in deze mate steeds in het verhaal? Het verhaal zou ongetwijfeld anders uitpakken als een ooievaar en bever langskwamen.
De mug wordt vaak geassocieerd met irritatie en verstoringen van rust. Na een beetje googlen lees ik dat de mug soms ook gezien wordt als symbool van verandering, aanpassing en transformatie. Het kan iets zeggen over eigenwaarde.
De wolf staat symbool voor innerlijke kracht, instinct en intuïtie. Het maakt het verhaal van Kemi en Jurg anders, interessant. Waarschijnlijk zit dit niet zomaar in het verhaal, dat waardeer ik.
Goede onderwerpen, sterke en rake observaties, maar toch vraag ik me af hoe kinderen dit boek lezen. Persoonlijk denk ik niet voor ieder kind geschikt, omdat het niet altijd makkelijk te lezen is door bijv. die scherpe observaties. Voor mij valt dit boek misschien ook wel in de categorie ‘jeugdliteratuur voor volwassen’, waarmee ik niet wil zeggen dat het voor geen enkel kind geschikt is.
En het einde? Kemi houdt eigenlijk niet zo van goede aflopen in boeken. Die eeuwige goede afloop. Ga maar na in het leven. Hoe de afloop meestal echt afloopt. Misschien is het daarom wel anders. Gemengde gedachtes, wel blij dat ik het uitgelezen heb.

Gavin Pretor-Pinney, Wolken kijken voor beginners
Irene las en schreef 08-06-’26:
Erg leerzaam, zeer mooi geïllustreerd en interessant boek over wolken. Weinig tekst, kort maar krachtig.
Ik zou willen dat ik alle vormen wolken kon onthouden, maar door de vele soorten en toch ook wel op elkaar lijkende soorten, zit er wel wat stratus (mist) in mijn hoofd.
Om het beter te kunnen onderscheiden én onthouden denk ik dat foto’s zouden kunnen helpen. Misschien iets voor een tweede boek, want het zou de ervaring door de geïllustreerde eenheid in dit boek teniet doen.
(Ondanks het kortere leenmoment wordt er nog steeds veel herkend, verteld en aangehaald uit dit mooie boek)

Alan Gratz, Verbied dit boek!
Irene las en schreef 19-09-’26
‘Het is onze taak als onderwijzend personeel om onze kinderen zo veel mogelijk verschillende boeken te laten zien en zo veel mogelijk verschillende perspectieven. Dat betekent dat we hen boeken laten lezen die veel te makkelijk voor ze zijn, of juist veel te moeilijk. Dat betekent dat we ze boeken laten lezen die hen uitdagen, of die hen alleen maar vermaken. En ja, het betekent ook dat we leerlingen boeken laten lezen waar zaken in staan waar we het niet mee eens zijn. Hierdoor kunnen leerlingen daar hun eigen mening over vormen, en dat is soms heel erg eng.’
Goed geschreven, goed plot, grappig en vooral echt belangrijke boodschap/thema’s. Lees dit boek!
Goede boeken mogen niet weggestopt worden. Ze moeten door zoveel mogelijk mensen worden gelezen.

Een boek van Job, Joris & Marieke, De bij
Iets doen wat eigenlijk niet mag of gewenst is en dat proberen te verbloemen, zeg maar gerust in alle toonaarden ontkennen. Wel met alle gemoedelijkheid die beren uit verhalen kenmerken. Hoe Beer Berend ook zijn best doet, het valt een jonge kijker direct op dat het dier beslist geen bij is. Een kind zal bij ieder ander dier, een vos/uil/eland/das, antwoorden dat Beer de honing heeft opgegeten, dat de pootafdrukken van een beer zijn of dat ze echt geen bij zien als ze als kwartet voor de vermomde Beer staan. Door de herhalende tekst m.b.t. de uiterlijke kenmerken van een bij leert een kind automatisch over het diertje en kan daarbij of daardoor het belang van bijen worden opgepakt.
Misschien kan een plaat van een bijenraat worden getoond, iemand weet mogelijk wie er imker is en door het verhaal wordt al duidelijk dat bijen honing máken i.p.v. opeten. Dat wat zoals het verhaal suggereert de beer-die-geen-bij-is wel doet en daarmee gaat het ook over eerlijk zijn, met opzet misleiden, vertrouwen, naast samen onderzoeken en ontdekken.
Voor kinderen is het goed te zien dat Berend hulpmiddelen, verkleedmaterialen, heeft gebruikt: de touwtjes waarmee de vleugels, de angel en het masker zijn bevestigd zijn duidelijk te zien. En wie zag er al eens een beer met sprieten tussen de ronde oren uitsteken? Een prentenboek dat door eenvoud in illustratie veel laat zien en compacte tekst met ook herhaling die veel verteld en binnen het onderwerp verschillende thema’s aansnijdt.

Matilde Tacchini, Druk niet op die rode knop!, vert. Kim Crabeels
Een omslagillustratie die al nieuwsgierig maakt. Zes dieren groot en klein die met nieuwsgierige, blik en mogelijk enige terughoudendheid gezamenlijk naar een rode knop staren. Een rode knop die iedereen uit het openbaar straatbeeld kan herkennen. Die knop bij een (lift)deur waar je bijna niet langs kan lopen zonder erop te drukken.
In de leefomgeving van de dieren was die knop er zomaar opeens. Of zagen ze dat rood niet eerder? De ene na de andere komt naar wat wordt een verzamelplaats om mee te delen waarom er niet of wel op gedrukt zou kunnen worden. De doemdenker versus haantje de voorste, de twijfelaar versus de bangerik en meer gedrag dat je kunt opmerken. In bijna minimale tekeningen wordt veel getoond. Klimaat is onderwerp in ijskoud en heet in de discussie die van inmiddels helaas iets bij voor te stellen tot ruimtelijke wezens en knallen gaat.
Gelukkig is er ook ruimte voor kleurrijke fantasie naast de realistische knopmogelijkheid maar oei terug in de tijd?
Diverse uitdrukkingen, woordfantasie en korte krachtige zinnen en woorden treffend vertaald door Kim Crabeels laten je niet alleen goed voorlezen, ook geeft dit taaluitbreiding en woordgesprek. Het is geweldig leuk om de karaktertjes te ontdekken met de hierbij kenmerkende uitgesproken woorden of gedachten. Dan komt er ook nog een staaltje recht van de sterkste (grootste) waarbij het democratisch stemmen het onderspit moet delven.
En die rode knop? Wat gebeurt daarmee? Wie is er nieuwsgierig genoeg? Wie durft er op die knop te drukken? Wie wonen er allemaal in een bos? Hoe leef je samen? Zes dieren groot en klein op de omslagillustratie, wie goed kijkt zag altijd al een zevende. Zes bewoners én zes rare snuiters. Wat een zalig prentenboek mét inhoud en een verrassing op het eind, met volle lach.

Ulrich Hub & Jörg Mühle, De avonturen van manke eend en blinde haan, vert. Marion Everink
Irene las en schreef 04-10-’26
Een manke eend en een blinde haan ontmoeten elkaar. Verschillende dieren, verschillende karakters. De een wil de wijde wereld in, bij gebrek aan een blindegeleide hond wordt dat een eend. Een manke eend wel, want eend heeft een klapvoet.
Haan wil op zoek naar de plek waar zijn diepste wens in vervulling kan gaan. Ze gaan op avontuur en bereiken uiteindelijk hun bestemming. Toch?
Dieren die meer op kinderen/volwassenen lijken dan we soms denken. De illustraties van Jörg Mühle lijken klein en eenvoudig, maar zijn qua emoties ontzettend sprekend. Heel treffend.
Er zijn woordgrapjes, tegenstellingen en spreekwoorden over kiplekker voelen, geen biet interesseren hoe iemand eruitziet, op de been helpen, uit de veren komen, op goede voet met iemand zijn, niet als een kip zonder kop lopen. De volwassen lezer zal ze er sneller uitpikken, voor kinderen is het grappig verwerkt. Het is niet alleen maar grappig, het bevat ook waarheden.
Haan en eend laten zien dat je van elkaar kan leren, dat je met kleine stapjes ook je doel kan bereiken, je elkaar kunt helpen bij angsten, je elkaars talenten kunt benutten en dat dat ook allemaal kan als karakters verschillen van elkaar.
Zintuigen zijn belangrijker, zeker als je blind bent/niet goed ziet of bijv. beperkter bent als je mank loopt. Het maakt je zeker niet minderwaardig.
Sommige zinnen of onderwerpen zijn meer filosofisch, maar niet té. Helder en ‘logisch’ opgeschreven, want een geheim bewaren voor iemand lijkt makkelijk, maar is het een groot of klein geheim en voor hoe lang moet je dat bewaren? Als het te groot is en/of te lang bewaard moet worden, kan dat ook moeilijk worden.
En als je vliegt, ben je dan nog wel bewust (genoeg) van afstanden? ‘Neem je tijd, maar schiet een beetje op.’
Dit verhaal deed mij denken aan de verhalen van Don en Sjon van Catharina Valckx. Minder tekst, meer illustratie, maar net zo gevat en aansluitend bij kinderen.

Eva Stalinski, Roodkapje, waar gaan we heen?
Het boek valt op door formaat en illustratie. Roodkapje kent iedereen als sprookje en door het liedje, met het verschil dat de titelvraag in het meervoud is gesteld.
Op het omslag staat ook ‘zoekboek’ en dat is het, maar of het allemaal sprookjes zijn? Er staan ook vertellingen in als ‘Het rode kippetje’, bekend door Max Velthuijs, een volksverhaal of sage: De rattenvanger van Hamelen en bijv. De haas en de schildpad dat een fabel van Aesopus is.
Bekende en minder bekende verhalen/fabels/sprookjes wisselen elkaar af, bijv. De prinses op de erwt wordt voorafgegaan door Jaap en de bonenstaak.
Over zeven sprookjes is zeer beknopt een stukje tekst voor te lezen en Roodkapje leest die als het ware uit haar eigen boek aan de kijker voor. Vele sprookjes komen dus niet aan bod in verhalende tekst. Er is vooral veel te ontdekken, te zoeken en te bekijken en er worden vragen gesteld als ‘Welke sprookjesberoep lijkt jou leuk?’ of ‘Naar de balzaal! Bijna iedereen danst maar wie is toch die blote meneer?’ De ene vraag is beslist eenvoudiger te beantwoorden dan de andere. De eerste laat je sprookjes benoemen, er staat een getal naast de figuur en onderaan de naam van het bijbehorende sprookje. De tweede is een volle plaat, niet de enige, en is het goed kijken wat je allemaal ziet – al je ze al herkent en kunt weten -, de blote meneer, die keizer, komt zogezegd steeds grappig terug, maar of dat werkelijk zo is? De vraag ‘Waar brengt deze lange gang ons naartoe?’ is ook voor een volwassene nog lastig, want de illustraties zijn zeker kleurrijk, maar niet alle figuren zijn direct te herkennen als je vooral met Grimm of Andersen bekend bent.
In Nederland staat dit boek bij de kleuterboeken, voor ong. 5 jaar. Dit zal wat betreft het woord ‘zoekboek’ zijn. De indeling bij de tips voor de Voorleesweek 6-9 jaar is passender want zelf kunnen lezen en vooral wat meer algemene kennis van de sprookjes(verhalen) hebben is echt wel nodig om plezier te hebben met en aan dit boek. Voorlezen aan een groep is niet tot nauwelijks te doen, niet veel tekst en de volle tekeningen, wel veel op te zien en te zoeken, maken het meer een boek voor alleen of één op één. Verder valt op dat de gebruikte sprookjes(verhalen) veelal bekend zijn vanuit de Efteling en of van de vroegere Efteling-cd’s. Als je als kind daar eens bent geweest of de cd’s kent – de kans die lang niet ieder kind gezien toegangsprijs zal hebben – zal dit boek nog meer aanspreken.
Wat betreft zoekopdrachten: heel veel, kleinere en grotere figuren, met grapjes en soms moet je echt zoeken om iets logisch te vinden in de volle illustraties. Wel mist achterin een blad waar bijv. de antwoorden staan waar je de spulletjes van Roodkapje terugvindt, de eerste vraag ‘Heb ik alles bij me?’. Een boek waarmee ook kinderen van een jaar of 10 een tijd bezig kunnen zijn en die mogelijk sommige humor beter kunnen vatten. Een boek met een maar en een knipoog, voor meer leeftijden dan alleen jonge kinderen.

Sara Novic, Wie het mooist valt, vertalers Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap
Ria schreef 03-04-’18
Deze titelkeuze, deze zin. Wie het boek inmiddels heeft gelezen, krijgt bijna kippenvel, die weet waar deze zin staat.
Het verhaal gaat over Ana Jurić. Zij groeit op in Zagreb, heeft een onvoorwaardelijke vriendschap met Luka, viert onbezorgde zomervakanties met haar ouders en peetouders in het zuiden van Joegoslavië. Al snel sluipt de naderende etnische oorlog in het verhaal, in het dagelijkse leven van met name in het eerste deel, de kinderen. Verdrietig is dat haar inmiddels geboren zusje ernstig ziek is.
Door dit zusje gaat het gezin buiten de grenzen van, inmiddels het verdeelde Joegoslavië, Kroatië naar Slovenië naar een arts en later nogmaals op weg om het zusje weg te brengen zodat zij in de VS geopereerd kan worden. Met z’n drieën gaan ze terug naar Zagreb. Willen ze. Is de bedoeling.
Het verhaal is schrijnend. Wat doet oorlog met een mensenleven? Met een KIND? Wat is het verhaal van de mens? Wanneer krijgt dit mens weer vrede met zichzelf? Waarom mag een kind geen kind zijn? Waarom wordt er aan een kind gevraagd: Servische of Kroatische sigaretten?
Het boek is opgedeeld in vier delen. Met name het tweede deel doet mij twijfelen wat ik nu werkelijk van dit boek vindt. Het was afstandelijk. Mogelijk bewust door de auteur zo neergezet, maar ook in de volgende delen mis ik bepaalde (verdrongen?) emotie, ook bewust om zo te kunnen overleven door de opgelopen trauma’s? In het derde deel zijn terugblikken, ‘ik kreeg mijn eigen onbetwiste beurt op de generatorfiets’, verwerkt waardoor het verhaal weer een pakkende vertelwijze krijgt.
Vermoedelijk krijgt dit boek nog meer waarde, een leesclub loopt nog. Vertellijnen bewust gecomponeerd? Een bijzonder debuut. Blij dat ik in vrijheid ben opgegroeid, dat ik de Plitvice meren en het latere Kroatië nog voor deze oorlog heb gezien.
Is het een roman, is het literatuur, kan dit boek met sterren worden beoordeeld? Het is vooral een menselijk verhaal uit een land dat ook verteld en gelezen moet worden.

Kaat Vrancken & Yoeri Slegers, De drie biggen
Een derde deel in de reeks ‘Er was eens … iets anders – sprookjes voor prille lezers.’
En anders is het. Ik ben fan en ik geef ook gelijk toe dat ik even moest wennen aan de best enge omslagillustratie. Achterop staat ‘vanaf 6 jaar, M4’ dus een beginnende vlotte lezer in klas 1/groep 3 kan het al aangereikt krijgen. Het nieuwsgierige meer durvende kind pakt het natuurlijk zelf op, al is het maar door formaat. Wie werk van beide makers kent, pakt het daardoor ook al op.
In de ondertitel ‘sprookjes’ en ondanks het bekend zijn met vele sprookjes moest ik toch even in het geheugen graven om niet in K3-herinneringen m.b.t. een musical te belanden. Het hierboven genoemde ‘Roodkapje’ gaf de hint: inderdaad op de Efteling-cd’s. Wie het niet kent: De drie biggetjes is een klassiek Engels sprookje uit ong. 1840 van Joseph Jacobs.
Het hierboven gebruikte ‘aangereikt’ is niet voor niets. Het belang van lezen van kinder- en jeugdboeken door volwassenen en daarmee kinderen passend werk kunnen aanbieden is ook hiermee weer bewezen want een eerste ‘ken ik niet’ of ‘vind ik eng’ kun je gelijk ontkrachten als je andere titels kunt opnoemen. Kaat Vrancken kun je kennen van Wat een dag! / Alles op zijn kop / Drie katten op een rij / Een week bij jou, een week bij mij of bijv. het prentenboek Beu. De illustrator Yoeri Slegers illustreert niet alleen werk geschreven door anderen, er zijn vele boeken te noemen waarvan hij zowel schrijver als illustrator is, bijv. het geweldige De zigzagslang en het ook zo fijne De muis die miauwt.
Waarover De drie biggen gaan? Drie biggen moeten op zichzelf gaan wonen, mam is de drukte zat, stopt wat geld in een poot en geeft mee dat oom Wolf komt controleren of ze ook werkelijk dit kunnen. De vraag is en blijft tot het laatst met welke wolf het drietal te maken heeft. Dat op jezelf kunnen wonen gaat over hoe je dat doet, geef je je geld niet in één keer uit zodat je met ‘gemak’ nog eten kunt kopen of doe je dat wel en zorg je door ervoor te werken dat alles lukt en ben je daarnaast oplettend hoe je omgaat met onverwachte zaken.
Een serieuze boodschap met humor verteld in woord en beeld. Een leerzame voor Nederlandse kinderen is het woord plooien. De spanning wordt gedoseerd opgevoerd, je kunt karakters herkennen, er is een geweldige fantasie, een lesje oplossingsgericht handelen en die illustraties: absoluut geweldig. De combinatie van snuit en hoef laat je twee keer denken (hoef – hoeven hoe een goede oefening) en echt dat bloedspoor maar ook regelmatig góed lezen want waarom het woord ‘gillen’? Je ziet een toneelspel voor je, en: óók een geweldige voorlezer!
– . – . – . – . –
Guido van Genechten, Kijk, mama!, Clavis, 2026, 20 blz., 9789044862133
Edward van de Vendel, Koningspinguïn Quinn, illustrator Seppe Van den Berghe, Querido, 2026, 22 blz., 9789045131702
Ronnie van Veen, Willem Zoetelief, Koning van Aloeka, illustrator Mark Janssen, Luitingh-Sijthoff, 2025, 192 blz., 9789021058313
Marlies Slegers, Schildpadmeisje, illustrator Jeska Verstegen, Luitingh-Sijthoff, 2025, 232 blz., 9789021053509
Alan Gratz, Verbied dit boek!, vert. Pim Lammers, Kluitman, 2026, 256 blz., 9789020629347
Sasa Stanisic, Wolf, illustrator Regina Kehn, vertaling Annemarie Vlaming, 2025, 192 blz., 9789021052670
Gavin Pretor-Pinney, Wolken kijken voor beginners, illustrator William Grill, vertaler Studio Bos, Leopold, 2025, 96 blz., 9789025888725
Job, Joris & Marieke, De Bij, Kluitman, 2025, 32 blz., 9789020682342
Matilde Tacchini, Druk niet op die rode knop!, vert. Kim Crabeels, Pelckmans, 2025, 48 blz., 9789465301389
Ullrich Hub, De avonturen van manke eend en blinde haan, illustrator Jörg Mühle, vertaler Marion Everink, Parade, 2025, 96 blz., 9789493408128
Eva Stalinski, Roodkapje, waar gaan we heen?, Lannoo, 2026, 64 blz., 9789059960893
Sara Novic, Wie het mooist valt, vertalers Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap, Meulenhoff, 2017, 304 blz., 9789029091886
Kaat Vrancken, De drie biggen, illustrator Yoeri Slegeres, De Eenhoorn, 2025, 40 blz., 9789462918498
Zie ook:
Voorleesweek 2026, selectie van de tips – Voorlezen doet lezen!
Leesjury 2026-2027 – een overzicht
*) gelezen, geen stuk
**) wel andere titel(s) op deze website van schrijver of komt nog te lezen
+) staat op nominatie om te lezen komend seizoen of is gelezen en komt in leesfragmenten
