Verhalen over de goden van het Hoge Noorden
Oppergod Odin komt via zijn raven Hugin en Munin te weten dat de mensen in Midgaard geen respect meer betonen aan de goden in Asgaard. Hoe is dat in Onsnaam mogelijk? De stervelingen hangen een nieuwe godsdienst aan en vergeten de Noordse goden zoals Odin, Thor, Njord, Idun en Freya. Tijd om in te grijpen: een IJslandse skald (een verhalenverteller) wordt ingefluisterd dat hij zijn kennis moet opschrijven. Deze Snorri gaat aan de slag; zijn werk is bekend geworden als de Edda. Bette Westera heeft hieruit geput om de verhalen van de goden uit het Noorden opnieuw te vertellen.
Toen Thor het nog liet donderen is een boek om van voor tot achter te lezen. De belevenissen van de goden in de Edda blijken een lopend verhaal dat zich niet zomaar in een andere volgorde laat vertellen, zoals dat bij de Griekse mythen wel gebeurt. Daarbij heeft Westera een verhalende inleiding en epiloog geschreven waardoor je meer over de context van de geschriften leert.
Er valt ook genoeg te zien in het boek. Ten eerste een stamboom van de godenfamilie en een schets van de werelden waar de goden, mensen, reuzen en overledenen leven. Handig om de relatief onbekende namen en werelden terug te zoeken.
Ten tweede alle prenten van Annemarie van Haeringen. Erg fijn dat deze met de Max Velthuijs-prijs gelauwerde illustrator voor dit boek aangetrokken werd. Van Haeringen heeft een eigen stijl die je direct herkent: grote afbeeldingen die rustig worden opgebouwd met één achtergrondkleur en een enkele of een paar figuren die daardoor alle aandacht vangen. Je kunt verf- en aquarelstreken herkennen en een soort sponstechniek waardoor stenen echter lijken. Ze gebruikt overigens allerlei kleuren, waardoor de mix van prenten past bij de bonte personages.
De figuren die het meest in de verhalen terugkomen zijn de Asen, de godenfamilie van Odin die in Asgaard woont. Zijn broers, de Wanen, wonen in Midgaard bij de mensen. Ze kunnen elkaar gemakkelijk opzoeken via de Regenboogbrug, die dan ook druk bewandeld wordt omdat er iets teruggevonden moet worden in de mensenwereld of de reuzen in Utgaard bezocht moeten worden. Dat laatste gaat trouwens niet van harte omdat de goden bang voor hen zijn. De reuzen hebben zoveel kracht dat ze tegen hen opgewassen zijn. Zelfs Thor met zijn grote hamer Mjöllnir is soms een watje vergeleken met hen, maar zeg dat maar niet te hard. Dan laat hij het daarna extra hard donderen. Hoe Thors hamer door de dwergen is gemaakt is een verhaal apart en heeft alles te maken met een kwajongensstreek van reuzenkind Loki. Loki mag bij de goden wonen, helpt hen regelmatig uit de brand met zijn listige streken en transformatievermogen. Die kant van hem kan zich echter ook tegen de goden keren…
Hoe het verhaal zich in die richting ontwikkelt, moet je zelf ontdekken. Dan krijg je elk aspect in geuren en kleuren mee.
Met Thor is het een van de weinige keren dat ik echt goed over de Noordse goden lees. Onbewust vergelijk ik ze met de Griekse en Romeinse goden en enkele andere ontstaansmythen die ik ken. Reuzen en dieren spelen in het Mediterraanse Zeegebied een minder prominente rol dan ze in Scandinavië doen; appels en de goddelijke drank mede komen wel veel voor. De Noordse goden zijn op een andere manier onsterfelijk dan de Griekse: ze moeten elke dag een gouden appel uit de boomgaard van godin Idun eten om jong en krachtig te blijven. Een dag verzaken en ze merken direct de gevolgen! En waar de mediterraanse goden onsterfelijk blijven, hebben die in het noorden levensdraden net als de mensen, waarvan de Nornen de lengte bepalen. Ook in reissnelheid waren de Asen duidelijk niet veel sneller dan de gewone stervelingen, aangezien ze een volle week nodig hebben om naar het reuzenrijk te reizen (vond ik grappig).
Uit Westera’s uitleg begrijp ik dat Snorri de verhalen in proza opschreef (in het Grieks en Latijn was poëzie gebruikelijk). Daarnaast is een Gedichten-Edda gevonden, waaruit ze passages heeft gehaald en geïntegreerd in Thor. Daardoor lijkt het of de Nornen optreden als vertellerscommentaar richting de goden. Mooie ingreep wat mij betreft.
Toen Thor het nog liet donderen is een heerlijk tekstueel en visueel verhalenboek voor eenieder die zich wil verdiepen in de Noordse mythen. Thor zou het geweldig vinden om zichzelf zo prominent op een boek terug te zien!
Bette Westera, Toen Thor het nog liet donderen, ill. Annemarie van Haeringen, Gottmer, 2025, 236 blz., 9789025780852.


