Mireille schreef op 26-12-2020:
In deze novelle van 88 pagina’s is meesterverteller Zweig aan het werk. Maar liefst drie verhalen zitten tussen deze kaft verborgen: dat van de boerse schaakkampioen Czentovic, dr. B. die als een duveltje uit een doosje als diens tegenstander opduikt, en de schaakwedstrijd op het stoomschip New York – Buenos Aires.
Twee heel verschillende mensen en geesten die het schaakspel tot een vorm van levenskunst/ overleven verheffen.
In mooie vertaling van Willem van Toorn.
Daarbij leerde ik de namen van beroemde schakers van de jaren ’20: Aljechin, Tartakower, Bogoljoebov. Vooral de laatste naam vergeet ik niet, omdat ik in het dorp Bogoljoebovo geweest ben. Vast vernoemd.
Ria schreef op
Een novelle, meesterlijk verteld.
Een partij simultaan schaken op een passagiersstoomschip tegen een grootmeester is aanleiding tot een gesprek tussen de schrijver en een andere passagierschaker.
Ze deden ons niets – ze brachten ons alleen in een volkomen Niets, want zoals bekend oefent niets ter wereld zo’n druk uit op de menselijke ziel als het Niets.
De laatste, d’r. B., heeft zich in gevangenschap uit een ontvreemd boek een soort in leven weten te houden. Partijen tot in den treure leren, herhalen, spelen en optimaliseren. Zonder ooit een schaakbord met stukken in handen te hebben. Het boek kwam uit een verhoorruimte van de Gestapo.
Ik ging er dichterbij staan en meende aan de rechthoekige vorm van de verdikking te herkennen wat die opgebolde zak verborgen hield: een boek! Mijn knieën begonnen te bibberen: een boek! Vier maanden lang had ik geen boek in mijn handen gehad, en de voorstelling alleen al van een boek, waarin je aaneengerijde woorden kon zien, regels, bladzijden, bladen van een boek, waaruit je andere, nieuwe, vreemde gedachten kon lezen, overdenken, in je hersens opnemen, had iets opwindends en tegelijk verdovends.
Vertelkunst met een hoofdletter.
Stefan Zweig, Schaaknovelle, vertaler Ria van Hengel Willem van Toorn, Athenaeum Polak en Van Gennep, 2017, 88 blz., 9789025308056
