12 maart 2026

Ben je doof ofzo!? – Robin Frings en Georgia van der Gen

In Ben je doof ofzo!? beschrijft Robin Frings met zijn tolk Georgia van der Gen over doof zijn, specifiek over zijn eerste jaar op de middelbare school. De gemiddelde brugklasser/jongere zal zich afvragen hoe het op een grotere school gaat en wat anderen van hen vinden. Bij Robin was dit niet anders, maar ging dit ook gepaard met vragen hoe het voor hem zou zijn met aanwezigheid van een tolk, hoe anderen hierop zouden reageren en hoe communiceren het beste zou gaan als Gebarentaal je moedertaal is.

Tussen zijn ervaringen op de middelbare school vind je informatieve en luchtige weetjes en anekdotes van zijn ouders en tolk. Een toevoeging voor het boek, omdat het gros van de mensen niet-doof is en daarmee minder goed zal weten hoe wel of niet te reageren. Zo deelt Frings bijvoorbeeld dat zijn omgeving soms dacht dat hij toneelspeelt en er misbruik van maakt. Humor, terug te zien in het boek, hielp hem in zijn aanvaardingsproces en om het doof zijn niet alleen als belemmering te zien.

Ook deze alinea vond ik helder:
Als je helemaal nooit hebt kunnen horen hoe stemmen klinken of als je niet weet hoe je je eigen stem moet gebruiken is het lastig om te leren praten. Als je slechthorend of doof bent voordat je begint te praten is het namelijk heel moeilijk om gesproken en geschreven taal aan te leren. Als je pas later in je taalontwikkeling doof wordt, heb je al leren spreken en zal je dat waarschijnlijk ook blijven doen. Dan is Nederlands je moedertaal of eerste taal.

Als je de geschreven Nederlandse taal wel kan lezen, kan je via deze weg nog informatie tot je nemen. Ben je doof ofzo maakt duidelijk dat als je vanaf geboorte of jongs af aan doof bent en je de gesproken én/of geschreven Nederlandse taal niet leert, je daardoor nog meer communicatie mist. De betekenis van woorden zal je (moeten) leren met vallen en opstaan, maar een helpende omgeving is daarin ook des te belangrijker. Denk aan een ruimdenkende school en ouders/familie.

Het wordt ook duidelijk dat in Gebarentaal geen gebruik wordt gemaakt van werkwoordvervoegingen en lidwoorden. Je zegt/gebaart bijvoorbeeld ‘ik recensie schrijven’ in plaats van ‘Ik ga een recensie schrijven’.

Een aantal woorden in de tekst zijn groen en dikgedrukt. Het maakt in een oogopslag duidelijk waar het over gaat en benadrukt soms waar Frings tegen aanloopt. Hoewel de ondertitel van het boek ‘zo overleefde ik mijn eerste jaar op de middelbare school’ is, komt dit gedurende het boek minder aan bod dan gedacht. Toch is dat voor de lezer niet erg, omdat het doof zijn niet alleen een belemmering kan/zal zijn gedurende de middelbare school.

Frings en Van der Gen schrijven helder, humoristisch, vlot en daardoor toegankelijk voor jeugdige lezers, maar ook ouders, docenten en hulpverleners. Eigenlijk voor iedereen, want iedereen zou meer moeten weten over hoe het is om doof of slechthorend te zijn.

Robin Frings & Georgia van der Gen, Ben je doof ofzo!?, Van Goor, 2025, 136 blz., 9789000399765

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *