Zes vrienden richten, op initiatief van Mick, de challengeclub ‘No Fear’ op. Om de beurt geven ze elkaar een opdracht om elkaars grenzen op te zoeken die te maken hebben met een angst van de betreffende vriend. Een paar van de regels: iedereen is bij de uitvoering van de challenge én iemand filmt het. Op de examenreis op Texel gaat het echt mis: er valt een dode. Wout voelt dat hij niet langer zijn mond kan houden. Hij wilde al eerder zijn mond opentrekken, maar deed dit niet door de gekregen keuze van Mick: óf hij doet mee óf hij ligt eruit.
Hoewel het verhaal draait om de ietwat bizarre en vooral niet altijd onschuldige challenges van de jongeren uit 5-Havo, gaat het ook over het hebben (of het soms missen) van een moreel kompas. Wout worstelt met het zijne, want de challenges voelen niet altijd meer leuk en makkelijk aan. Als hij bij zijn eigen uitvoering zijn pols breekt, er later een docent gereanimeerd moet worden bij de uitvoering van zijn bedachte challenge en hij niet voor een vriendin opkomt tijdens het filmen van haar, wordt zijn interne strijd groter.
Enerzijds wil Wout ervan af en een grens trekken, anderzijds wil hij ook ergens bij horen. Het fenomeen groepsdruk komt goed naar voren en hoe onderlinge banden (kunnen) zijn binnen vriendengroepen. Wout voelt zich regelmatig het aanhangsel, alsof hij alleen gedoogd wordt als vriend van Rachid. Een andere interessante dynamiek is dat Micks moeder docent en counselor is op hun school.
Lukt het je morele kompas te volgen als uitdagingen niet meer overeenkomen met gedachten over te ver gaan en onmenselijkheid? Wat als anderen, de rest van de school bijvoorbeeld, er last van heeft? Onder groepsdruk een groep verlaten is moeilijker dan gedacht en gezegd. Om het iets beter te maken probeert Wout challenges te bedenken met de minste impact.
Iets dat ook goed naar voren kwam is dat ieders thuissituatie (fijn of minder fijn) anders is, maar ook meespeelt in hoe iemand denkt of wat iemand doet. Iedereen heeft een schaduwkant. Kan en mag je jezelf dan meer permitteren? Mag je dan uitdagender gedrag laten zien naar anderen, ook als anderen het grensoverschrijdend vinden? Respecteer je die wens van de ander dan of is nog steeds ‘grappig’?
Dunne boeken wekken regelmatig de indruk dat de lezer deze snel kan lezen, maar de lengte van een boek zegt niets over de inhoud en schrijfstijl. In dit geval las dit dunnere boek wél lekker vlot, mede door de korte hoofdstukken. Sophie Wester (pseudoniem voor Sophie Fraza en Ester Ankoné) hanteert een prettige en vlotte schrijfstijl die aansluit bij jongeren, bijvoorbeeld door de taal (waar het wel lijkt alsof Wout als enige jongere wat scheldwoorden gebruikt). Het plot zit goed in elkaar, er is balans tussen actie, spanning en de interne strijd van Wout. De spanning is in No Fear voornamelijk psychologisch, al is er ook spanning voelbaar bij de challenges.
Persoonlijk had ik verwacht, gezien de flaptekst en omslag, dat ze langer op Texel zouden zijn, maar doet verder niets af aan het verhaal.
Door de challenges en de gevolgen ervan, positief en negatief, is het ook een actueel verhaal past gezien alles wat rondgaat op social media. Pluspunt vind ik dat dat nergens echt specifiek gelinkt wordt aan deze huidige tijd waardoor dit boek ook over een aantal jaar nog goed te lezen is. Groepsdruk, normen en waarden en het (durven) aangeven van grenzen zijn thema’s die voor meer jongeren herkenbaar zullen zijn.
Dit verhaal lijkt te zijn voortgevloeid uit de volwassenthriller Schaduwkant, geschreven door dezelfde auteurs. Hetzelfde verhaal vanuit volwassenperspectief.
Voor de Best of YA XS reeks vind ik No Fear een goede toevoeging. Goede thema’s, goede schrijfstijl, aangesloten bij beleving van jongeren en voldoende spanning voor een thriller.
Meer Best of YA XS op Lezersgoud: Voor Yasmin, Mijn nacht met Vedder, David David.
Sophie Wester, No fear, Best of YA, 2025, 167 blz., 9789000400324
