12 mei 2026

Martha Gellhorn – Het gezicht van de oorlog

Correspondente met een geweten

Het duurde een tijdje voordat Het gezicht van de oorlog bezonken was en ik erover geschreven had. Martha Gellhorn heeft namelijk een krachtige pen en het ongeluk dat ze al wat ze beschrijft echt heeft meegemaakt: oorlog hier, groot conflict daar.
Het boek is een heruitgave van een versie uit 1989 (vertaald door Kees Helsloot en Leo Huisman) en bevat een selectie van haar artikelen uit de periode 1937-1946. De 2025-versie wordt ingeleid en van context voorzien door Geert Mak. Hieruit blijkt hoeveel Gellhorn gezien en gewerkt heeft, dat pas eindigde toen ze zelf op 90-jarige leeftijd een einde aan haar leven maakte. Hoe kan het dat ik niet eerder over haar gehoord heb!

Gedurende haar werkzame leven reisde de Amerikaanse bijna onafgebroken als oorlogscorrespondent de wereld over. In de eerste plaats om haar thuispubliek te informeren over conflicten in Europa; via de journalistiek het geweten van de mensen te zijn. Eerst de Spaanse Burgeroorlog waar ze met haar man Ernest Hemingway heen gaat, dan de Finse oorlog waar de Russen in 1939 binnenvallen, vervolgens China dat bedreigd werd door Japan, waarna verschillende Tweede Wereldoorlogsreportages volgden in Engeland, Italië, België, Nederland, Duitsland en Java. Altijd zorgt ze ervoor ‘de gewone mens’ op te zoeken die het meest te lijden heeft onder de ideologie van de dictators.

Volgens haar eigen inleiding uit 1959 heeft ze in negen jaar tijd elf oorlogen gezien en is ze in die periode ook veranderd. Eerst geloofde ze in de vooruitgang van de mensheid, de gewone mens dan.

‘Ik geloof dat herinnering en verbeelding de grote afschrikmiddelen zijn, en niet de kernwapens.’

Leiders en politici heeft ze altijd al een afkeer van gehad: ‘politieke werkelijkheid en politieke moraal hebben niets met elkaar te maken’. Uiteindelijk is haar conclusie dat 1) haar beroep slechts ‘het licht van een glimworm’ verspreidt op de hoeveelheid leugens die de wereld in geslingerd wordt en dat 2) ‘mensen gemakkelijker leugens slikken dan de waarheid’ en zich ontvankelijk maken voor opzwepende leiders.

Toon en zelfkritiek
Ze is ook kritisch op zichzelf. In de verslagen over China heeft ze zelfcensuur moeten toepassen om haar teksten mee terug te kunnen nemen, maar ze is er niet trots op dat ze daaraan moest toegeven. Verder ziet ze ook dat zij, verslaggever zijnde, in principe altijd een route uit een conflictgebied heeft en een thuis om heen te gaan. Toch kun je teruglezen dat ze enkele keren in hachelijke situaties heeft verkeerd die eenvoudig anders hadden kunnen aflopen. En het steeds teruggaan naar oorlog (voor haar soms extra lastig, want vrouw) omdat je het zo belangrijk vindt om te vertellen wat er écht gaande is terwijl je ook comfortabel thuis kunt blijven, mag bewonderenswaardig genoemd worden. Ze geeft toe dat ze op een gegeven moment eigenlijk ook niet meer “normaal” een leven kon leiden, de plicht/oorlog trok.

Soms is Gellhorn best bitter, maar waar het kan brengt ze lucht en humor in haar verhalen. Dat gebeurt vooral wanneer ze een tijdje met de Poolse lanciers in Italië of bij de Amerikanen in de Ardennen doorbrengt. ‘Niemand kon de majoor vinden. Hij was zelf als eerste ten aanval getrokken, maar enig accuraat Duits mortiervuur overtuigde hem ervan dat hij maar beter kon afzien van dit oorlogvoeren in zijn eentje. Hij kwam op het hoofdkwartier terug, vol informatie en in opperbeste stemming.’

Dit luchtige gevoel is overigens direct weg als ze over de bevrijding van Dachau schrijft. De ontzetting en schaamte voor de mensheid is uit de regels te lezen. Met haar voel je het ongeloof mee.

Postbellum

‘Wanneer een oorlog is afgelopen, dan is hij niet voorbij. Veel zaken blijven liggen.’

Na de reportages heeft de correspondente artikelen toegevoegd over het Proces van Neurenberg en de Vredesconferentie van Parijs. Nogmaals beschrijft ze de gebeurtenissen en omgeving met een zodanig gevoel voor detail dat het lijkt of je erbij bent.
Het maandenlange Proces gaf Gellhorn hoop: er werd recht gesproken en ‘het tribunaal was ook bijeen om rechtsregels tussen naties opnieuw te bevestigen en vast te stellen’.
Hoe anders voelt ze zich tijdens de vredesbesprekingen in het Palais de Luxembourg in Parijs. Vertegenwoordigers van eenentwintig naties zitten om de tafel en beschuldigen elkaar over en weer. Het belang van de eigen staat is prioriteit, niet dat van de mensheid. In de wandelgangen speekt Gellhorn met de politieke en militaire vertegenwoordigers en komt ze tot de conclusie dat vooral de grote landen elkaar dwarszitten.

Er zijn observaties die op de jaren 2020 nog steeds van toepassing zijn. Neem deze: ‘Amerika bleek een vreemd land te zijn. De enige troost vond ik in oude oorlogskameraden opzoeken en met hen verhalen uitwisselen. Ze waren het met me eens dat er niets goeds kon komen van zo’n grote onwetendheid. Amerika was geïsoleerd in zijn veiligheid. Ondanks een enorme hoeveelheid oorlogsverslaggeving in woord en beeld hadden de bewoners geen idee van wat oorlog was.’
Leg dit op berichtgeving over het starten van oorlogen in bijv. het Midden-Oosten, het opraken van verdedigingsmunitie en de hoeveelheid Amerikaanse militairen buiten versus binnen de Verenigde Staten, en je begrijpt dat er niet veel veranderd is in tachtig jaar.

De reportages van Gellhorn voelen sterker dan vele andere films, theaterstukken en romans die geschreven zijn om het publiek iets bij te brengen. Het verschil zit ‘m in het ooggetuigengehalte waardoor haar verhaal automatisch waarachtiger aanvoelt. Indringender. Lees haar reportages ook en kijk door haar ogen naar de wereld.

‘Uiteindelijk beslissen niet gedelegeerden over de wereldvrede, maar alle mensen over de hele wereld. Het is een bijna bovenmenselijke inspanning om rechtvaardig te zijn, goed geïnformeerd, helder van geest en sterk als je je zorgen maakt over de basisvoorzieningen. Maar het is een inspanning die geleverd moet worden, want blijvende vrede komt niet vanzelf en is ook niet goedkoop en evenmin kun je iemand anders voor de kosten laten opdraaien.’

Martha Gellhorn, Het gezicht van de oorlog, vertaling Kees Helsloot en Leo Huisman, Atlas Contact, 2025, 304 blz., 9789045052779.

Doorleestip:
Martha Gellhorn heeft een hoofdstuk gekregen in Vrouwen in duistere tijden van Alicja Gescinska.

Over Gellhorn en Hemingway schreef Joost de Vries in de Volkskrant, ‘Ernest Hemingway en Martha Gellhorn waren geliefden én concurrenten – wie schreef er beter?’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *