Verhalen over slavernij
‘De slavernij beslaat een ingrijpende en langdurige periode van meer dan driehonderd jaar in de geschiedenis van Nederland en België.‘
Het voorwoord van Ernestine Comvalius geeft een helder beeld van wat je kunt aantreffen in ‘Morgen ben ik vrij’. Door het verweven van eigen ervaringen als kind of wat zij ervaart door de vertelde verhalen is het al waardevol dit boek op te pakken.
Ze vertelt ook dat overgrootouders slaaf waren, en in gebied waar men in opstand kwam, in opstand voor hun vrijheid. In de afsluitende alinea spreekt zij dan ook de wens en opdracht, uit: ‘Door meer hierover te leren en te lezen, hoop ik dat we allemaal gaan beseffen dat iedereen het recht heeft om in vrijheid te leven.‘
Morgen ben ik pas vrij, wanneer iedereen vrij is.
Het boek is volgens een duidelijke structuur opgebouwd. Tien schrijvers vertellen een fictieverhaal gebaseerd op feiten waarna een gedeelte met non-fictie. Deze achtergrondinformatie met feiten is handig om het verhaal in de juiste context te plaatsen. Overigens wordt na de inhoud al vermeld waarom o.a. het woord ‘slaaf’ wel is gebruikt i.p.v. het nu gebruikte ’tot slaaf gemaakten’. De woordenlijst achterin waarin uitleg per verhaal van de blauwgedrukte woorden is handig erbij te nemen als je gaat lezen.
In de elf verhalen, Tialda Hoogeveen schreef er twee, wordt vanuit een kind verteld, behalve in één. Henna Goudzand Nahar laat op eigen wijze heel natuurlijk een tondeldoos het woord doen ‘Ja, je leest heet goed: wat ik ben.‘ Het voorwerp wordt gebruikt voor verzet, door Afrikanen dus marrons in Suriname. De plaat erbij geeft een tropische sfeer door bloem en andere vegetatie, het verhaal waarin de tondeldoos op deze septemberdag in 1832 een rol speelde wordt nog steeds verhaald.
Het slavernijverleden wordt in de verhalen van meer kanten belicht. Je kunt zowel een vertellend kind van nu aantreffen – waarin het bekende verhaal van Ma Pansa tijdens het vlechten een vervelende situatie juist daardoor trots maakt -, als ook een kind van een tot slaaf gemaakte. Het verhaal waarin dit staat is een bijdrage van Janice Deul. Misschien heeft een jonge lezer wel ‘een Myanda’ in de klas en maakt dit emotie los tijdens het voorlezen?
De illustraties van Roeqiya Fris zijn niet alleen passend, ze geven ook achtergrondinformatie waardoor een tijdsbeeld wordt gegeven of een woord duidelijker zal zijn of worden voor jongere lezers. Bij het eerste verhaal van Martine Letterie kun je vrij duidelijk uit de tekening opmaken dat ‘Voor altijd vrij‘ zich in Nederland afspeelt, terwijl met één blik op de plaat bij Robin Ravens verhaal ‘Schaduwjongen‘ je opmerkt dat dit door de blik op de bebouwing op een Indonesisch eiland moet zijn.
Een overeenkomst tussen beide verhalen is dat er een rol voor een schilder is weggelegd. Een groot verschil is dat in die tijd in Amsterdam álle mensen vrij waren, hoe anders voor de hoofdpersoon Untung die letterlijk in de schaduw leeft en wordt afgebeeld. En toch een nationale held werd. Alleen al over de personages uit deze twee verhalen zou een compleet boek geschreven kunnen worden, misschien een idee? Alvast is het een tip om de schilderijen en meer te gaan opzoeken die worden genoemd door Letterie en Raven.
De andere verhalen zijn minstens zo interessant. Fikry El Azzouzi schrijft over piraten en roeislaven, de laatste waren Nederlanders. Hoe dat zo kwam lees je in ‘Misschien loopt het toch nog anders af‘. Gelezen jeugdboeken van ooit over die periode komen acuut bovendrijven, een boek met zijn blik over deze periode zou interessant zijn voor lezers van nu. Ook Dwight van van de Vijver heeft een heel eigen stem en met hem vaart de lezer mee in het jaar 1680 over de Atlantische Oceaan. Een magisch tintje met een rauwe realiteit in ‘Doni en de kapitein op het slavenschip‘. In zijn boek ‘Doni en de kracht van de blauwe veer‘ is meer over zijn inspiratie te lezen die hij opdeed in ‘het best bewaarde stukje Afrika buiten Afrika‘ staat in het informatieve deel.
Annemarie van den Brink laat de lezer dichterbij huis oplettender rondkijken. Gevelornamenten of een naam van een gebouw vertellen veel over het verleden zoals bijv. het Suikerhuis in Utrecht. Ook komt in dit verhaal ‘De verboden kist‘ naar voren dat alle mensen in Nederland toen zogezegd vrij waren, maar in feite nog steeds aan dezelfde families zijn gebonden door voor hen te werken:
Wij waren in Batavia niet vrij! We moesten voor jullie familie werken. Door mee te verhuizen van Indië naar Nederland werden we zogenaamd vrije mensen. Maar nog steeds werken we voor jullie.
Simone Arts laat de lezer ook in het Amsterdam van toen, 1841, rondlopen. Ook hier spelen grondstoffen als suiker een rol maar vooral is het de Engelse Elizabeth Fry waarvoor het meisje Anna belangstelling heeft en die in de Doelenzaal komt spreken. Interessant is dat er regelmatig zoals ook in dit verhaal voorvechters van de afschaffing van de slavernij worden opgevoerd, maar dat er ook op andere fronten werd gestreden voor betere voorzieningen en rechten. Diverse punten uit ‘Meer over dit verhaal’ lees je terug in ‘De stadsgrenzen van Amsterdam‘.
Tialda Hoogeveen haar twee verhalen spelen zich af in het noorden van Nederland. Ook hierin is er een ouder (Marten Douwes Teenstra) die zich inzet voor de slavernij, een schrijver, het hoofdstuk heet niet voor niets ‘Woorden als wapen‘. Je leest over herenboeren maar ook over verschillende landen met plantages, slavernij en over heel kleine kinderen die bij ouders werden weggehaald(!) om als cadeau weg te geven of die verkocht werden. Ook wordt er een parallel getrokken door twee idealisten op te voeren. Een verhaal dat je zo kunt voorlezen in een groep 7 of 8 en veel stof tot nadenken en bespreken geeft. ‘Het pronkstuk‘ sluit naadloos bij bovenstaande aan en je leest beschamend hoe er werd omgegaan met Isack die als page door het leven moet.
Milouska Meulens’ verhaal speelt zich af op Curaçao: ‘Zo vrij als de warawara’. Chico de hoofdpersoon leefde in slavernij en ging onder leiding van Tula in staking. Het informatieve deel sluit af met:
Zo bekeken kan elke daad, hoe klein ook, grootse gevolgen hebben. En elke persoon, hoe jong ook, kan van grote invloed zijn op de loop van de geschiedenis. Ook als het nergens in de boeken staat.
Door overlevering is veel bekend, toch is het heel goed én fijn dat er boeken zijn als deze waarin ieder kind, íedere volwassene van nu, kan lezen over de geschiedenis van toen, over vrij zijn en vrijheid, over geschiedenis die nog steeds doorspeelt in de huidige tijd.
Morgen ben ik vrij is een interessant leerzaam boek waarin bekende en minder aspecten van de slavernij en kolonisatie worden belicht. Door alle verhalen en feiten wordt een beeld gegeven dat bij de leeftijd van de lezers past. De vormgeving door Nanja Toebak, de grootte van het boek, de uitleg, de mooie illustraties van Roeqiya Fris en de helder geschreven verhalen van alle schrijvers maken het een boek dat thuishoort in iedere school en graag ook thuis in de boekenkast een vaste plek heeft zodat er kennis kan worden genomen en geleerd kan worden van toen.
Je wilt toch dat iedereen zich zo vrij als een vogel kan voelen? Het rode vogeltje dat je doorheen het hele boek in de verhalen tegenkomt. Of zoals Ernestine Comvalius in haar voorwoord noemt:
De verhalen in dit boek nemen je mee terug in de geschiedenis, zodat jij in een betere toekomst kunt leven.
Tialda Hoogeven e.a., Morgen ben ik vrij, illustrator Roeqiya Fris, Ploegsma, 2025, 128 blz., 9789021686639
Plaatsen die o.a. voorkomen in de verhalen: Paramaribo, Batavia, Java, Curaçao, Amsterdam, Friesland en Groningen en Utrecht

Dit boek is toegevoegd aan Dossier slavernij & kolonisatie
Het staat in het overzicht van Milouska Meulens – overzicht titels
Als ook op de longlist van De Archeon Thea Beckmanprijs 2026 – longlist en shortlist
