29 juni 2026

Aldous Huxley, Bas Heijne – De tijd van de oligarchen

De uitgave De tijd van de oligarchen bevat het gelijknamige essay van Aldous Huxley en een inleiding door Bas Heijne. Samen vormen ze een introductie tot Huxley’s oeuvre dat, naar ik begrijp, veelzijdig in genre is maar altijd gericht is op de zoektocht hoe de wereld beter kan worden.

Huxley correspondeerde tot zijn dood in 1963 met andere schrijvers en wetenschappers, waaronder George Orwell. Waar Orwell in 1984 een wrede onderdrukking van de bevolking beschreef, verzon Huxley een vrijwillige ‘verdoving’ van de mensen (ik zag een overeenkomst met Ira Levin’s De dag der dagen). Dit vond plaats in zijn bekendste werk Brave New World, een boek dat ik zeker eens zal lezen.
Heijne schrijft dat Huxley in zijn denken en leven werd gevormd door de twee wereldoorlogen. Tijdens de eerste kon hij door een oogziekte geen dienst nemen in het leger en werd hij een graag geziene gast van de Bloomsbury Group.
In zijn latere literaire carrière schreef hij met Revisited een reflectie op Brave New World.

Deze uitspraak van hem staat genoteerd: “We verlangen allemaal naar vrede en vrijheid, maar slechts weinigen van ons hebben veel enthousiasme voor de gedachten, gevoelens en daden die tot vrede en vrijheid leiden. Omgekeerd wil bijna niemand oorlog en tirannie, maar veel mensen vinden een intens genoegen in de gedachten, gevoelens en daden die tot oorlog en tirannie leiden.” Zo zal er bijna nooit minder polarisatie en meer harmonie komen.

Het essay De tijd van de oligarchen is vertaald door Thomas Heij. Hoofdthema is de groei van nieuwe technologieën en hoe machthebbers die misbruiken om de menselijke vrijheid in te perken en zelfs mensen te dehumaniseren. Als je bedenkt dat Huxley dit in 1946 opschreef en we bij het lezen exact 80 jaar later regelmatig ‘ja, inderdaad’ denken, begin je je af te vragen in hoeverre we in de wereld met elkaar zijn opgeschoten.
Er is één ding dat Huxley niet helemaal heeft voorzien: dat juist de techbazen de nieuwe machtigen of ‘boy-gangsters’ worden.

Uit de stelling dat “de toegepaste wetenschap heeft bijgedragen aan centralisatie van macht richting een kleine minderheid van heersers” volgt een uiteenzetting over de ontstane propagandamiddelen, sociaal-economische verhoudingen in een maatschappij, de rol van de rijksoverheid, de menselijke psychologie met betrekking tot oorlog en onderdrukking.
Verder doet hij aanbevelingen voor een aanzet tot het oplossen van mondiale vraagstukken op het gebied van voedsel- en energievoorziening. Beide delen in het essay waren interessant om op te kauwen.

Enkele observaties:
‘Regionale voorraden zouden zodanig vergroot moeten worden dat de regio’s zelfvoorzienend worden’, oftewel er moet een rem op de groei van internationale handelsbetrekkingen komen want die zijn te gevoelig voor conflicten.
‘Sterk ontwikkelende technologie gaat samen met vaak snelle en onthutsende economische, politieke en ethische veranderingen’, zien we dit in het heden terug met de explosie aan kunstmatige intelligenties of niet?

Het zijn aanbevelingen die gedaan worden met een positieve inslag maar met de (realistische) verwachting dat de benodigde veranderingen er laat of niet zullen komen, gezien het terugkerende gedrag van machtshebbers en politici. (Dit is een overeenkomstige gedachte met Martha Gellhorn.)

De taal van Aldous Huxley is bloemrijk. Sommige zinnen zijn lang en nopen tot herlezen door de erin verwerkte gedachtegang. Geen straf, zeker niet omdat de vertaling goed is uitgewerkt en de tekst in het geheel soepel loopt. Thomas Heij heeft op de website van Athenaeum Boekhandels zijn vertaling toegelicht.

P.S.: in de categorie ‘nutteloze feitjes’: de band The Doors kwam aan hun naam door Huxley’s essay The Doors of Perception.

Aldous Huxley en Bas Heijne, De tijd van de oligarchen. Over technologie, vrijheid en vrede, vert. Thomas Heij, Prometheus, 2026, 112 blz., 9789044661873.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *