13 april 2026

De Bron – Marco Kunst, ill. Djenné Fila

Nour gaat met haar ouders naar Turkije. Daar zullen ze een paar maanden verblijven, omdat haar ouders een groot bouwproject leiden. Maar, wat doe je als 13-jarige twee maanden in je eentje in Turkije, behalve ‘nadenken over wat je met je leven wilt’, zoals haar ouders zeggen? En dan ziet ze een jongen en een meisje van ongeveer haar leeftijd. Als ze later weer naar hen op zoek gaat, blijken ze Omar en Cansu te heten… en voor Gaia te zorgen, die ziek is. Dé Gaia – ‘of Moeder Aarde, Pachamama, Isis, Terra of Inanna…’ licht Gaia toe. Ze is eigenlijk alle Moeder Aardes in alles verhalen van de wereld. Gaia heeft Nour bij zich laten komen omdat ze iemand van nu wil spreken, zodat ze geholpen kan worden. De naam Nour betekent licht en dat is een goed teken, besluit Gaia.
Samen drinken ze thee, en opeens belandt Nour samen met de ontzettend oude, maar toch 14-jarige Omar, Cansu en Gaia als kraai in de lucht. Ze vliegen over natuur, gletsjers, maar ook over fabrieken met chemicaliën. Gaia vertelt hoe de aarde was, ze even een dutje deed van 400 jaar en plotseling de mens alles had veranderd! Gaia is uitgeput, ze kan de aarde niet meer goed in stand houden. Daarom heeft ze water uit De Bron nodig, zuiver, helder, sterk water, wat haar zal helen. Dan kan ze de aarde herstellen waar nodig en verder in stand houden. Maar nu lukt dat niet, en waar is de mens zonder een goed functionerende aarde, zonder natuur?

Nour kan bij de bron komen als ze het beekje vanuit de grot stroomopwaarts volgt. Omar gaat met haar mee en als ze uit het water van de beek drinken, maken ze steeds avonturen en uitdagingen mee uit verschillende geschiedenisperiodes. De eerste keer komen ze bij een inwijdingsfeest, waarbij kinderen op de rug van een paard moeten springen. Het is spannend, maar als het Nour niet lukt, dan zal ze tot het volgende inwijdingsfeest moeten wachten tot ze weer uit deze tijdsperiode kan ontsnappen en terugkomt in de grot! Dan duurt het natuurlijk veel te lang om Gaia te redden, dus daar gaat ze, geholpen door Omar.
En zo maken Omar en Nour heel veel mee, Nour is bij Theseus en het doden van de Minotaurus op Kreta, probeert ze Pandora te behoeden tegen het openen van de doos en komt ze langs de levensboom Yggsadril. Ook moeten Nour en Omar zich nog zien te verzetten tegen Loki, de slechterik in dit verhaal. Loki is dól op vernieuwing, industrialisatie en vindt het niet zo nodig dat Gaia gered wordt. Maar is dat wel echt zo? Geholpen door Freya, die haar overigens bij toeval vond, want Frygga, Hlín, Sagá of andere Asinnen hadden Nour ook kunnen vinden, want Gaia heeft door allerlei tijdlijnen een noodsignaal uit kunnen sturen.

Er gebeurt heel veel in het boek. Het begint wat abrupt, haast filosofisch. De overgangen tussen de verhalen zijn plots, maar er wordt ook benadrukt vanuit de ik-persoon: “Het is absurd. Niet te filmen. Toch is het zo. Tegelijk voelt het helemaal niet gek. Het is wat het is.” Het kan wat verwarrend zijn, maar tegelijkertijd gaat de lezer op deze manier mee in de berusting. Het is wat het is. Het boek is daarnaast bedoeld voor kinderen vanaf 13 jaar, dus op die leeftijd zouden de overgangen goed te volgen moeten zijn.

In eerste instantie was mijn gedachte dat het verhaal niet bedoeld voor een jongere die geen kennis heeft van mythen/sagen. De Griekse, Noorse en Perzische mythen en verhalen van de Aborigionals, steppevolk Nart of uit de bijbel worden kort na elkaar verwerkt. Daarentegen is er achterin een aparte sectie opgenomen om de mythen/sagen/verhalen toe te lichten en uit te leggen. Je zou ervoor kunnen kiezen om daarmee te beginnen, maar ze zijn ook goed naast het vertelde verhaal te lezen. Daarbij wordt in die toelichtingen zelfs verteld hoe de mythe/sage zich verhoudt tot het moment waar Nour en Omar op dat ogenblik zijn en of de mythe/sage wat korter of uitgebreider wordt verteld in het verhaal.
Enerzijds is er dus wat kennis nodig van de verhalen die verwerkt worden om echt lekker door te kunnen lezen, maar anderzijds is het echt een heel mooi geheel, haast een raamvertelling, waarin je in aanraking kan komen met allerlei volksverhalen van andere en/of oude culturen. Zoals Pjotr van Lenteren schrijft in de Volkskrant: “Prettig respectloos vertelt hij de verhalen dwars door elkaar heen.”*

De Bron is De Bron niet met alléén het verhaal. Want écht, de afbeeldingen van Djenné Fila zijn geen afbeeldingen te noemen. Het zijn kunstwerken. Zonder twijfel. Ik hoop echt dat deze prenten uitvergroot in een museumzaal komen te hangen, zodat ze nog beter en door nog meer mensen bekeken kunnen en zullen worden. Het is echt zo goed gemaakt, al in het eerste verhaal waarin Gaia Nour de wereld laat zien en er steeds meer invloeden van de mens te zien zijn, wordt het verhaal verder verteld door Fila. Ze vliegen langs gazellen, giraffen, waar mensen met speren te zien zijn. Op de volgende plaat zie je nog een mens met speer op een ijsbeer jagen, terwijl hij op een rots in het water staat. Van links naar rechts zie je opeens mondkapjes in het water verschijnen, raakt de vogel op de volgende bladzijde erin verstrikt, om vervolgens op z’n ruggetje dood op de grond te liggen. Bij het verhaal van de Nart en het op de paarden springen, is een prachtige, warme, haast magische tent te zien, met licht en dieren. Je hoort de muziek al om je heen, het feest in het donker in de woestijn, met veel hectiek, de samenkomst van mensen en de grootte van de inwijding. Fila’s enorme creatieve vermogen draagt zóveel bij aan de sfeer van het verhaal en maakt het werkelijk een geheel waar je alleen maar u tegen kan zeggen. Ik heb nog niet vaak boeken gezien met zulke mooie illustraties.

Er valt niet veel meer over De Bron te zeggen dan dat het een kanjer van een boek is. De slechterik uit de ene oorsprong komt samen met de ‘goeierik’ uit de andere oorsprong. Kunst stelt de vraag wat we kunnen leren uit alle verhalen die we vanaf het begin der tijden uit alle culturen kennen. Nog meer integratie van verhalen van het Afrikaanse continent had ik mooi gevonden, maar keuzes. Zo is er bijvoorbeeld, als je spreekt over het inwijdingsfeest, een mooi parallel te trekken met de Hamarstam in Ethiopië. Daar bestaat de traditie dat jongeren over runderen moeten springen om als volwassen gezien te worden, ook nu nog. Daarentegen is het mooi om te zien dat er verhalen uit Indonesië, Australië, het Midden-Oosten, Noord- en Zuid-Amerika en Europa gebruikt zijn, net als uit verschillende religieuze heilige boeken, door allerlei tijdlijnen heen. In de toelichting achterin komen ook volkeren uit (West-)Afrika meer terug. En al die verschillende verhalen van verschillende continenten uit verschillende tijdvakken leert ons weer: Er zijn nog zoveel verhalen om te ontdekken en dat maakt een boek zoals dit zo mooi. Je leert wat, kunt je eigen kennis er aan vasthaken en zo wordt je wereld groter.
Het is een boek over duurzaamheid, omkijken naar elkaar en zorg dragen voor de aarde. Dit ligt er heel dik bovenop, maar het is ook wel verfrissend om dit echt in fictie terug te lezen zonder dat er blokken met feiten of anderszins non-fictie gebruikt worden. Kortom: absoluut een aanrader om te lezen en te bekijken voor jongeren vanaf de middelbare school en zeker ook voor volwassenen.

Marco Kunst, De Bron, illustrator Djenné Fila, Lemniscaat, 2026, 273 blz., 9789047716808

*Lenteren, P van. (2026, 15 januari). Prettig respectloos verweeft Marco Kunst de mythen die we juist nu hard nodig hebben. De Volkskrant. https://www.volkskrant.nl/boeken/prettig-respectloos-verweeft-marco-kunst-de-mythen-die-we-juist-nu-hard-nodig-hebben~b9cbfb9a/

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *