Na ‘Het lichtschip’ trekt ‘Gras’ direct de aandacht. Beide geen dikke boeken, geen uitgesponnen verhaal, wel een strak geschreven roman met hier en daar een zinnetje dat wat extra’s vertelt over een karakter of een situatie dat je doet glimlachen. In de ene een bokje dat mede een onderwerp is, in de andere is het gras dat voor de mens mede het ritme van de dag bepaalt. Het lichtschip werd in mei 2021 gelezen, hieronder een fragment uit de post dat op Instagram werd geplaatst.
Gras beslaat een tijdsperiode van 1848 tot 1954 waarin drie generaties van tuinbazen worden belicht, de hoveniers bij buitenhuizen die kortweg gezegd zorgdragen voor het onderhoud van het gras. De tuinbazen die met hun gezin afhankelijk zijn van de eigenaren voor wonen en werk terwijl ook hun levensloop bepaald kan worden. Eén van de beoogde opvolgers werd in een andere richting gedirigeerd.
Doorheen de verhalen van de beschreven levenslopen worden verschuivingen in tradities waargenomen. Niet in het minst door omstandigheden in de geschiedenis zoals beide wereldoorlogen en een volgende stap in de industriële revolutie dus ontwikkeling van materieel, hier met name met betrekking tot het maaien van gras en ook vervoer. Over educatie en emancipatie valt vanzelf ook iets te zeggen. Een tijdsbeeld ontstaat. De verschuivingen in tradities, aanzien – rang en stand zijn niet alleen door maatschappelijke veranderingen ontstaan, altijd of steeds meer spelen de financiële aspecten van onderhoud ook een grote rol.

De gegeven stamboom voorin is helpend mocht er enige verwarring ontstaan door eenzelfde naamgeving, de traditie van vernoemen. Deel 1 beschrijft de periode van Dirk die start in 1848 en waarin ook wordt verteld over diens vader, de eerste tuinbaas van Broeckvoorde. Dirk was de derde, de tweede was Dirks schoonvader. In het verhaal is duidelijk beschreven waarom en hoe. Deel 2 gaat over Willem Pieter sr. Hij is de beoogde tuinbaas maar wordt het door de beslissing van de jonkheer niet, wel zijn jongere broer Gerrit. In het derde deel maken we nader kennis met Willem Pieter jr., de derde zoon van Willem Pieter sr.
Het tweede deel waarin Piet een moment in de Hortus in Groningen verblijft is interessant in het licht van de evolutietheorie en Piets opvattingen ten aanzien van geloof afgezet tegen het feit dat hij zijn ‘lelietjes-van-dalen buiten het voorjaar tot bloei‘ wist te trekken.
‘Hou je de wortel koud, dan wacht de plant. Ik oogst de wortelstokjes, koel ze in de ijskelder, en als ik wil dat ze uitlopen, poot ik ze in de broei. Als de temperatuur goed is, en de vochtigheid ook, komen ze uit. Ook in de winter.’
In de Hortus zegt professor Moll: ‘Geen lust gevoeld de tuinbouwschool te volgen? Uw kennis te verdiepen? Inzicht in de achterliggende principes vergroot de vreugde van het vakmanschap, geeft de richting.’ en meer. Piet antwoordt: ‘Het werk in de tuin heeft vooral mijn vreugde in de kennis van Gods schepping verdiept. Ik heb gezien hoe goed alles gemaakt en ingericht is door de Allerhoogste.’
Moll zegt iets over de bevruchting bevorderen van een dadel, de dadelpalm die uit de Hof van Eden kwam zo zijn vader weer zei, over het een handje helpen van bestuiven. Zou daar toch het zaadje zijn geplant voor het in ieder jaargetijde lelietjes kunnen kweken? Of volgt hij het voorbeeld van zijn vader die ook zoals Moll zegt: ‘wij tuinlieden, we maken betere bomen uit mindere exemplaren. We verbeteren de schepping.‘ Een interessant gesprek kan ontstaan door alleen al deze passage uit ‘Gras‘ waarbij veredeling en meer aspecten betrokken kunnen worden ten aanzien van tuinbouw en geloof. Maar ook met betrekking tot de zogenaamde kruidendokter die later een grote rol speelt.
Gras, leest vlot en laat zien dat iets kleins groot verteld kan worden waarin door gekozen woorden volop beeld wordt gegeven terwijl er voldoende ruimte blijft voor eigen verbeelding. Geen overdadig schrijven wel met stijl en heldere taal waardoor je een duidelijk verhaal leest dat veel informatie geeft over het leven van gewone burgers dat een tijdspanne van 100 jaar omvat.
Gras, iets kleins dat wat voor arbeidsverhoudingen en maatschappelijke waarde generatie op generatie van groot belang was en nog kan zijn. Gras dat aan het eind vol emotie wordt beteugeld.
Graag gelezen. Nog een Deen zal volgen, Onder de mensen, blijkt al even in de boekenkast te staan, maar De Wadden is ook niet gelezen.
Mathijs Deen, Gras, Alfabet uitgevers, 2025, 176 blz., 9789021340111

Mathijs Deen – Het lichtschip
Lichtschepen hadden altijd een bepaalde magie. Vuurtorens hebben dat ook. Een baken op zee en op land. Ja, ook land. ’s Nachts oriënteren (de vroegere droppings en bij nieuwe maan) aan de hand van een licht. Het hoge licht van West-Kapelle, Haamstede en iets verder lichtschip Goeree. Even de intervallen tellen, en je wist welke richting je op moest. Behalve als je bij mist op de dijk stond. Luisteren naar een misthoorn gaf een indicatie. Een vuurtoren is iets vanzelfsprekends als je aan zee opgroeit. De interesse geef je blijkbaar door. Vele vuurtorens bezocht.

Een boektitel met ‘lichtschip’ trekt de aandacht. Maar wat met die niet te plaatsen bok voorop?
Een geitenbokje wordt door de kok meegenomen aan boord bij een volgend ‘Groot Vervang’. Een Indisch recept ligt hieraan ten grondslag. Het bokje gooit roet in de dagelijkse voorspelbaarheid van het leven op het schip. Een bok wil weg. Mannen die geen van allen breedsprakig zijn, met eigen werkzaamheden, afwisselend wachtlopen, een logboek bijhouden. Zij blijven. Twee weken, op en af. Zee, hemel, weer en de mens.
Een lichtschip blijft op dezelfde plek. In weer en wind. Ook als de zee en de hemel één wordt. Er wordt door anderen smalend gedaan over hun leven op zee. Ze varen nergens heen terwijl zij juist koers geven aan hen die voorbijgangers zijn.
‘Voor hen is de zee een tussendoor, voor ons is de zee een bestemming.’
Het bokje geeft plezier, een verandering in de routine tot weeromslag en een terugkerend verschijnsel uit vroeger tijden, de sfeer doet bepalen, handelingen in gebreke blijven. De goede maaltijd wordt gemist. Letterlijk.
Wie dit kleinood heeft gelezen, zal deze novelle onthouden. In zo goed getroffen zinnen staat een compleet verhaal over een relatief onbekend onderwerp. Lichtschepen zijn uit de vaart. Deze bemanningen verleden tijd. Verhalen en gebeurtenissen leven voort. Hoe een kleine verandering een geautomatiseerd systeem als een op elkaar ingespeelde bemanning volledig uit koers kan brengen. Een bijna lieflijk begin drijft af naar een sluipend grimmiger eind.
Prachtige novelle.
Mathijs Deen, Het lichtschip, Thomas Rap, 2020, 128 blz., 9789400406605
Gelezen 26 mei 2021
