26 mei 2026

Lida Dijkstra – Verhalen voor de Vossenbroertjes

Ieder kind wil verhalen horen en dat geldt voor dierenkinderen net zo goed. Reinaerdijn en Rosseel zijn de nakomelingen van de beroemde en beruchte Vos Reinaert, die hun vader alleen heel vroeger hebben gekend. Weet je nog? De sluwe vos had zichzelf zo in de nesten gewerkt dat hij alleen met een ultieme list aan de straf van koning Nobel kon ontsnappen: Reinaert bood aan om als boetedoening op pelgrimstocht te gaan. De koning ging akkoord en verbande hem daarmee uit zijn rijk.
Reinaerdijn en Rosseel groeien daarom alleen met hun moeder Hermeline op. Door haar verhalen weten ze dat Reinaert een held was; de dorpelingen zwijgen over hem.

Bruun de beer, speciaal gezant van koning Nobel, is echter een andere mening toegedaan. Wanneer hij de welpenkinderen op de markt op dieverij betrapt, besluit hij hen thuis te brengen en wat regels te onderwijzen. Hij ziet dat ze een aardje naar hun vaartje hebben: dat kwaad moet in de kiem gesmoord worden.

‘Een kwade boom brengt kwade vruchten voort. Hun rekel van een vader ken ik beter dan me lief is.’

Dus als Hermeline het “jankte-als-een-hond-verhaal” vertelt waarin Reinaert als held wordt gepositioneerd, voelt Bruun zich genoodzaakt om het “kaal-als-de-vollemaan-verhaal” als tegenhanger te brengen. Wonderkip Coppe was bij iedereen aan het hof geliefd maar toen werd ze bruut vermoord. ‘Heer Bruun, denk aan de sfeer. Onthoud dat u te gast bent,’ ‘Daarom, mevrouw, noem ik niet de naam van de booswicht die haar keelde’.
De lezer kan echter al bedenken dat de vader van Reinaerdijn en Rosseel bedoeld zou kunnen worden. In het begin van Bruuns verhaal wordt een hint gegeven wanneer Reinaerdijn tussen neus en lippen door automatisch uitroept dat hij van kip houdt, volgend op het eerder voorbijgekomen ‘aardje naar hun vaartje’.

Waar het verhaal door de inhoud en metrische vorm al een feestje is om te lezen, wordt het met de tekeningen van Thé Tjong-Khing nog geweldiger. Naar goed middeleeuws gebruik zijn de eerste letters van een hoofdstuk als een initiaal versierd en zijn ze een scène uit het vervolg in het klein. Zoals we van deze illustrator gewend zijn hebben de afbeeldingen humoristische trekjes en worden heel soms engere details niet geschuwd. Daarbij moet gezegd dat het boek echt geschikt is voor jongere lezers: er wordt dan wel ergens gesproken van ‘een stukje vel [van Bruun] uitsnijden’, het woord ‘villen’ wordt niet genoemd. Je ziet op het plaatje dat daarbij hoort dan wel een mes dat op Bruun gericht wordt. Dit is het engste uit het boek dat je tegenkomt; op de andere illustraties staan alledaagse taferelen uit het leven van de vosjes.
Thé is sterk in het neerzetten van dieren. Door de stand van ogen, mond en lichaamshouding krijgen de personages emoties en vergeet je dat je een fabel leest. Ook dit past in de geest van de schrijver (Willem die Madoc maakte) van het bronverhaal Van den Vos Reynaerde.

Hongerig als de vosjes zijn, luisteren ze gretig naar Bruuns verhalen over Reinaert, ook al is hij dus niet zo positief als hun moeder. Na het zien van een toneelstuk op de jaarmarkt en het horen van geroddel in de herberg denken ze na over de kanten van hun vader die ze mogelijk niet kennen. Als ze op de begraafplaats terechtkomen waar Reinaert verantwoordelijk wordt gehouden voor de dode dieren daar, is hun onzekerheid groot.

‘Ze misten hem. Hij was de leukste en de beste. Of was hij toch niet zo dapper en grappig geweest? Maar leugenaars en moordenaars waren toch nooit iemands vader?’

En zo wordt Verhalen voor de Vossenbroertjes een boek dat meer is dan in middeleeuwse stijl bedachte schelmenverhalen. De jonge lezer van nu zal het thema schuld-onschuld en het hebben van familie er ook in ontdekken. Het boek is een waardig vervolg op het verhaal van Reinaert de Vos, dat van zichzelf ook meer inhoud over de maatschappij van toen bevatte dan op het eerste gezicht lijkt. Overigens is dit verhaal van Lida Dijkstra eveneens op zichzelf te lezen, omdat de kern uit Reinaert de Vos herhaald wordt waardoor het niet strikt noodzakelijk is om eerst kennis te nemen van het bronverhaal.

De eerste druk van Verhalen voor de Vossenbroertjes verscheen in 2011 en het is erg fijn dat dit boek door deze vierde druk in 2026 weer beschikbaar is. Een werkelijk prachtige uitgave door vertelwijze, de taal, de illustraties en in alle opzichten zorgvuldige vormgeving door Erik Thé Design. Voor wie het verhaal van Reinaert nog niet kent of ook de Vossenbroertjes niet is het een tip om eerst het nawoord te lezen waarin de schrijver een en ander uitlegt over het origineel en vertelt over haar aanpak met betrekking tot dit vervolg. En hoe leuk is het dat er ook nieuwe delen zijn toegevoegd ‘als versgevallen sneeuw’ aan van Madocs eeuwenoude ‘Van den vos Reynaerde’.

Verhalen voor de Vossenbroertjes: een geweldig (voor)leesboek met een serieuze en humoristische noot! Dit lees je voor je én met plezier, en zo steek je ook nog wat op van geschiedenis waarin aspecten die in de huidige samenleving niet onbekend zullen zijn.

Lida Dijkstra, Verhalen voor de Vossenbroertjes, ill. Thé Tjong-Khing, Luitingh-Sijthoff, 128 blz., 4e druk 2026, 9789021061498.


Benieuwd naar een recente bewerking van het originele verhaal? Eerder verscheen Het onvergetelijke verhaal van Reinaert de Vos (vanaf groep 8).


Meer van Lida Dijkstra:
Lida Dijkstra & Djenné Fila – Het beest met de kracht van tien paarden
Lida Dijkstra & Djenné Fila – De wonderverteller
Lida Dijkstra & Djenné Fila – Schaduw van Toet

Lida Dijkstra & Laury Tinnemans – Het ruilspel
Lida Dijkstra & Hanne Snel – Sipke ziet sterretjes
Lida Dijkstra & Harmen van Straaten – Sipke op het kaatsveld
Lida Dijkstra & Harmen van Straaten – Sipke komt op stoom

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *