door Ria en Mireille
Tijdens de Middag van het Kinderboek 2026 sprak illustrator Irina Filcer over de verbeelding van oorlog in prentenboeken *). Ze liet enkele boeken zien die de Lezersgoud-lezers bekend of enigszins bekend waren. Daarom werden de in de thuiscollectie aanwezige samen met de uit de bibliotheek geleende titels goed bekeken. Het is bijzonder om te zien dat iedere maker van een prentenboek anders omgaat met het oorlogsthema waardoor er heel verschillende werken voor je liggen. Op deze pagina een indruk met de oproep om de boeken vooral zelf te lezen en te bekijken.

De dag dat oorlog naar Rondo kwam
De dag dat oorlog naar Rondo kwam is door Oekraïense auteurs gemaakt, een jaar nadat Rusland de Krim in bezit nam. In 2022 is het naar het Nederlands vertaald, toen hetzelfde land andere delen van Oekraïne aanviel. Dit prentenboek toont de veerkracht van een bevolking.
De bladzijden bestaan uit stukken tekst met veel plaatjes: getekende figuren en collage-achtige bestaande afbeeldingen. Zoals posters van reisbestemmingen omdat de papieren vogel Zirka van reizen houdt. De figuren die de fictieve stad Rondo bevolken zijn verzonnen en lijken niet op mensen, maar zijn wezens met allemaal een bijzondere eigenschap. Daardoor kan ieder kind zich in hen herkennen.
De pagina’s zijn licht en de vrolijkheid spat ervan af. Rondo heeft een verzameling bijzondere zingende bloemen die de bewoners veel vreugde bezorgen. De inwoners zorgen daarom ook graag voor de flora en hun omgeving.
Als het nieuws komt dat er oorlog onderweg is, is de spread donker met grote letters ‘oorlog’, geflankeerd door tanks, helikopters en donkere stekelige bloemen. De helikopters zijn getekend met de vorm van steekmuggen. De kaart van Rondo vertoont gaten en kapot geschoten gebouwen.
Het donker neemt de stad over. Zirka, Danko en Fabian verzetten zich tegen Oorlog door te proberen met hem te praten en vervolgens de stenen terug te gooien die eerder op Rondo vielen. Als dat niet werkt verzinnen ze een plan waar de zingende bloemen, het licht en alle stadsbewoners voor nodig zijn.
Het verhaal kent een goede afloop vanwege de veerkracht van de personages en de bereidheid om op hun eigen manier te vechten voor de stad. Het is niet zomaar eind goed-al goed: iedereen is veranderd door de oorlog, door fysieke aandoeningen of door vervelende herinneringen. De makers laten zien dat bloemen echter altijd weer terugkomen, net zoals de klaprozen in de Eerste Wereldoorlog.
Andriy Lesiv en Romana Romanyshyn, De dag dat oorlog naar Rondo kwam, vert. Sylvia Vanden Heede, Lannoo, 38 blz., 2022, 9789401486378

Wachten op de barbaren
Kleurige bladzijden met mannetjes die er hetzelfde uitzien: bruin uniform, hoge helm en grote ogen waar hun (soms koddige) gezichtsuitdrukking aan af te lezen is. Het verhaal opent met het gerucht dat de Barbaren komen. De hele stad wordt in opperste staat van paraatheid gebracht: met een megafoon wordt de boodschap verspreid, de lang ongebruikte kanonnen worden afgestoft en iedereen tuurt vanaf de kasteelmuren richting de bergen en het bos. Achter het kanteel zie je een zwaard naast een vergeten voetbal liggen.
De Barbaren krijgen ondertussen grootse eigenschappen toegedicht: ze zouden niet bang in het donker zijn, kunnen hun adem lang inhouden en sluipen stil door de bergen. Maar waar zijn die uitspraken eigenlijk op gebaseerd? Bedrijvigheid alom in de stad, alleen moeten de inwoners wel erg lang wachten op de Barbaren. Het is dan ook een onbetrouwbaar volk. Misschien zijn ze wel bang geworden door alle grote vlaggen en medailles op de uniformen.
Denken over ‘de vijand’ kan verschillende vormen aannemen, laat Olivier Tallec zien, en niet alle gedachten zijn op feiten berust. Eerst zijn de Barbaren een afschrikwekkend volk, vervolgens zijn ze de boeman omdat ze zich niet laten zien en op een gegeven moment krijgen de stedelingen zelfs wat medelijden met hen (‘we hopen dat ze niet verdwaald zijn’).
Al met al komen ze tot de conclusie dat wachten op een vijand die niet komt geen zin heeft en bergen ze hun kanonnen maar weer op. Wat te doen met de tijd die vrijkomt nu ze niet meer hoeven wachten? Gelukkig weten de mannetjes met hun hoge helmen andere en leukere manieren van vrijetijdsbesteding.
Geschikt voor een jonger publiek vanaf 6 jaar.
Olivier Tallec, Wachten op de barbaren, vert. Marita Vermeulen, De Eenhoorn, 38 blz., 2025, 9789462918788

Het huis van Vasha
Op het omslag staat een huis met een boom op een open vlakte tegen een donker wordende hemel. Één rode klaproos steekt tegen de overwegend blauw-groene afbeelding af.
In dit prentenboek voor oudere kinderen zijn de platen leidend en is de tekst daar ondersteunend aan. De dierenpersonages en andere details zijn in donkere kleuren geschilderd, soms tegen een lichte achtergrond.
Een groep stedelingen komt langs Vasha’s huis gerend en waarschuwt haar om voor het leger weg te vluchten. Maar zij heeft dieren en een moestuin om voor te zorgen.
Een herder met één geit komt bij haar schuilen. Beteuterd kijkt ze hoe de geit de wortels opeet. Er zijn echter meer vluchtelingen en Vasha deelt graag eten, kachelwarmte en het huis.
Binnen zingen ze, terwijl buiten het gerommel van het leger dichterbij komt. Dan valt de sneeuw, wat Filcer prachtig heeft verbeeld met bladzijden die steeds witter worden. De sneeuw brengt geluk: het huis is onzichtbaar geworden en de soldaten marcheren voorbij.
Het verhaal eindigt goed en hoopvol met de lente die daarna zichtbaar wordt. De rode klaprozen spatten van de bladzijden af. Het huis van Vasha is een blijvend onderdak voor de vluchtelingen geworden. Ze vergeten niet wat er is gebeurd, maar kunnen wel gezamenlijk de toekomst in.
Irina Filcer, Het huis van Vasha, De Eenhoorn, 44 blz., 2024, 9789462917996

Boem! De kleurenstrijd
Ximo Abadía laat in Boem! zien hoe een oorlog ontstaat. Het lijkt misschien een simpel idee om dit aan de hand van een meningsverschil over een lievelingskleur te doen, maar oorlogen worden heel vaak gevoerd om een klein verschil van inzicht. Een verhaal met een duidelijke moraal.
De kleuren rood, groen en geel domineren de bladzijden. Zo is in een oogopslag voor een jonger publiek duidelijk dat er vrede heerst tussen de naast elkaar liggende dorpen. Het gedoe begint met twee jongens in de twee dorpen die een verschillende lievelingskleur hebben en daarover ruzie maken tot ze volwassen zijn.
Dan verspreiden ze leugens over elkaar en herhalen die vaak. De bevolking gelooft dit fake news / propaganda na een tijdje en wordt bang. De mensen geven de schreeuwers de macht omdat ze denken dat zij een einde aan de angst zullen maken. Het leven wordt alleen maar ellendiger: andere kleuren dan rood of groen mogen niet meer bestaan, de dorpen worden geïsoleerd door muren en daarna bestookt met bommen. Tot de machthebbers allebei een superbom naar elkaar afvuren: alleen een wereld zonder kleur blijft over.
Ximo Abadía, Boem! De kleurenstrijd, vert. Tine Poesen, Pelckmans, 50 blz., 2022, 9789464019285

Oorlog
In dit boek staan slechts enkele regels tekst, vooral de indrukwekkende platen vertellen het verhaal. Er staat niet meer dan nodig op de bladzijden: soms enkele bomen (rechte stammen met rechte zijtakken), soms zelfs alleen een grote schoen. Bijna minimalistisch, en het werkt.
Je ziet hoe zwarte slangen door een brandend bos naar een leeg landschap glijden, waar een zwarte vogel richting een flatgebouw uit wegvliegt. Daar zoom je in op een man in een uniformjas waar spinnen en kruipbeestjes op zitten.
‘Oorlog neemt de vorm aan van alles waar we bang voor zijn.’
De man is een personificatie van het begrip oorlog, maar wel een onpersoonlijke: je ziet hem niet in het gezicht maar van achteren of met een helm op.
De auteurs hebben meer algemeenheden in ogenschijnlijk simpele afbeeldingen gestopt. Bij de prent van de man die een berg boeken in brand steekt, staat de regel ‘Oorlog heeft nooit verhalen kunnen vertellen’. Een volgende plaat toont grijze fabrieken met goederenwagons die oorlogsmaterieel fabriceren. In oorlogstijd gaan ook mensen over een fabrieksband heen want ‘oorlog maakt kinderen gevoelloos’ en ieders toekomst wordt onzeker.
Sterk gedaan zijn ook de spreads met de bommenregen en een landkaart met de plekken waar die bommen neerkomen. Zonder tekst herkent iedereen direct wat er te zien is. De symboliek van de slangen, de raaf, de spinnen en het haviksmasker spreekt voor zich. Het is een somber prentenboek, met alleen donkere kleuren. Er is geen hoopvol einde, want dat beoogt deze uitgave ook niet. Het laat zien wat oorlog is, welk effect het heeft op de leefomgeving van de mens. Daarin slagen de auteurs voortreffelijk.
José Jorge Letria en André Letria, Oorlog, vert. Berd Ruttenberg, Hoogland en Van Klaveren, 2025, 64 blz., 9789089674937


*) In haar lezing werd ook Varenka van Bernadette genoemd, een uitgave waar Vasha op gebaseerd is. Varenka is veel uitgebreider in tekst, is een hervertelling van een Russische volkslegende waarin het orthodoxe geloof een rol speelt.
Ook de boeken van El Pintor werden genoemd, t.w. El Pintor’s Toverboek van 1001 nacht en El Pintor’s reizen, wat Hassan zag.




