Nieuwsberichten over de chipindustrie en hoogwaardige technologie hebben altijd een link met Azië en China in het bijzonder; Europese landen sturen sinds enkele jaren vlootverbanden naar de Zuid-Chinese Zee om de vrije doorvaart te bevorderen; Japan heeft een defensiewet zelfs opnieuw geïnterpreteerd om zich weerbaarder te kunnen opstellen. Het wordt onrustiger in Oost-Azië.
Emeritus hoogleraar Aziatische Bedrijfscultuur Rien Segers zet uiteen welke rol Taiwan in dit gebied speelt en waarom de rest van de wereld daar meer over na zou moeten denken.
Er is een kans dat je het boek Taiwan. Het nieuwe geopolitieke brandpunt alleen oppakt als je al enigszins begrijpt dat het eiland (ongewild) een strategisch belangrijke ligging heeft. Ondanks dat ik het nieuws redelijk volg, heeft het boek me veel geleerd. Krantenartikelen en journaaluitzendingen focussen vaker op China en minder op Taiwan alleen. Segers draait het om, want door in te zoomen op Taiwan vertelt hij gelijktijdig veel over China en de relatie tot de regio.
De auteur kan bogen op veel kennis van en ervaring in het gebied, haalt af en toe een bezoek aan bijvoorbeeld een Chinese universiteit of Taiwanese instelling aan. Het is te prijzen dat hij anderen bondig en gedetailleerd wil informeren over een onderwerp waar weinigen met hem in thuis zijn.
Taiwan is een jonge democratie, sinds 1996 pas. Tot die tijd was het eiland vaak een kolonie, viel o.a. na de Tweede Wereldoorlog een tijd onder China. In de jaren 1945-50 vond er een burgeroorlog in China plaats tussen de Chinees Communistische Partij (CCP) van Mao Zedong en de Nationalistische Partij/Kuomintang van Chiang Kai-shek. De Kuomintang verloren en weken uit naar Taiwan om te herstellen. Taiwan noemden ze ‘Republic of China’ terwijl Mao sprak van ‘People’s Republic of China’ en van de hoofdstad Taipei als ‘Chinees Taipei’. (Segers gebruikt hier bewust de Engelse benamingen omdat het wereldwijd “duidelijker” is waarover je spreekt.)
Dit is de basis van de conflictsituatie die sindsdien constant dreigend aanwezig is. De Kuomintang hebben het eiland nooit verlaten en vormen sinds de vrije democratische verkiezingen de oppositiepartij. Zij verkondigen de stelling dat Taiwan bij China hoort en onder dezelfde regering moet vallen, de Democratische Progressieve Partij heeft de opvatting dat Taiwan een zelfstandige staat is.
In drie hoofdstukken beschrijft Segers de Taiwanees-Chinese relatie vanuit het perspectief van beide landen en behandelt mogelijke toekomstscenario’s. Dat twee landen politiek tegenover elkaar in de wedstrijd staan, valt te begrijpen, maar de situatie is veel ingewikkelder geworden doordat de staten economisch en technologisch sterk met elkaar verweven zijn. Tot een paar jaar geleden investeerden Taiwan en China miljarden in elkaars bedrijven en waren er veel Taiwanese bedrijven met productielijnen in China. De bestuurders werden zelfs meestal verplicht in China te wonen (wat voor hen de toestand opleverde dat ze politiek tegen de Chinese uitingen moesten zijn maar economisch met hun gastland in de pas moesten lopen). Beide landen zijn overigens voor de import van voedsel en energie afhankelijk van de buurlanden.
Sinds Xi Jinping aan het hoofd van de CCP staat is het een gegeven dat Taiwan ingelijfd en gesinificeerd dient te worden. De auteur gaat goed in op het machtsmechanisme van de CCP en de tactieken van Xi. Het belangrijkst is dat hij Taiwan internationaal probeert te isoleren met o.a. het Belt & Road Initiative (BRI/De Nieuwe Zijderoute) waardoor landen in stemmingen van de Verenigde Naties met China meestemmen. Het helpt ook niet dat de VN in 1971 een resolutie hebben aangenomen waardoor niet Taiwan maar ‘Peking’ de republiek van China vertegenwoordigt en de meeste landen Taiwan daarom officieel niet helemaal als zelfstandige staat erkennen.
In het laatste hoofdstuk worden mogelijke toekomstige oorlogsscenario’s beschreven. Want dat er iets zal gebeuren, staat vast, daarvoor heeft Xi het annexatiebeleid te veel aan de partij en met zichzelf verbonden. De Chinese krijgsmacht is inmiddels sterk genoeg om Taiwan aan te vallen, zo laten diverse bronnen zien, en er wordt zelfs de periode 2027-30 aan verbonden. Er zijn echter ook grote afhankelijkheden voor China die nog te onzeker zijn om een aanval echt door te zetten. Kan China wel rekenen op zijn bondgenoten, nu o.a. Rusland in zijn eigen oorlog verwikkeld is? En kan Taiwan eveneens bouwen op zijn van oudsher beste bondgenoot: de Verenigde Staten?
Segers vertelt nog veel meer over onderliggende redenen dan ik hier doe. Wat in elk geval duidelijk moge zijn, is dat een militaire poging tot inlijving in welke vorm dan ook, grote gevolgen zal hebben voor de hele wereldhandel.
Taiwan is dus een uiterst informatief boek en geeft in een kort tijdsbestek veel duiding aan een licht ontvlambare situatie. Achterin kan de lezer in het notenapparaat verwijzingen naar andere relevante literatuur vinden, waaruit valt af te leiden dat Europa langzaamaan meer oog krijgt voor Taiwan. Hopelijk kunnen regeringen nog diplomatieke invloed uitoefenen en kan er een ‘lose-losesituatie’ afgewend worden. De tijd zal het leren.
Rien T. Segers, Taiwan. Het nieuwe geopolitieke brandpunt, Balans, 2026, 224 blz., 9789463824866.
Taiwan is ook opgenomen in het dossier Veiligheid en weerbaarheid op deze site.
