Op de valreep van 2025 las ik De klootzakkenboom van Thijs Goverde nog uit. M’n laatste boek van het jaar, maar zeker niet het minste. Ik lees niet zoveel non-fictie, maar aan een boek over (even oneerbiedig gezegd) moestuinieren begin ik met plezier. Zeker nadat Thijs Goverde uit z’n werk voorlas op de uitgeverij Blauw Grasmiddag en er wat context werd geboden. Een boek over politiek én zijn voedselbos (het moestuinieren dus…), daarvoor ben je bij mij al helemáál aan het goede adres.
Goverde begint met het idee waarom hij een aantal hectare heeft gekocht om een voedselbos op te starten. Eerst begonnen zijn buren gek naar zijn verwilderde voortuin te kijken. Een tuin met dor blad, een zooitje en een gebrek aan beleefd gazon. Of zie je een plek waar onder datzelfde dorre blad lieveheersbeestjes kunnen overwinteren, er genoeg voedsel is voor wormen om vervolgens jouw tuin weer van lucht en voedingsstoffen te kunnen voorzien en natuurlijke bestrijdingsmiddelen in de vorm van zweefvliegen tegen de bladluizen? Naast een visieverschil met de buren, is daar natuurlijk ook de politieke onrust in de wereld. Hoe ga je daarmee om? En je moet minstens voor een x-aantal dagen eten in je noodpakket hebben voor jezelf. Op zich kun je jezelf met een voedselbos – of natuurlijk met een kleinere moestuin, wel van voedsel verzekeren. En zo wordt een mooie parallel getrokken met zowel de politiek, de natuur en de eigen hobby’s.
Ik heb echt interessante kennis opgedaan, bijvoorbeeld over de geschiedenis en hoe er regel op regel op regel is… geregeld. Als een regel niet werkt, dan pas je niet de regel aan, maar maak je een nieuwe. Bijvoorbeeld: Over hoe boerengrond nu per hectare wordt gesubsidieerd en boerderijen daarom steeds groter in plaats van effectiever worden. De boer wordt niet betaald voor de producten, maar voor het grondoppervlak – wat allerlei negatieve gevolgen heeft. Nu is daar dan weer bijgekomen dat je alleen nog je subsidie krijgt als je aan 21 milieueisen voldoet. Eén van die regels: “Je mag niet bemesten of gifspuiten in een strook van 5 meter breed naast een sloot die onder de Kaderrichtlijn Water valt, tenzij al deze bufferstroken samen meer dan 4% van je land uitmaken, dan mag je ook 3 meter aanhouden, of als het dan nog steeds meer dan 4% van je land is, 1 meter tenzij de sloot zelf breder is dan 10 meter. Valt de sloot echter buiten de Kaderrichtlijn Water, dan moeten deze bufferstroken 3, resp. 1, resp. 1/2 meter breed zijn. Maar als de sloot tussen 1 april en 1 oktober droog staat hoeft het sowieso maar 1 meter te zijn.” Zoals Goverde toelicht: eigenlijk bedoelt de overheid dat er niet teveel gif in het water mag, maar dat is zo ingewikkeld gemaakt dat de boeren de sloten maar volstorten met aarde, waardoor de uitkomst van de som een negatief gevolg is voor ons milieu en landschap in plaats van een positieve. Ja, dán snap je als lezer wel dat boeren niet zo dol zijn op de milieuregels van de overheid. En het belang van zelf (onbespoten!) planten in je tuin zetten dringt dan nog meer tot de lezer door. Voor iedereen ligt er een taak, maar ook iedereen kán wat doen.
Het boek is haast een novelle en heeft ook wel wat weg van een pamflet. Er staat veel in, Goverde weet wat-ie wil schrijven, wat hij wil zeggen, wat er gezegd moet worden. Anderzijds staat er dus wel heel veel in en doe je echt veel kennis op, niet alleen over politiek, maar ook over planten, combinaties of waar je moet zoeken als je bepaalde kennis wilt opdoen. Tevens staat er een heel uitgebreide bronvermelding bij, dus de lezer kan alles nog eens nazoeken.
Thijs Goverde gebruikt natuurlijk de nodige humor en ironie om het een en ander toe te lichten. Op de Blauw Grasmiddag hadden we tijdens het signeren een gesprek over de naaktslak – en de onmogelijkheden van dat beest, wat wel helpt tegen de naaktslak, wat we allemaal al geprobeerd hebben. Toen kwam ik bij hoofdstuk 16. Dat heet om te beginnen al ‘De slakken en ik’. Ik heb echt hardop gelachen en aan meerdere mensen passages voorgelezen. Het is zonde om het hier over te typen (“Daarvoor moet je het zelf maar lezen”), maar geloof me, alleen de opbouw naar het woord “Slakpocalyps” is al geweldig. En dan komt daarna nog de toelichting over de horrorlente 2024, waarin het gevecht met de naaktslak gaande was, je won het niet, de naaktslak overwon, en wij tuinliefhebbers zullen het nooit meer vergeten.
De klootzakkenboom is echt een goed boek, lollig, maar ook heel belangrijk. Over hoe er veel kan tegenzitten, maar we de hoop niet moeten verliezen. Zoals de titel van het huidige regeerakkoord: Aan de slag!
Ps. Meneer Goverde, als je ooit nog een dag hulp nodig hebt in het voedselbos, ik hou me aanbevolen…
Thijs Goverde, De Klootzakkenboom, Blauw Gras, 144 blz., 9789493374294
