In de titel ‘Gaza’, dan weet je bij voorbaat dat je een verhaal gaat lezen dat niet licht zal zijn. Het geeft een indruk van een stevige geschiedenis. Een Palestijns verleden trekt voorbij aan de hand van schrijvers, dichters en titels. Toch las het prettig door vertelwijze, het is geweld tegenover woorden. Je wordt nog meer betrokken doordat ‘De boekhandelaar van Gaza’ is geschreven vanuit de tweede persoon.
‘De huizen zijn nog slechts kapotgeslagen ribbenkasten. … Op elke straathoek wordt je blik door iets aangetrokken. Hier een blauwe deur die nog ongeschonden is. Daar een doorgebogen lantaarnpaal. Verderop een achtergelaten fiets tegen een stuk weggeslagen muur. Alles is gestold in een absurde logica waarin elk geïnventariseerd object is ontdaan van een functie, een nut, een bestaansreden.’
Een fotograaf-journalist is in Gaza voor een reportage en ziet al lopend door kapotte wijken een straat waarin nog wel iets overeind staat. Een oudere man zit lezend voor een boekhandel en de fotograaf denkt een foto te nemen. Die foto komt er uiteindelijk. Eerst vertelt deze man, Nabil, zijn levensverhaal.
De raamvertelling die een soort rust uitstraalt terwijl er bepaald nogal wat is voorgevallen in het leven van de boekhandelaar, zijn familie, zijn vrienden, zijn volk, zijn leven. Het geheel geeft met sterke beelden steeds een stukje prijs van de zesenzestig jaar waarover hij vertelt. Soms aan de hand van een vraag, een boek of gedicht, dan weer verder waar hij de vorige dag was gebleven. De eerste die je als lezer tegenkomt is ‘Het menselijk lot’ van André Malraux. Natuurlijk zoek je even op waarover dit boek gaat. Je ziet staan: ‘is een meeslepende, tijdloze klassieker, die onverminderd van belang blijft.’
De boekhandelaar weet dat de fotograaf dit boek nodig heeft, geeft het te lezen en zegt erbij:
‘Dat boek heeft oorlogen, revoluties en opstanden doorgemaakt. Het is hier blijven liggen toen buiten alles instortte. Het heeft hele generaties voorbij zien komen en het heeft de tand des tijds doorstaan. Het gaat over een andere tijd, maar wie goed leest, ziet dat het over vandaag gaat, over onze levens, het uwe en het mijne. Daarom is het een goed boek. Een goed boek is een wereld, een toevluchtsoord en een spiegel.’
Vervolgens blijven je ogen gericht op een gedicht van Mahmoud Darwish. ‘dat jullie mensen zijn net als wij’ (…) ‘dat we mensen zijn net als jullie.’ Je leest met interesse over zijn kindertijd, geboren in 1948 in de buurt van Haifa nadat die nacht hun dorp was aangevallen. Een uittocht volgde en bracht hen naar een kamp dichtbij Jericho en de Dode Zee. Onder erbarmelijke omstandigheden groeide hij op. Een kamp werd een stad. Een vluchtelingenstatus werd een basis van identiteit. In de hoofdstukken Jabalia hebben de boeken Hamlet, Is dit een mens en het boek van Job een plaats. ‘Overal kinderen, kinderen en nog eens kinderen. Kruipend, in de armen van hun ouders, onderuitgezakt in het stof of als bezeten rondrennend.‘
Moussa, zijn oudere broer, had het geboortedorp nog gekend en het werd voor de familie hun paradijs. Hij las en las en dacht door kennis een weg te vinden uit deze ellende, ieder te bevrijden.
Hij wist dat dat hij op een dag deze plek zou verlaten … Want hij was meer dan een vluchteling, meer dan een kind van ellende. Hij was een belofte, hij werd gekenmerkt door zijn droom. Een sprankje leven dat zich niet liet doven. – Maar de hoop vervloog.
Nabil vertelt verder over Jabalia dat net als de hele Gaza-strook onder Egyptisch beheer staat. Voedsel wordt er dan wel geleverd door UNRWA en onderwijs kan er worden gevolgd. Hij ontmoette een Frans schrijver die met iedere leeftijdsgroep een toneelstuk instudeerde: Hamlet. Vervolgens wordt Is dit een mens opengeslagen en zegt dat Primo Levi hem waarschijnlijk het leven heeft gered. Wie enige kennis van de geschiedenis heeft zal begrijpen dat ook de Zesdaagse Oorlog voorbijkomt. Moussa weet Nabil nog net toe te fluisteren: ‘Lees. Lees tot je er gek van wordt. Maar lees, broertje. Lees.‘ Lees om te begrijpen. ‘Begrijpen, koste wat kost. Onvermoeibaar zoeken naar het hoe en waarom. En naar de manier om uit deze dodelijke hechtenis te ontsnappen.’
Op een gegeven moment schiet door je hoofd, het kan niet erger worden – na de zesdaagse, alle tanks, luchtaanvallen, verliezen, puin, ellende – het was al erg ervoor, het is alleen maar erger geworden. Nabil vroeg zich ooit af ‘welk offer hadden we verzuimd te brengen dat we zoveel doden moesten zien?‘
‘Chaos, vernedering, vernieling. Veel Palestijnen hebben hun hele leven lang niets anders gekend. Net als veel Israëliërs ook hun hele leven lang de Palestijnen alleen als terroristen hebben beschouwd. Deze verdraaide beelden verklaren waarom een verzoening onmogelijk is.’
Nabil komt voor studie in Caïro terecht. Er ontstaan een paar vriendschappen die blijven en tegelijkertijd niet eenvoudig zijn door latere gemaakte keuzes. De geschiedenis komt dichterbij het heden. Het huis van de terugkeer wordt aangehaald en uit een andere dichtbundel gedeclameerd. Een vriend verdwijnt naar Libanon. Nabil krijgt met zijn vrouw een zoon. En toch:
‘Heeft iemand niet eens ooit geschreven dat je geluk herkent aan het geluid dat het maakt als het verdwijnt?‘ want hoe moet of kun je nog blij zijn, recht doen aan iets moois als je ervaart: ‘Wij zijn slechts de gebroken spiegels van hen die ons gemaakt hebben’? Generatie op generatie in eenzelfde situatie en die situatie werd voor hem persoonlijk nog erger waardoor hij nog meer dan ooit las en herlas.
‘Zesenzestig jaar lang leven we al met deze strijd. We kennen eigenlijk niets anders. We zijn er nog steeds. Als geesten, elke dag wat minder zichtbaar voor anderen. En voor onszelf. Zoals we in de ogen van de wereld altijd al zijn geweest.’
En dan mag de foto worden gemaakt. ‘Verloren tussen zijn boeken, zoals hij ook verloren is in deze ongerijmde, razende en onmenselijke wereld.’ In het nawoord vertelt de schrijver dat hij sinds 2014 regelmatig contact heeft kunnen hebben met Nabil. Na 7 oktober 2023 niet meer. Slechts enkele bladzijden met tekst van Mahmoud Darwish werden als laatste getuigen van een bestaan teruggezien.
‘De boekhandelaar van Gaza’ is indrukwekkend wanhopend verschrikkelijk in gebeurtenissen en tegelijkertijd vol mooie medemenselijkheid waarin verhalen als een hoopgevend baken tot overleven, een rode draad doorheen alle leed van ontheemding en gruwel. Zeer beeldend geschreven, het is of je erbij zit, je ruikt het stof, voelt de zon of kou, je hoort een scala aan geluiden en proeft bijna de koffie en de dadels. Geef het door. Lezen en herlezen.
Op de zijflap is te lezen dat de schrijver een Marokkaans-Frans docent, schrijver en islamaloog is. De vertaalrechten van dit boek zijn inmiddels aan zestien landen verkocht. De Nederlandse vertaling – je merkt niet eens dat je een vertaling leest – is gedaan door Ursula Teijink. Ik hoop van zowel schrijver als vertaler meer werk tegen te komen.
Rachid Benzine, De boekhandelaar van Gaza, vertaler Ursula Teijink, Atlas Contact, 2026, 144 blz., 9789025478155
Mogelijke doorlezer bij interesse:
Adania Shibli – Een klein detail
