13 april 2026

Stern Nijland – Kiki en het kikkerkoor

‘Ergens in een sloot langs de kant van de weg,
misschien wel bij jou in de buurt, begint het voorjaar.’

De eerste kikkers horen betekent voorjaar. De bruine kunnen eind maart al kwaken terwijl de groene uit ‘Kiki en het kinderkoor’ vaak pas eind april/mei hun niet te missen geluid produceren. Soms lijkt het of je het kikkerkoor de hele zomer hoort, vooral als je ’s avonds buiten zit of de ramen open hebt. Niets is minder waar. Tot half juli hoor je de mannetjes hun geluid produceren, indruk maken op de dames, en als je geluk hebt zie je er eentje hun kwaakblazen groter maken. Alleen de mannetjes? Ja, en laat het nu net dat zijn waarover in dit mooie prentenboek gaat. En meer.

Kiki en het kikkerkoor valt op door de frisse en tegelijkertijd zachte kleurstelling. Het wakkert het lentegevoel aan! Wie inzoomt op de omslagillustratie ziet muzieknootjes, een roze hart, maar ook een baton. Attributen die onderdeel zijn van dit dappere verhaal waarin óók Kiki haar eigen lied wil kwaken.
De schutbladen zijn plaatjes op zich. Natuurgetrouw blad in diverse vormen dat is gestempeld met daartussen in fantasiebeeld een krekel spelend op de viool. Met een lach zie je hoe het diertje de strijkstok met twee pootjes hanteert intussen balancerend op een waterlelieblad. Het in losse letters gestempelde motto ‘Kwaak je eigen lied‘ komt werkelijk als kwakend over, een treffende visuele representatie. In detail kom je in het gehele prentenboek slakjes tegen. Een weetje hierover lees je in het colofon als ook waarvoor het gekwaak van de kikkers is bedoeld.

Na het mooie intro met de meerkoet, watertorretjes en meer klein watergewoel ziet de kijker de brildragende kikker van de omslagillustratie terug. Kwaakzaam, zo hij heet en dirigent van het kikkerkoor De Kwaakmakers, staat rechtop de boel van jong tot oud (zie het oculair) in toom te houden. Ieder mannetje zingt het hoogste lied, de baton geeft de maat aan. In een hoekje zien we de kikker met het roze hart terug, Kiki dus. Zij mag niet deelnemen aan de repetities. Simpelweg om de reden dat ze een meisje is. De adoratie voor de mannetjes zoals de rest van de damesmeute heeft is haar vreemd en al helemaal niet met het verafgoden van de dirigent. Ze zwaaien zelfs met vlaggen en spandoeken. Ze wil zélf zingen! Het liefst meezingen in het koor.

Kiki kan doordat ze allerhande karweitjes opknapt voor het koor wél dichtbij de muziek komen en een en ander erover opsteken. Met een varenblad en wat lijkt een blad van een vrouwenmantel – de planten houden beide van een vochtige omgeving – worden de kikkerheren tijdens hun kwaakpauze ter afkoeling toegewuifd. Kiki heeft haar pootjes er vol mee, maar geniet zichtbaar van de muziek. Zou ze ook de torretjes en andere insecten als versnapering hebben opgescharreld?
’s Avonds in het weiland ver weg van de sloot oefent Kiki er heel zachtjes van hartelust op los. Alleen met de maan, de sterren en soms de wind. Totdat de maan haar vraagt waarom ze niet meezingt in het koor.

‘Omdat alleen mannetjeskikkers kwaken,’ antwoordde kleine Kiki. /  ‘Wat oneerlijk!’ vond de maan. / ‘De dingen zijn nu eenmaal zoals ze zijn,’ zuchtte Kiki.’

Het gesprekje lijkt iets los te maken bij Kiki., toch blijft ze assisteren. Tot er haar een zangnootje ontsnapt. De verdrietige Kiki wordt weggestuurd. Alleen, maar niet ontmoedigd. Mede door de krekel van het schutblad die dan het verhaal inspringt. Het publiek en het koor worden de stuipen op het kikkerlijf gejaagd. Een onverwachte gast grijpt zijn prooi. De maan en de wind spelen een rol in het omdraaien van kansen. Wat eerst lijkt op ‘boontje komt om zijn loontje’ verandert door hulpvaardigheid, dapper doorzetten en een vliegensvlugge actie in ‘de aanhouder wint’ en ‘blijf in jezelf geloven’ zodat het motto ‘kwaak je eigen lied’ ten volle naar voren komt.

Kiki en het kikkerkoor’ is een fantastisch gelaagd prentenboek vol mogelijkheden. Je stapt echt in de wereld van de kikkers en het kikkerkoor. Door de wijze van illustreren en de toegepaste technieken ervaar je dat de lente in aantocht is. De emoties van de dieren zijn sprekend en treffend gevangen. De verschillende gebruikte tinten groen geven in combinatie met de geweldige stempeltechniek een heel natuurlijk gevoel en maken het een levendig geheel.

Een leuke opdracht is om te zoeken naar welke diertjes er allemaal aan de oever, op of onder het wateroppervlak te zien zijn. Fantasie is met bestaande elementen vermengd. Sommige zoals de vegetatie zijn natuurgetrouw neergezet, andere niet, bijv. de vissen. De mix maakt het leuk voor jongere kinderen, het onderscheiden ervan maakt het voor hen een zoekboek, terwijl het herkennen en benoemen van planten een uitdagende opdracht is voor oudere kinderen. Leuk is ook de aandacht voor grappige details, bijv. de boomstammetjes als krukje, een waaier of een ring om een poot. Hoe vaker je kijkt, hoe meer je ziet.
Jongere kinderen schrikken mogelijk eerst van de flink vergrote reigerkop – prachtig gedaan!, sterk in emotie en blik – terwijl oudere kunnen opmerken dat in dit verhaal een gedeelte van de voedselkringloop voorkomt. Een les biologie is hiermee aangereikt.

Maar toen, op een ochtend, …. ‘ De tekst leest heerlijk voor, niet in het minst ‘nota bene’ door woorden als wuiven, idool, gunst, oplettende, eentonig, regelrecht, repeteren, daverend, wegscheren, onbenullig, je keel schrapen en waardoor je wat te vragen hebt. Overigens kun je uit de context en door de illustraties de betekenis ervan begrijpen en anders kun je iets bespreken. Het valt op dat de letter K van kikker vaker naar voren komt, bijv. (kooi)karpers, kwaken, koorknaap, krekel, kikker, Kiki, kabbelen. Eén woord aan het eind zal de lachers op de hand hebben. Hebben kikkers flappers? Reden om een informatief boek op te zoeken, leer je gelijk iets over amfibieën, waaronder de kikker valt.

De vrolijke lichte illustraties worden afgewisseld met dynamische iets donkere en of engere waarin de spanning wordt opgevoerd en de emotie van dat moment spreekt. Het voelt heel natuurlijk dat de elementen met name in het fictiegedeelte een actieve rol spelen. Voor kinderen is het onderscheid tussen fictie en non-fictie hierin goed te maken. De maan mist bijv. diepte en valt daardoor op, ook de wind is platter en beide hebben daardoor duidelijk een andere rol in het geheel. Ze krijgen als het ware meer mee van de totale wereld. Verdiepende vraag kan zijn: heeft het weer invloed op een situatie van natuur, dier of mens? Of hoe verhouden de maan en de wind in dit verhaal zich tot de mensenwereld: de ene spreekt zich uit, de ander houdt zich afzijdig of is de ene een denker en de ander een doener?

Niet alleen dapper zijn, doorzetten of voor jezelf opkomen is een thema, een feministisch tintje kun je eveneens opmerken als je leest dat ‘alleen mannetjeskikkers kwaken’ dus de mannetjes het (ook) bij de kikkers voor het zeggen hebben. Gelijkwaardigheid! Even later staat er in stempelletters: ‘dat hoort niet!’ Geweldig hoe Kiki er maling aan heeft en niet alleen haar droom waarmaakt, maar ook de held van de dag is. Van dienstbaar meisje tot de ster van de avond!

In Stern Nijlands ‘Kiki en het kikkerkoor’ komen observaties, kennis, creativiteit en vertelplezier als vanzelfsprekend samen wat het tot een tijdloos waardevol prentenboek maakt.

Compliment voor de boekverzorging door Marc Suvaal.
Lees en bekijk ook graag Mens en Dier en Het dierendoodboek.

Stern Nijland, Kiki en het Kikkerkoor, Lemniscaat, 2026, 38 blz., 9789047718567

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *