Mijs is twaalf, zit op de middelbare school en sinds een jaar geleden is niets meer hetzelfde. Haar broer Joes is overleden. Ze is boos, klasgenoten gaan haar uit de weg, haar vader wil de spullen van Joes opruimen, haar moeder wil dat alles blijft zoals het was. Het enige wat niet blijft is Joes zelf, hij komt niet terug en praten lost dat niet op. Haar ouders en haar therapeut denken van wel, maar Mijs praat niet. De therapeut komt met het idee van een Rouwbot, een AI-versie van Joes.
Het onderwerp rouw (voor kinderen) vind ik interessant en was de voornaamste reden om dit boek op te pakken. Hoewel ik de (filosofische) thema’s in De zomer die alles was goed vond, vond ik dat verhaal minder prettig lezen door de hoeveelheid metaforen waardoor niet alle uitspraken passend leken bij de leeftijd van hoofdpersonages. Het was fijn te ervaren dat Duizend stukjes overal dat minder had, waardoor het beter las, zeker de eerste helft. De leeftijd van Mijs voelde wisselend, ze is 12 jaar, maar voelde soms juist jonger of ouder.
Het benoemen van de datum/het jaar van overlijden voelde voor mij niet relevant t.o.v. het inhoudelijke verhaal. De verwerking van het onderwerp AI m.b.t. rouwverwerking vond ik interessant en ook deze vorm van AI heeft voor- en nadelen. Gezien de achterkant had ik de verwachting dat het een groter onderdeel van het verhaal zou zijn, het zet wel voldoende aan tot nadenken. De oorzaak van het overlijden van Joes komt ook niet heel duidelijk aan bod. Ergens maakt Mijs een opmerking waaruit de lezer iets kan opmaken, maar voor het verhaal is het ook dat, net als verdere uitwerking van AI, niet belangrijk.
Het gaat over rouw, wat het is en kan zijn, welke (filosofische) levensvragen het met zich meebrengt. Wat is echt, wat is nep, wat is dood, wat is levensecht? Duizend stukjes overal is daarmee een goede nominatie voor de Ludoqprijs 2026.
Het verhaal laat mooi zien dat iedereen op verschillende manieren rouwt (iets doen en niet praten of bijv. juist wel praten), dat psychologen daardoor ook niet voor iedereen dé oplossing zijn, dat je houding iets anders kan uitstralen waardoor je mensen afstoot (anders dan hoe je je voelt en de interpretatie die je er zelf aan geeft), dat rouwen ook kan betekenen dat de ene ouder een kamer wil opruimen en de andere ouder juist niet, dat voor jezelf de wereld stilstaat en niet voor even, maar voor anderen alles gewoon doorgaat (of lijkt te gaan). Je mag de tijd nemen, ook om te zoeken naar hoe rouw voor jou werkt en wat jou helpt. Mijs en Bowie, de beste vriend van Joes, lijken dit beiden te onderzoeken en vinden elkaar. Omgaan en praten met elkaar levert andere perspectieven op. Een mooie ontwikkeling voor Mijs is het letterlijk stilstaan en langzaam weer in beweging komen, om letterlijk te bewegen: weer dansen.
De rol van mevrouw Klimt is ook het benoemen waard, vanwege haar empathisch vermogen, het zien van Mijs als leerling en niet als ‘de zus van’. Erg fijn, sowieso hoop ik dat iedere leerling een docent zoals zij heeft/ontmoet. De verwijzing hierin naar het eerste boek van Overman is goed, het laat zien dat iedereen wel iets meemaakt en meeneemt. Het levert ook herkenning en begrip op.
Een paar rake gedachten van Mijs die ik tegenkwam, die herkenbaar zijn of waarvan ik de gedachte van een kind kan volgen:
– ‘We. We bestaat nu uit haar ouders en zij.’
– ‘Dansen kan je oefenen, tot je de pasjes uit je hoofd kent en steeds losser en vrijer kan bewegen. Heel anders dan het leven. Daar bestaat geen choreografie voor.’
– ‘Groot verlies. Joes was 1.70, dat is groot. Maar haar dode hamster was klein, dat heet kennelijk geen rouw. Alleen maar verdriet. Haar hamster heette Buffel. Buffels zijn wel groot. Misschien maakt dat nog verschil.’
– ‘Ben je nog beste vriend als je beste vriend dood is?’
– ‘Met praten komt een overleden iemand niet terug.’
Mariska Overman, Duizend stukjes overal, Kluitman, 2025, 188 blz., 9789020628234
