Er is hommeles in het bos. Vos merkt het direct op als hij tijdens zijn rondje door het bos even aanwipt bij Bonkie voor de thee. Een traan ontsnapt, een verdrietig snuitje, je krijgt bijna direct medelijden met het hondje van het omslag.
Hij vergeet zelfs door alle narigheid Vos een eigengebakken koekje aan te bieden terwijl hij opsomt wat hij deze ochtend zag en hoorde en intussen koekjes blijft eten. Dat er zoveel ruzie is kan Vos zich totaal niet voorstellen. Bonkie noemt juist dieren op die de grootste vrienden zijn. Ze gaan samen op pad om poolshoogte te nemen.
Beer en Das staan lijnrecht tegenover elkaar te bekvechten wie de mooiste vacht heeft. Eekhoorn racet met een zaag voorbij en een muizenfamilie staat letterlijk te piepen. Hun huisje is vernield door een ongelukje. Het oplossen hiervan is een zwaar karwei dat door de sterke beer zo is gepiept. De reparatie van het huisje is zo opgelost door Bonkie de graafkampioen. En dan vragen ze zich af waar Evert toch is gebleven?
Een verhaal dat meerdere onderwerpen en emoties bevat en bij de leeftijd invoelende en passende illustraties. De schutbladen zijn de start van het verhaal met Bonkies huisje aan de bosrand. Onderaan zie je zoals overal in het boek de liefdevolle aandacht voor bloemen en insecten. In het huisje valt veel te benoemen, niet alleen hoe Bonkie woont maar ook wat hij graag doet of waarvan hij houdt. De emoties zijn zowel van de dierensnuitjes af te lezen als uit de tekst op te maken. Verdriet, ongeloof, blijdschap, boosheid of een paniekgevoel om er een paar te noemen.
Uit het verhaal komt duidelijk naar voren hoe je kunt helpen door naar elkaar te luisteren en een kleine helpende hand te bieden. Samenwerken en zorgen voor elkaar hoort hierbij alsmede gebruik maken van elkaars talenten en niet onnodig door blijven gaan zonder resultaat.
‘Bonkie is niet blij’ is een prentenboek dat zowel voor kleuters als iets oudere kinderen van ong. 7-8 jaar prima is in te zetten. Dieperliggende emoties komen aan bod en uitgebreidere informatie wordt gegeven. In de grotere stukken tekst met veelal korte zinnen is het mogelijk gedetailleerde woorden of uitleg weg te laten bij heel jonge kinderen zonder dat de verhaallijn onduidelijk wordt wat aangeeft hoe goed alles in elkaar steekt. Natuurlijk lees je bij kleuters alles voor want een moeilijker woord is verrijkend en draagt bij aan begrip en woordenschat. Bijv. hoe verhouden muisjes/muisstil en beer/beresterk zich tot elkaar? Bibberend, beschamend, bezeerd en opschepperij zijn naast goed voor woordbetekenis ook prima voor een woorddictee bij wat oudere kinderen.
Een rollenspel is ook een mogelijkheid door de verschillende karakters en eigenschappen waardoor inzicht kan ontstaan in eigen handelen. Een tekenles ontrolt vanzelf aan je oog. Hoe teken je een boom – de potloodlijnen zijn nog te volgen -, fronsende wenkbrauwen of hoe geef je diepte aan je tekening en/of met een groter-kleinerperspectief? Een vraag kan ook zijn of je alles heel gedetailleerd moet uitwerken om bijv. een bloem te zien? Met deze optie weet je zeker dat een prentenboek ook voor bovenbouwkinderen inzetbaar is.
De altijd mooie illustraties in afgewogen kleuren van Gitte Spee en een rijke, goed voor te lezen tekst met veel mogelijkheden maken het tot een toegankelijke en goede aanrader. Bonkie, een personage waarmee je je kunt identificeren met als toetje een koekrecept. Hoe leuk en lekker: vlekjeskoekjes van Bonkie!
Gitte Spee, Bonkie is niet blij, Leopold, 2021, 32 blz., 9789025880972
