14 september 2026

Lucy en Donker – Karst-Janneke Rogaar

‘Donker is de naam. Als je me echt wil zien, moet je het licht uitdoen.’
‘Waarom?’
‘Omdat dit maar een pietepeuterig klein stuk van me is. Ik kan toch ook niet aan jouw teen zien wie jij bent?’

Wat een mooi prentenboek. Een boek dat veel meer is dan tekst en illustraties die samen een (krachtig) verhaal vormen. Lucy en Donker is een boek dat kinderen of de lezer algemeen kan helpen met begrepen voelen in de angst of onbekendheid van het donker. Het donker doet niets, maar is op zijn best zonder enige vorm van licht. Het is geen monster, maar ‘je moet gewoon even aan me wennen.’ Het donker is overal, dat is niet eng, want het donker zegt ‘ik ben bij je’.

Binnen is het donker kleiner, vertrouwder, misschien behapbaarder, buiten is de nachtelijke wereld vol met nieuwe geluiden en geuren. Donker is er in verschillende maten, kleuren, tinten. Afhankelijk van de lichtbron en ruimte. Als je ogen gewend zijn en goed kijkt, zie je in het donker veel meer. In een snelle blik zal je donkere platen zien, maar als je de tijd neemt zie je ook hier meer. In het donker wordt ook Lucy zich bewuster door haar andere zintuigen te gebruiken. Toch ‘ziet’ Lucy ook iets: dat het donker niet eng is.

In prentenboeken word je meestal automatisch naar de tekst getrokken, omdat deze ‘waarschijnlijk’ het verhaal vertellen. De prenten trekken dit keer als eerste mijn aandacht en blijven daar t.o.v. andere prentenboeken langer hangen, de tekst voelt soms ‘bijzaak’. De prenten vertellen op zichzelf al het verhaal van donker, nacht en licht. De goed weergegeven emoties van Lucy en de verschillende tinten donker en gebruikt tekenmateriaal dragen daar zeker aan bij. Het maakt dat je de geluiden van de nacht, de dieren en de zee in je hoofd hoort als je de paginagrote platen ziet.
De tekst is overigens niet écht bijzaak, want de tekst is helder, raak en soms ontroerend. Samen één. Dat is het geheim van het donker én een goed prentenboek. Laat de schutbladen ook zeker je leesbeleving verlichten en verwarmen, want die horen voor 100% bij het verhaal.

Door gebruik van donkere kleuren die tegelijkertijd warm aanvoelen, komt de sfeer van een donkere nacht goed over. De donkerte op een donkere, beangstigende en minder fijne manier, maar ook het donker als iets moois. De herkenbaarheid dat donker niet altijd fijn is en de herkenbaarheid dat donker er altijd is; één is met alles. De geruststelling dat donker altijd weer verdwijnt als de zon opkomt (of het licht aan gaat) en alles nog voor je ligt met het beginnen van de dag. Het gebruik van je andere zintuigen als je ogen anders moeten kijken en wat het spel is van licht en donker: schaduwen. Op een mooie manier wordt donker uitgelegd en daarmee lichter gemaakt.

Het verhaal doet mij ook denken aan onderstaande regels die ik ooit eens vond en zijn blijven hangen:
wie ’s nachts slaapt,
kan niet begrijpen
wat licht en duisternis zo anders maakt
wie ’s nachts slaapt,
is minder bang voor de dag,
ook dat is waar.

Misschien voelt het niet altijd zo, dat is oké, maar ontdek en ervaar de schoonheid van het donker met Lucy en Donker. Ik hoop dat iemand Karst-Janneke Rogaar een prijs geeft voor dit boek, specifiek de jury van de Ludoqprijs 2026?

Met jou erbij zie je niet waar het ene stopt en het andere begint.

Karst-Janneke Rogaar, Lucy en Donker, Querido, 2025, 40 blz., 978045131641

Nadat Lucy en Donker een Zilveren Griffel kreeg toegekend zet ik, Ria, wat ik schreef 5 april 2025 eronder:

Een eerste blik in het boek en ik was verkocht. Die blik was niet eens in een fysiek exemplaar, maar via een post van Karst-Janneke Rogaar zelf direct na uitkomen.
In de eerste boekhandel die ik binnenliep en het al in de collectie had heb ik het zonder verder inzien meegenomen.

Dit boek met het onderwerp ‘donker’ liet mij staan voor een groot rechthoekig raam op een zolder. In het donker, geen licht aan, geen gordijnen, een zolder voor opslag met krakende houten planken. Het uitzicht was voor een kind ver, weids. De sterren, de maan. Je kon de tijd in het donker aflezen van de kerktorenklok en als het openstond hoorde je bij bepaalde wind de zee. Het donker achter je was een dichte massa, als je gewend was aan het donker het uitzicht veel.

In zomertijd was er verblijf aan een andere zee. Verschillende campinggasten gingen bij laag water vissen. Je hoorde ze soms ’s nachts terugkomen.
Op een avond nog voor middernacht een boel stemmen in het donker, ‘kom gauw!, de zee geeft licht!’ Velen vliegensvlug een trui of jas aan over pyjama’s en bijna rennend over het strandpad door de duinen om daarna allemaal stil zich te verwonderen over de lichtjes dansend op het water. Zeevonk, hoe een bijzonder verschijnsel in het donker.

Iedere zomer minstens een keer om een uur of vijf opstaan, de kilte van de nacht nog niet verdwenen, ook het pad op. In alle vroegte en stilte dieren spotten in de duinen. Vaak konijnen en hazen, soms een hert, een uil en bij schemer de vroege vogels.
Wat zag je veel in het donker en het bijna licht.

’s Nachts ben je samen één.’ zegt Lucy tegen Donker.
En zo is het.
Als het echt donker is, enkel de maan of een vuurtorenschijnsel, zie en herken je ontzettend veel en is het nooit eng.

Wat een prachtig boek. Zoveel in verwerkt aan gevoel, emotie. Hoeveel kinderen kunnen hierdoor angst laten verdwijnen en het donker als gewoon en erbij horend zien. De meest bijzondere van 2025.
.
Dat ik niet de enige in huis ben die dit boek bijzonder vindt lees je in de bespreking over het werkelijke verhaal van ‘Lucy en Donker’ door Irene, hierboven.
.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Secret Link