13 april 2026

Edward van de Vendel – Ik ben grappig maar nu even niet

door Mireille en Ria

Kinderboek bij de Maand van de Filosofie 2026

Mikolas en Aurika wonen bij Ebbe en Heleen in huis, al drie jaar. Van tevoren hadden ze allemaal niet gedacht dat ze zo lang huisgenoten zouden zijn. Aurika en haar zoon Mikolas zijn namelijk voor de oorlog in Oekraïne het land uit gevlucht en de moeder van Ebbe heeft hen onderdak geboden. Zo kreeg Ebbe er ineens een oudere broer bij! Iemand die met hem gamet en naar video’s van comedians kijkt.

In verslagvorm schrijft Ebbe aan zijn juf over hoe het thuis gaat. In de beginperiode van de crisissituatie waren Miko en Aurika vooral blij en dankbaar dat ze ergens veilig konden wonen na hun vlucht uit Marioepol. Ze verwachtten dat de Oekraïense soldaten snel de overwinning op de Russen zouden behalen zodat ze weer naar hun eigen huis konden terugkeren. Na drie jaar oorlog is de realiteit echter dat ze nog steeds in de kamertjes onder Ebbe en Heleen wonen en ze in de ‘wachtstand’ staan.

Zo is er naast deze vier personen een vijfde personage in beeld gekomen: de Stilte. Ebbe beschrijft hoe de moeders steeds minder met elkaar praten en ook Miko zich afzondert in zijn kamer, geen leuke broerdingen meer met hem doet, de broer waarmee hij juist zo blij is. Hoe is hij zo veranderd en wat doet dat met Ebbe zelf? Je bent nooit maar één persoon, je hebt verschillende rollen.

Juf, als je samen in hetzelfde huis woont kun je niet de hele tijd maar één persoon zijn.

Ebbe was altijd grappig, vertelt hij aan het begin van ‘Ik ben grappig maar nu even niet’. Dat hij dat werd had hij te danken aan de president van Oekraïne of beter gezegd doordat Mikolas en zijn moeder iedere dag de nieuwe filmpjes keken van Zelensky. Mikolas vertelt Ebbe: ‘He was comedian, Ebbe. Comedian!’ en na het samen gamen komt de fase van ‘stand-updeskundigen‘. Ze hebben lol over een woordspeling met een trap en Ebbe vertelt over meer fijne momenten. En dan komt de Stilte – die geen naam heeft, overal is, veel lawaai maakt en altijd thuis is – bij hen wonen. Ebbe is zijn humor kwijt. ‘Maar: ik ga dit verslag gebruiken om mijn humor terug te vinden.’

Ik ben grappig maar nu even niet’ geeft een realistisch inkijkje hoe het is om plotseling ’te gast’ te zijn in een ander land waarmee het ook een verhaal is over je ergens thuis voelen. Daarnaast gaat het over thuis horen en over samen met het eigen volk bepalen wat te doen om een land op te bouwen, terwijl alles wat de toekomst betreft nog onzeker is. De genoemde stichting DroneAid is een bestaande stichting. De onzekerheid komt ook tot uiting doordat de Oekraïners een gevoel van onderweg zijn ervaren in de opvang, want wat doe je als een situatie na een eerste crisisperiode niet meer zo duidelijk is?

Door de gekozen verslagvorm voor en van het eindwerkstuk dat het onderwerp ‘wie ben ik‘ moet bevatten, leert Ebbe ook zichzelf beter kennen en begrip ontwikkelen voor de ander en de situatie – de lezer ervaart door deze vorm een pakkende manier om een actualiteit te verwoorden. Het taalgebruik is helder zonder overdadige franje met enkele moderne, soms Engelse woorden waardoor er herkenbaarheid is voor jongeren. Er is een mooie ontwikkeling van de personages door de jaren heen dat dit verhaal beslaat. De twee jongens leren elkaar echt kennen ondanks het leeftijdsverschil en verschil in achtergrond. Eerst is Ebbe nog een echt kind en ziet Mikolas alleen als grote broer, maar beseft en begrijpt hij gaandeweg dat er serieuze indringende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en nog steeds aan de hand zijn.

Over manieren met elkaar om te gaan, over verschillende culturen waardoor de ene anders in het leven staat dan de ander, over verwachtingen, over willen helpen, onzekerheid, identiteit, irritaties over en weer en dat de stilte doorbroken móet worden door praten. Soms weet je gewoon iets zonder woorden en weet je wie je bent.

In dit goed geschreven boek, serieus en met humor, van nog geen honderd bladzijden zijn veel onderwerpen verpakt tot één gelaagd en sterk geheel. Het eerste deel van het boek voelt aan als een intro met vertellen over hoe de stilte tot stand kwam, het tweede deel pakt je beet door oplopende emoties en schrijnende realiteit, je leest in één keer door tot je het ontroert én je het met een lach sluit.

De pakkende mooie omslagillustratie is van Martijn van der Linden, het ontwerp van Roald Triebels. Een treffende weergave – in kleur, karakter, emotie en de leegte van stilte als vijfde persoon.
Achterin staan vragen ontwikkeld door de Stichting Maand van de Filosofie en passend bij het thema van 2026 ‘Ken onszelve’ om door te praten over ‘Ik ben grappig maar nu even niet’.

Edward van de Vendel, Ik ben grappig maar nu even niet, illustrator Martijn van der Linden, Querido, 96 blz., 9789045131818


Longlist en shortlist Ludoq en Socratesbeker 2025 – uitreiking in 2026
Ludoq en Socratesbeker 2024 – uitgereikt in 2025
Ludoq 2023 – week van de kinderfilosofie 13-21 april 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *