Soms kiest een kip een mens voor zichzelf.
Romeo ervaart in zijn gezin dat door (een uitbehandelde) ziekte mensen veranderen, in dit geval zijn ouders. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Jowi Schmitz laat in Kip op je kop zien op welke manier er letterlijke veranderingen zijn in de dynamiek van een gezin. Met hulp van klas- en buurtgenoot Tobi en haar familie, in het bijzonder ook kip Tok, laat dit verhaal zien hoe kinderen met een ziekte van een ouder om kunnen gaan.
Romeo merkt dat hij veel meer mag, maar juist minder wil. Zijn moeder is vaker boos, geïrriteerder en verstrooider. Als ze bang is, lijkt haar hoofd mistig. Eerst was ze altijd heel rustig. Romeo moet vaker boodschappen doen, luistert naar wat er thuis gebeurt en helpt zijn vader bij hoestaanvallen. Hoe meer en langer zijn vader hoest, hoe meer hij hoopt dat de huisarts niet langskomt, want dat betekent slecht nieuws. Het maakt uit welke kleren je aan had bij slecht nieuws. Romeos gele broek is daardoor de broek die hij altijd draagt.
Op school werkt hij hard, want dat zorgt voor afleiding. Staren betekent nadenken. Hij vertelt niets op school over zijn vader, want doen alsof je niet bestaat is beter. Het helpt niet dat een paar klasgenoten hem soms onderweg te grazen nemen.
Romeo merkt op dat zijn vader dingen kan zeggen alsof hij ergens blij mee is, maar eigenlijk vindt hij zijn vader ‘een liegbeest’. Hij wil serieus genomen worden en heeft meer door dan hem soms verteld wordt. Hij denkt na over hoe hij alles moet onthouden, want zijn vader was degene die altijd naar hem luisterde. Nu vertelt Romeo niets meer.
Dan zei hij: ‘Vertel me alles Ro, ik wil het allemaal horen.’ En dat deed ik dan. Maar sinds hij ziek is doe ik dat niet meer, ik ben bang dat het te vermoeiend is, dus probeer ik alles zelf te onthouden. Alleen wordt het steeds meer. Het wordt alleen maar meer.
Hoe moet ik alles onthouden voor als hij er niet meer is? Hoe moet ik het onthouden? Alles, bedoel ik. En als ik het wel onthou. Hoe kan ik het hem dan vertellen?’
Tobi haar moeder is toen ze heel klein was ook overleden. Het levert tussen hen mooie gesprekken en gedachtespinsels op. Over het niet kunnen voorstellen dat zijn vader doodgaat, omdat hij zich nog geen leven kan voorstellen zonder vader. Maar ook weer wel, omdat zijn vader het zelf heeft gezegd en hij kan het weten, omdat het zijn eigen lichaam is.
En dan is daar de kip, Romeo noemt hem Tok. Praktisch gezien wordt Tok al op de eerste bladzijde geïntroduceerd, maar hij leeft dan al even met bovenstaande situatie. Een dier waar hij vriendschap mee sluit en hij af en toe wat van zijn gevoel bij kwijt kan. Hij ervaart dat soms iets delen niet betekent dat ze hem als ‘een gekke (buur)jongen’ zien, maar als iemand met een probleem waarin ze willen meedenken. Hetzelfde op school, iets vertellen kan ook zorgen voor medeleven en meedenken. Het ‘Groeicentrum’ van Tobi’s vader en de kippen zijn een fijne, luchtige lijn van toegevoegde waarde in het verhaal.
Het mooiste en/of fijnste vind ik de manier van schrijven: gewoon en luchtig. Gewoon zoals het (helaas) soms is, gewoon zonder te veel poespas, gewoon zonder ontzettend veel ‘mooie’ woorden, uitingen en (volwassen) realisaties, gewoon aangesloten bij de belevingswereld van een kind. De situatie van Romeo klinkt niet als gewoon, maar toch zijn er veel kinderen die hier mee moeten dealen. ‘Gewoon goed.’ Er wordt niets verbloemd, Romeos emoties en gedachten komen goed naar voren, het voelde realistisch en soms herkenbaar.
Sommige elementen, meer richting het einde, voelen wat snel aan voor een verhaal. Voor een kind denk ik niet storend, want in een situatie wanneer het einde letterlijk snel nadert, moet ook snel gehandeld worden.
Mooi aan Kip op je kop is dat het de veerkracht en inventiviteit van kinderen laat zien. Enerzijds zie je bij Romeo dat er meer van hem gevraagd wordt, bijvoorbeeld het boodschappen doen, anderzijds helpen Tobi, haar familie en de kip hem om met meer lichtheid te kijken naar mogelijkheden en wat nog wel kan. Hulp vragen mag en sommige mensen helpen uit liefde en menselijkheid.
Verdriet en humor kan naast elkaar bestaan. Menselijkheid, naar elkaar omkijken, dieren om je heen en gezelligheid helpen om door te gaan. En een kip op je kop ook.
Kip op je kop is geselecteerd als titel voor De Leesjury 2025-2026, groep 4 (10-12 jaar).
Jowi Schmitz, Kip op je kop, illustraties Jeska Verstegen, Querido, 2024, 199 blz., 9789045130415
