13 april 2026

Annejan Mieras – Alle dagen samen

illustraties Ruth Hengeveld

In ‘Alle dagen samen‘, het nieuwste boek van Annejan Mieras, wordt gespeeld met het begrip tijd in allerlei vormen aan de hand van een kalender. Geen gewone kalender met opeenvolgende getallen volgens de Gregoriaanse kalender, wel eentje die bijzonder momenten bevat zoals gewoon ‘vandaag-de-dag‘. Geen datum dus maar bijzondere dagen die een speciale naam dragen. De titel zegt al dat het niet alleen over dagen gaat, je leest ook over het samen in alle facetten van vriendschap.

Hoe de kalender in het bos op een dag van Vos, Mus en Mol is gekomen weten de drie dierenvrienden ook niet, wel dat het blok papier ineens aan de Oude Eik hangt tijdens hun dagelijkse ontmoeting. Iedere avond zo tegen zonsondergang zien ze elkaar bij deze boom. Een vast baken in de dag en de tijd. Er wordt geconcludeerd dat het mandje eronder voor de afgescheurde blaadjes is. Geen papier in de natuur en iets met hergebruik blijkt later. Het eerste blaadje verdwijnt er uit nieuwsgierigheid naar de volgende dag al gelijk in. Op de volgende staat ‘Geluksdag‘. De reacties zijn naargelang hun karakters: ‘Wat een geluk!‘, ‘Wat een onzin.’ en ‘Eerst maar een nachtje over slapen.‘ waarna ze elkaar welterusten wensen.

Dat het niet zo eenvoudig is om een gelukje te vinden lees je in het volgende verhaal. Mus de energieke spring-in-het-veld met rappe tjilp is voor dag en dauw al zingend op zoek. Voor schooltijd vliegt ze nog even langs Mol de bedachtzame die flink wat onderzoekswerk heeft verricht. Het weiland zit vol hopen. Vos zegt ’s avond eerlijk het geluk sluipend een handje te hebben geholpen, waarmee het geluk niet voor alle dieren in de omgeving meezat die dag. Geluk is duidelijk niet voor iedereen eenvoudig te vinden en Mus kopt erin: ‘Voor geluk heb je wat geluk nodig.’

De kalender blijkt ook zonder datum het dagritme te bepalen en het daarmee samenhangende denken en doen. Het drietal probeert ieder voor zich of door samen te werken de opdracht van de dag uit te voeren. Een trouwdag is ‘heel ingewikkeld en heel veel werk‘ en mondt uit in een ‘trouwe-vrienden-dag‘, hoe mooi kan het zijn? Eenendertig speciale dagen, dus een hele maand, komen aan bod waarbij de ene wat alledaagser is dan de andere. Naast opruimen, vieren, familie zien en mantelzorgen wordt er verrast, uitgezwaaid, geplaagd, gezwegen en achterstevoren onder andere iets gedaan. Je kunt volop aan de slag met associëren en combineren: ga-je-gang en blaas de dag met een pluisje via de regenboog naar een volgend kalenderblaadje.

Als na de geluksdag de snipperdag op het volgende blad wordt aangekondigd geeft Vos verzuchtend aan ‘Het is eigenlijk net niks, zo’n dag. Je kunt niet ver weg.’ Vos heeft daarin gelijk, maar wat Mol de avond ervoor al zei het is ‘Zomaar een dagje vrij om leuke dingen te doen.’ Alle dagen samen lezen? En als het niet uit is, kun je de volgende dag flierefluitend verder waar het bijpassende lilakleurige leeslint tussen de bladzijden ligt.

Dat flierefluitende openslaan doe je ook om de mooie illustraties van Ruth van Hengel. De omslagillustratie geeft de saamhorigheid van de vriendschap weer in natuurlijke omgeving waarna het samenspel van fantasie en realiteit op de schutbladen doorgaat maar dan in vruchten. Grote en kleine illustraties in frisse tinten die rust uitstralen worden afgewisseld met bijzondere details. Sfeervol, mooi, lief, grappig, ontroerend zijn enkele woorden die bovenkomen waaien als je het boek bekijkt. Het geheel ademt een duidelijke liefde voor de natuur. De dwarrelende veertjes, Mol die op de rug van Vos zit of Mol die juist Mus omarmt als het te spannend wordt het zijn allemaal pláátjes. De wegwijzer met Mus kan zo op een ansichtkaart, maar wat is daar en wat is hier? De liefste is de plaat waar de drie met alle innerlijke natuurlijke tegenstellingen die je kunt opnoemen als de Bremer stadsmuzikanten zijn afgebeeld. De allermooiste mag op een poster, Mol met een Taraxacum officinale.

Bij een eerste blik zou een vergelijking met andere filosofische dierenverhalen gemaakt kunnen worden. Een volgende blik – zelfs al na de eerste verhalen te hebben gelezen – laat je al die andere verhalen vergeten. Alle dagen samen bevat verhalen die voor álle jongere kinderen met meer of minder taalgevoel te vatten zijn.
Af en toe komt er een benaming als ‘smiecht’ in voor dat vast de lachers op de hand zal hebben, mogelijk omdat hen een rijtje woorden onbekend is, het leest alvast lekker voor.
Het welterusten wensen in verschillende talen of op diverse Nederlandstalige manieren is een leuke toevoeging. Je leert nog eens iets wat betreft woordenschat en kunt zomaar een talige opdracht bedenken met een ander gebruik. Het even noemen van embargo of resolutie zorgt dat je betekenis uit de context leert halen.
Dat de dieren in de natuur leven is een ‘natuurlijk’, niet dat je in korte verhalen een stukje landschapsbeheer meekrijgt.
Werkelijk in ieder verhaal is iets op te merken, kun je iets uithalen, is er ruimte voor interpretatie of geeft iets inspiratie. De ene leert hoe dieren zich voortbewegen of over gedrag ervan en krijgt soms een lesje graaf- en achterstallig denkwerk, de ander zal zich buigen over woordspelingen, de waarde van vriendschappen of bijv. is sluw zijn en stiekem iets doen ook leuk als het wél mag.

Na drie leesboeken is het even schakelen als je een zo fijn boek als Portiek Zeezicht verwacht aan te treffen. Of natuurlijk Homme en het noodgeval of het met de Gouden Griffel bekroonde Het kleine heelal. Hoe leuk is het dan dat je ontdekt dat dit verhalen zijn die je a) aan jongere kinderen kunt voorlezen, b) die ze later zelf kunnen lezen c) om ze vervolgens of ook in de bovenbouw weer aan te bieden en totaal andere of aanvullende verdiepende gesprekken te hebben. Geen ellenlange verhandelingen over alle belevenissen, maar van een goede lengte waardoor je voor het slapengaan, tijdens het fruit eten op school of waar je maar wilt even kunt voorlezen. Een tip kan zijn om naar voorbeeld van Annejan Mieras een dergelijke kalender op te hangen en de ‘scheurbeurt’ te introduceren aan het eind van de dag, kan de dag worden weggebonjourd.

Een compliment voor vormgeving en drukwerk. Veel aandacht voor bladspiegel, verhouding tekst/illustratie, doorlopende illustratie op het omslag, papierkeuze, heldere kleuren en formaat boek dat de leesbaarheid en het prettig voorlezen alleen maar ten goede komt.

Alle dagen samen is een geweldig strak en nauwgezet geschreven taalfeestje. De variatie in taal en woorden met doordenkertjes, begrippen, synoniemen, uitdrukkingen letterlijk of figuurlijk en meer is er een uit de categorie Goedextra zonder overdadig te worden in superlatieven en waarin de gelaagde humor niet ontbreekt.
In de vriendschap tussen de verschillende soorten dieren gaan kleine irritaties of een plaagstootje samen met naar elkaar omzien, luisteren en samen plezier maken terwijl er ruimte blijft voor gevoelens en elkaars (on)hebbelijkheden.
De karakters en gebeurtenissen worden in zowel illustratieve als tekstuele situaties belicht en emoties of enige hoffelijkheid worden aangekaart. Het is net een mensensamenleving. Want wat doe jij als het ‘opruimdag‘ is, vlucht je dan als Vos voor herinneringen, neem je de Mussenbenen of ben je iemand als Mol en doet alles alleen? Gelukkig is er altijd morgen weer een dag om avonturen te beleven waaraan samen een mooie kleur kan worden gegeven.

Wat een mooie heerlijke bundel in woord en beeld. Even rondbazuinen dat Alle dagen samen een aanrader is en een plaatsje mag krijgen op de volgende longlist Ludoq.

Annejan Mieras, Alle dagen samen, illustrator Ruth Hengeveld, Lemniscaat, 2026, 134 blz., 9789047716266






.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *