Als er onverwacht een boek binnenkomt met illustraties van Marieke ten Berge én tekst van Liesbeth Rosendaal wordt dat niet zomaar op een willekeurige leesstapel gelegd. De nieuwsgierigheid moest even wachten tot er tijd was om die ‘stapel voor de zomer’ aan te spreken. Het actuele onderwerp en het handzame formaat droegen vervolgens bij aan het daadwerkelijk gaan lezen in de zomermaanden.
De omslagillustratie is absoluut zo mooi en een aandachttrekkende. De gekozen achtergrondkleur en die van de rug en letters hadden daarbij niet beter gekund. Voordat je gaat lezen kom je op de schutbladen een geweldige plattegrond tegen met daarop gesitueerd de omgeving waar ‘De wolf en ik’ zich afspeelt. Het geeft een duidelijk beeld en is helpend wanneer je als jonge lezer van ong. 9 jaar twee vertelperspectieven in het begin verwarrend vindt. In het begin misschien, want door de hoofdstukvignetten boven de hoofdstukken van de wolf of Kik zijn deze goed te onderscheiden. De verhaallijn van de wolf wordt uit personaal perspectief verteld en die van Kik uit het ik-perspectief. Voor een veellezer en vaak een goede lezer is dat vast geen probleem.
Wel een probleem is waarmee Kik allemaal te maken krijgt. Soms door eigen toedoen, soms doordat volwassenen iets voor haar besluiten. Na haar spreekbeurt over vogels geeft ze abrupt een bevestigend antwoord op de vraag of ze wel eens een wolf heeft gezien. Ze brengt zichzelf hiermee in een lastig parket. Klasgenoten vallen haar lastig, noemen haar ‘Roodkapje’, zij geeft haar ongelijk niet toe en reageert te impulsief. Aan haar beste vriendin durft ze bij het naar huis fietsen toe te geven dat ze zonder reden met ‘ja’ antwoordde en dat net nu iedereen haar spreekbeurt zo interessant vond. Kik weet wel veel van vogels. Ze gaat iedere zaterdag naar de vogelspottersclub op de Veluwe. Ze houdt van de natuur, van het alleen in alle rust rondkijken.
Hé, laat Roodkapje eens met rust, dan kan ze rustig verder leven in haar eigen sprookje.
Bij thuiskomst na die schooldag ligt er een envelop van de makelaar op tafel. Pap en baba, haar vaders, willen weer naar Amsterdam verhuizen. Iets waar het buitenkind Kik totaal geen oren naar heeft. Enkele blikken op de brochure en haar kamerdeur knalt dicht.
Het drie kwartier fietsen naar de vogelspottersclub geeft haar vaak tijd om over alles na te denken. Ook nu en als leider Jarno bij het clubhuis aankomt is ze nog diep in gedachten. Niet voor lang, hij laat haar het krantenartikel ‘Wolf bijt natuurfotograaf’ zien en eveneens aan de andere inmiddels aangekomen leden. Na een levendig moment waarin ieder zijn gedachten uit wordt door hem de vraag gesteld: ‘Wat heeft meneer Bakker gedaan waardoor hij werd gebeten?’, want een wolf valt alleen een mens aan als het dier zich bedreigd voelt. De wolf ziet de mens eerder als roofdier dan als prooi weet Jarno tegen een volgende bewering in te brengen. Het houdt de gemoederen van de vogelspotters bezig en in het bijzonder van Kik.
Het verhaal over de wolf heeft me onrustig gemaakt. De man uit het artikel heeft vast veel medestanders. Maar wie beschermt die wolf? En waarom weet niet iedereen hoe dat werkt met wolven? Zou de wolf bang zijn? Wat zou de wolf denken als hij mensen ziet?
Vanaf dat moment gebeuren er meerdere dingen tegelijk, lopen de emoties op en gaat de elfjarige Kik er regelmatig alleen op uit. Ze is een sterk observeerder, neemt verschillende verschijnselen waar zoals bijv. de wolfbirds (wie in het genoemde N.P.-park is geweest herkent dat direct) tot ze ook een grote zwarte auto opmerkt, de natuurfotograaf ziet en verbanden legt. Het wordt spannend, zo spannend en gedurfd dat er hulp ingeroepen wordt. Die hulp komt er, niet alleen van haar vriendin maar ook van een andere klasgenoot.
Door de vertelde verhaallijn vanuit de wolf zie je het verhaal zich van twee kanten ontwikkelen. Deze hoofdstukken zijn korter en zijn naast een interessante ook een nuttige afwisseling. Feiten en gedrag zoveel als mogelijk beschreven, het handelen vanuit instinct (en in dit geval gedachten) geven inzicht in gebeurtenissen. Zelf lezen is interessanter dan meer op deze plaats vertellen.
Ze trekt haar lippen op en laat haar tanden zien.’ / Het mens komt nog dichterbij en gooit iets in haar richting. Ze kijkt er niet naar, ze blijft hem strak aankijken.
Een eerste gedachte na het lezen van het fictiedebuut De wolf en ik: een informatief leesboek. Een tweede zet er direct ‘avontuurlijk spannend’ bij. Je merkt aan alles dat Liesbeth Rosendaal een enorm natuurliefhebber is en goed is ingelezen. Soms wil zij bijna teveel feitjes in het verhaal kwijt waardoor de vaart er even uitgaat, zoals in het begin bijv. over de verrekijker of later de duif. Een informatiepagina hiervoor achterin (zoals het handelen t.a.v. de wolf) zou een tip kunnen zijn, geïnteresseerden lezen dat!
Essentiële achtergrondinformatie over de hoofdpersonages zélf wordt daarentegen prima gedoseerd gegeven. De korte uitleg bij het veertje van de Grote Bonte Specht met een emotie van Kik en iets over haar karakter voegt toe. Een moment kan er in het begin worden ervaren dat er veel onderwerpen onder de noemer van het thema ‘wolf ‘ worden opgepakt. Dat moment verdwijnt naar de achtergrond als je doorleest en daarbij: in het echte leven gebeurt er toch ook allerlei naast/door/achterelkaar?
Er wordt opgemerkt dat een paar puntjes, zoals de verstopte tracker, een los eindje lijken te blijven of dat een mededeling niet relevant is voor de verhaallijn. Soms gaat iets heel makkelijk of wordt iets de ene keer wel uitgebreider besproken, de andere keer niet. Als jonge lezer zul je dit waarschijnlijk minder opmerken door de vlotte schrijfstijl en omdat het behoorlijk spannend wordt wanneer de verhaallijnen zoveel als mogelijk bij elkaar komen.
Wordt iets wel opgemerkt is het een mooie aanleiding om e.e.a. te bespreken. Bijv. naast het (goed uitgelegde) gedrag van de mens t.a.v. de wolf kan ook ingegaan worden op ‘smeult nog verkoold hout in de pit en liggen een paar blikjes‘ en ‘gloeiende resten van het kampvuur‘ – dit in het licht van de actuele extreme droogte / natuurgebied / brandgevaar / afval achterlaten ondanks dat dit een kampvuurkuil bij het clubhuis van de scouting is.
Het als gewoon neerzetten van ‘vaders’ voor ouders is fijn, voor kinderen die iets meer context willen wordt net zo terloops de biologische moeder genoemd. Maar ook dat het zélf fietsen aandacht krijgt, je naar kinderen mag en moet luisteren voor ook goede ideeën en opmerkingen en er een bespreekpunt in zit m.b.t. het hoe opnemen van nieuwsfeiten in de media.
In het verhaal wordt o.a. genoemd dat een levende prooi iets anders is dan geslacht rauw vlees voor een wolf, achterin wordt benadrukt wat je wel of beslist niet moet doen mocht je toch een wolf tegenkomen. Het luid zingen tijdens het stil blijven staan is een geweldige eenvoudige tip! Of het trucje van Jarno als je iets zoekt maar niet gelijk ziet: doe je ogen dicht en luister goed.
Liesbeth Rosendaal is geen onbekende in boekenland. De enorm goed gedocumenteerde en zorgvuldig geschreven Toen het oorlog was, 1939-1945 / Toen het oorlog was, 1914-1918 / Het begon met peper (resp. Zilveren, Bronzen, Zilveren Griffel) en zijn boeken voor iedere leeftijd leesbaar, leerzaam en interessant. Naslagwerken die gewoonweg in iedere (school)boekenkast moeten staan. Inmiddels zijn er ook in samenwerking bijv. een aantal delen in de leuke informatieve Willewete-serie verschenen. Of als je Natuurlijk doe je zo tegenkomt met illustraties van Wendy Panders? Voor niet-lezers en weetgrage kinderen.
Noem je Marieke ten Berge dan denk je aan haar druktechnieken zoals etsen, lino- en houtsnedes. Op haar instagramaccount krijg je regelmatig een inspirerende inkijk in de totstandkoming van haar creaties, vaak met tekst van een ook bevlogen natuurliefhebber en soms naar aanleiding van een reis. Denk bijv. aan Rana / Zuid / Polder / Groene helden van het dierenrijk / Ronnie de roerdomp en het geheim van het moeras / Hé, beestjes! In de tuin en vergeet niet het schitterende Noord (Zilveren Penseel) en vooral ook niet het met de Groene Griffel bekroonde Wij, beren met tekst van Lotte Stegeman. Er zijn zelfs meer nominaties.
Ik ben kwaad. (..) Ik ben kwaad op iedereen.’ / ‘Ze is nog niet ver gekomen. Het lijkt of ze steeds teruggestuurd wordt naar het oude pad. Iedere keer als ze een andere richting kiest, ruikt ze mensen of machines.’ (..) ‘Daar, in de verte, ziet ze niet één wolf, maar een stuk of vier. (..) Ze heeft geluk… ze ruiken haar niet…ze moet hier zo snel mogelijk weg.
In De wolf en ik hebben beide hoofdpersonages iets te overwinnen. De ene moet zien te overleven door niet gewenst te zijn en natuurlijk gedrag en daarbij leefomgeving ten aanzien van soortgenoten, de ander door karakter, plaats in de groep en veranderende leefomstandigheden. Vlot en invoelend geschreven, prachtig geïllustreerd.
De wolf en ik is een spannend realistisch boek zoals je als kind wilt lezen. Een verhaal waarin fictie op zorgvuldige en feitelijk juiste wijze is vermengd met non-fictie en waarvan je hoopt dat er met één van de hoofdpersonages een volgend verhaal komt. Niet alleen de wolf in dit verhaal is interessant, ook de vogels zijn van groot belang voor natuurlijk evenwicht in de ecologische kringloop. Misschien wel als vogelaar in het Amsterdamse Bos?
Voorlezen vanaf 8/9 jaar, zelf lezen ca. 10 jaar.
Liesbeth Rosendaal, De wolf en ik, illustrator Marieke ten Berge, Gottmer, 2026, 176 blz., 9789025782153
