Wat een geweldig kartonboek!
Kijk- en zoekboeken, je kunt er niet genoeg van hebben. En als dit concept dan ook nog in een Jutte-flapjesboek is verwerkt is het niet bepaald een Jan-met-de-pet-kartonboek: een niet gemiddeld dreumes-peuterboek. Die pet in de kleur blauw zie je overigens vijf keer in het boek terug. Drie keer op de kop van eend en twee keer ligt het kledingattribuut onderin de kast te wachten op het gele dier.
Bovenstaande geeft al aan dat er veel is verwerkt in het achttien bladen tellende kleiner formaat boek. Achttien, want voor- en achterkant plus schutbladen met flappen zijn onderdeel van het hele pakket ontdekkingen. Het herkennen en benoemen van dieren en kledingstukken zal direct opvallen. Jutte heeft niet enkel voor standaardkledingstukken zoals een broek of een sok gekozen, maar ook voor bijv. een helm, een das of de genoemde pet en wordt er onderscheid gemaakt tussen laarzen en schoenen. De vragen op de achterkant ‘Wat zetten ze op, wat trekken ze aan? / Wat halen de dieren uit de kast voor ze naar buiten gaan?‘ geven richting aan wat een kind kan ontdekken of spelenderwijs kan leren en vanzelf zal er herkenning zijn aan wat zijzelf aantrekken voordat ze naar buiten gaan.
De kledingstukken hangen in en aan de kast klaar, liggen erop of onderin en staan ervoor. Het kind op het omslag reikt aan en trekt de kar – letterlijk, iets om te ontdekken. Eén voor één komt een rij dieren aan bod dat een kledingstuk heeft toebedeeld heeft gekregen of heeft uitgekozen: ‘een broek voor big / en / een jas voor poes‘ of ‘een hoed voor krokodil‘ en dus ‘een hemd voor tijger‘ zo de titel vertelt. Maar wie is meneer P. die met wandelstok en strik om op een paarse ondergrond een paar schoenen draagt? De dierennamen zijn voor jonge kinderen vrijwel allemaal eenvoudig uit te spreken, een mooie oplossing om die ‘pinwin’ als ‘P.’ aan te duiden. Een grappige is de muis met sokken en laarzen voor de olifant, beide aan de poten, maar intussen heeft olifant ook nog iets op de kop en is er verschil in groot en klein te maken terwijl een overeenkomst de staart en de kleur kan zijn. Het verschil tussen trui en hemd kom je tegen als bovenkleding, maar ook twee verschillende jassen alleen al door kleur of wat noem je een jurk of wat een rok en wie heeft die aangetrokken? Overigens komt bij het laatste kledingstuk een gedachte aan een oud kinderliedje boven, ‘daar stak hij z’n staartje deur’.
De diverse kleuren ondergrond zijn veelal terug te zien in kledingstukken, aan het dier zelf of in de tekst boven de dieren. Ook hier heeft ‘een rok voor aap’ een extra. De kleuren van het op een Mondriaan lijkend patroon van de rok komen terug in het woord. De tweede keer ‘een pet voor eend’ laat ook kleur terugkomen in de schrijfletters van de tekst zonder hoofdletters. De tekst ‘een flapjesboek’ achterop maakt dit aspect af.
In de tekst is er volop ruimte voor taalontwikkeling. De combinatie van voorzetsels als op, onder, in, naast of boven dragen bij aan begrip en het goed kunnen uitdrukken van wordt gezien en daarmee het kunnen communiceren. Dit flapjesboek is alleen daarmee al echt een meer dan gemiddeld kartonboek.
De oplettende kijker zal opmerken dat de beer en de trui twee keer voorkomen op een aparte bladzijde. Aan het begin op de eerste flap als beer de blauwe trui net heeft gekregen en dan duurt het even voor je de met de trui worstelende beer (of is dat worstelen juist meer van toepassing op tijger?) weer tegenkomt, nu met kop door het gat van de trui. Net op tijd voordat de vogel die bijna is weggevlogen zegt: ‘ziezo nu naar buiten‘. Maar welke kleur trui heeft dit zwarte vogeltje aangetrokken? Heeft het dat zelf gedaan of kreeg het hulp? En kan het jonge kind zelf al alle kleding aan te trekken? Een leuke ontdekking kan ook zijn hoe Jutte de vorm van een hoofddeksel passend door vorm bij de kop van het dier heeft gebracht. Kijk eens naar de helm van neushoorn of de pet van eend. Overigens staat op die eerste flap, zogezegd de achterkant van ‘een trui voor beer‘ niet voor niets nogmaals de kledingkast afgebeeld: opengeklapt laten na het omslaan van ‘een das voor uil‘ en zie een handig hulpmiddel tijdens het zoeken.
Het oppakken van ander werk van Jan Jutte zal een logisch vervolg zijn. Een paar titels zijn bijv. Tijger, Muts voor de maan, Wie ben jij?, Het is rood en rond, Dat boek met die bananen, De ober en de pinguïn waarin figuren uit ‘een hemd voor tijger‘ vast zullen worden herkend. En natuurlijk pak je Ik ook of Maksie (nominatie Woutertje Pieterse Prijs) er ook even bij.
De laatste twee bladen zijn super. Of je een behangrand van vroeger met versjes en afbeeldingen voor je ziet. Aan kinderen om te ontdekken welke figuren en kledingstukken ze nog niet zagen ín het boek, en welke ze wél herkennen uit het boek. Wat een feest deze illustratie die je als poster zou kunnen ophangen. Aan de wand in de slaapkamer of bijv. in een klas: laat de fantasie maar stromen in verhalen over de personages en attributen die buiten worden gezien. Een loslopende teckel, een lila hoed op een paarse duif en poten in een broek gehesen, welk been steekt er boven de bolderkar uit en een giraffe loopt gearmd met wie? Vooruit met de geit: halen deze ‘een hemd voor tijger‘! Kraam- of verjaardagscadeautje nodig? Hier is het.
Jan Jutte heeft met het tijdloze ‘een hemd voor tijger‘ zowel een toegankelijk als een verdiepend en fantastisch flapjesboek gegeven aan de jongere kijkerlezer. Doordacht concept en veel mogelijkheden mede door de onmisbare goede vormgeving. Je blijft kijken, zoeken en genietend ontdekken. En de illustraties? Ronduit geweldig!
Jan Jutte, een hemd voor tijger, Lemniscaat, 2026, 18 blz., 9789047718826
