‘Ik zal jullie vertellen over Virgilius van Tuil. Dat is een verschrikkelijke dikke dwerg, die met de honderd andere dwergjes van Tuil op de hei woonde. Virgilius was zo verschrikkelijk dik dat hij er altijd mee werd gepest. ‘Dikzak, Dikkop, Dikke Doedel’, was ze allemaal niet riepen, maar dan vroeg hij steeds: ‘Wat bedoel je toch? Dik, wat is dat?’
De eerste zinnen geven gelijk stof tot nadenken of bespreken. De illustratie erboven van Mies van Hout geeft ook beeld aan de zinnen die erna komen met betrekking tot ‘Kijk in de spiegel!‘ en ‘Kijk maar in de plas, als het geregend heeft.’
Virgilius ziet echter wat anders in de modderplas: ‘Het lijkt een gat in de grond, diep, diep, diep, met de bomen op hun kop – en de lucht, daar zou je duizelig diep in kunnen vallen.‘ Je kunt raden wat er gebeurt. De andere dwergen roepen hem toe dat je een echte spiegel alleen bij de mensen vindt.
Virgilius is een tikkeltje eigenwijs en vertrekt ondanks alle waarschuwingen en vooroordelen, op zoek naar waar mensen wonen. ‘Maar wat weten dwergjes van mensen? Die hadden ze alleen van veraf gezien en maakten elkaar bang met verhalen.’
Dat Virgilius graag op avontuur gaat kun je weten als je De dwergjes van Tuil *) hebt gelezen. Meestal is deze ene van de 101 dwergen niet bij de andere op de hei te vinden. Als je het woord avontuur leest zou je kunnen denken dat Virgilius van spannend houdt, en soms is dat ook zo, maar regelmatig vindt hij het gewoon leuk of ziet geen gevaar.
Hij komt er al snel achter als hij het erf van een boerderij opwandelt dat het nog niet zo eenvoudig is om jezelf even in een spiegel te bekijken. De hond komt hij vrij eenvoudig voorbij, ze kunnen elkaar verstaan, en verwijst hem naar hare hoogheid de kat. Door het kattenluik betreden ze samen de keuken waar ongelukkigerwijs de familie net zit te eten. De poes wordt begroet maar de dwerg wordt voor eerst voor een ander dier aangezien en gevangen gezet. Helaas horen mensen van dwergen alleen een piepgeluid en blijft de spiegel waarvoor hij kwam buiten zijn bereik.
Tot poes Lolita op haar nachtelijke muizenronde haar poot in de aquariumbak steekt en hem aan haar nagels optrekt. ‘Scherpe nagels! M’n hemd scheurt nog!‘ Een volgend avontuur begint, hangend aan een staart op weg naar die ene spiegel die Lolita weet te staan. Het avontuur levert niet het gewenste resultaat. Virgilius heeft geen kattenogen en moet wachten tot de zon opkomt. En net als Virgilius zichzelf een kléin beetje kan ontwaren in de scheerspiegel loopt een muis jennend langs: ‘Kriek, kriek, ik lach me een kriek.’ Maar lacht hij de poes uit of Virgilius?
Feit is wel dat Virgilius nieuwe vrienden maakt en een reisje naar de stad. Hij komt terecht in een tram, een eendennest, een muizenhol, een mensenhuis en zelfs op een bruiloft. Hij beleeft vele avonturen en intussen blijft hij steeds op zoek naar een spiegel. maar of hij terug op de heide belandt? Zelf verder lezen is veel leuker, of laat je voorlezen!
Over taal, opbouw en illustraties lees je meer in andere stukken, via het overzicht Heruitgaven uit de Biegelbibliotheek met foto’s van alle boeken.
Paul Biegel, Virgilius van Tuil. illustrator Mies van Hout, Gottmer, 2026, 112 blz., 9789025782450
*) Eerder verscheen dit nu los heruitgegeven verhaal uit 1978 in de omnibus Virgilius van Tuil met op het omslag de taart uit Virgilius van Tuil op zoek naar een taart.
Voor de duidelijkheid, in de omnibus: dl. 1 Virgilius van Tuil, dl. 2 Virgilius van Tuil op zoek naar een taart, dl. 3 Virgilius van Tuil overwintert bij de mensen en daarnaast is er ook De dwergjes van Tuil.
Alle ‘Van Tuil-boeken’ zijn prachtig en kleurrijk geïllustreerd door Mies van Hout.

