Wie kent niet de Gouden Boekjes? Diverse onderwerpen, vaak in hetzelfde handzame formaat. Een enkele keer een grotere en/of dikkere uitvoering zoals Op reis met het gouden boek van Sjoerd Kuyper of het onlangs verschenen Scapino van Arthur Japin en Charlotte Dematons. Naast een ‘gewoon’ Gouden Boekje worden andere als ‘luxe’ of ‘reuzen’ uitgegeven.
Inmiddels zijn er negen ‘luxe’ uitgegeven onder de noemer ‘Speciale Gouden Boekjes Werelderfgoedreeks‘. *) zie hieronder voor meer info De reeks betreft een samenwerking tussen Stichting Werelderfgoed, UNESCO en uitgeverij Rubinstein en behandelen gebouwen of gebieden van de nu dertien Werelderfgoederen in het Koninkrijk der Nederlanden die op de Werelderfgoedlijst staan.
Alle negen bevatten de Gouden Boekjes zodanig veel informatie dat het kinderen nieuwsgierig kan maken tot verdiepen en nader opzoeken van informatie over het onderwerp. Of misschien geven ze na het lezen en bekijken aanleiding tot het bezoeken van de plaats. Een leuke aantrekkelijke serie, mooi geïllustreerd, goed geschreven en vooral is het waardevol hierdoor kennis te kunnen maken met Werelderfgoed.
Op feiten gebaseerde verhalen geschreven en geïllustreerd door geweldige makers. Verhalen waarvan de basis die eraan ten grondslag ligt is te bezoeken. Interessant en leerzaam, ook: zo leuk kan geschiedenis zijn!
In volgorde van verschijnen kort iets over deze negen (de laatste volgt), waarvan vijf met een link naar uitgebreidere bespreking en onderaan een paar linken naar eerder verschenen Gouden Boekjes.

Jet Bakels & Yoko Heiligers – De Wadden
Wie er heenging of zal gaan zal het vakantiegevoel herkennen zodra je op de boot, de pont, stapt. ‘De Wadden’ start dan ook met de overtocht inclusief de erboven rondvliegende meeuwen en de ideeën die je intussen bedenkt om te gaan doen als je op de plaats van bestemming bent.
In de direct gehanteerde aanspreekvorm van Jet Bakels’ tekst worden diverse mogelijkheden gegeven die je kunt ondernemen. De uitleg over een activiteit zoals het wadlopen is in enkele woorden concreet neergezet als ook de getijdewerking. Korte tekst die veel vertelt en waaruit de liefde en aandacht voor de natuur, het belang van, duidelijk naar voren komt.
Niet alleen in de tekst, ook door illustratie wordt veel duidelijk gemaakt zodat je je een beeld kunt vormen over wat je tegen kunt komen op een eiland, aan zee of op het wad. Meer over De Wadden kun je lezen via de aanklikbare titel.
Lida Dijkstra & Harmen van Straaten – Sipke komt op stoom
Een Gouden Boekje van kaft tot kaft goed bekijken geeft altijd leuke weetjes tot zelfs leerzame informatie. In het colofon van ‘Sipke komt op stoom’ staat bijv. dat het Ir. D.F. Woudagemaal van het omslag op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Niet alleen het gebouw als monument is interessant, ook de functie ervan. Een gemaal zorgt voor veilig, schoon en voldoende water en daarmee wordt het onderwerp klimaat al aangestipt.
In dit zesde deel over Sipke de muis wordt na de Elfstedentocht, het zeilen, een kievitsei, het kaatsveld en het fierljeppen, verteld over de werking van een gemaal.
Het gemaal is eigendom van het waterschap Wetterskip Fryslân en verzorgt in deze provincie het waterbeheer.
In de relatief korte tekst komen veel termen voor, de levendige illustraties zijn van grappig tot functioneel, een leerzaam en goed Sipke-avontuur. De titel is aan-klikbaar naar het stuk, geschreven april ’23. Deze titel is eerder verschenen en nu speciaal herzien voor deze serie – met extra weetjes en een kaart.


Peter Smit & Martijn van der Linden, Hoe Jan aan zijn naam kwam
Sinds 1999 is Droogmakerij De Beemster onderdeel van UNESCO Werelderfgoed.
Dit verhaal kwam eerder uit in 2015 met ook in de titel ‘Leeghwater’ en als onderdeel van de Hollandse Helden/zilveren serie. Nu is er deze heruitgave met extra informatie waardoor meer kinderen kennis kunnen maken met dit kenmerkende staaltje Hollandse innovatie uit de 17e eeuw. Nog steeds en steeds meer van belang i.v.m. kunnen wonen en werken t.a.v. de zeespiegelstijging.
In dit verhaal loop – lees en kijk – je mee aan de hand van Jan. Het begint met de kleine Jan die aan vader vraagt ‘Wat is een eiland?’. Het is niet het stukje land waarop ze wonen omzoomd door een sloot, maar het stuk land waarvan je aan de rand niet de overkant van het water kunt zien, in dit geval het Beemstermeer.
Aan de hand van een wandeling en ontmoetingen door de tijd – Jan zie je meegroeien in de illustraties wordt toegewerkt naar de ontdekking door het bouwen van een watermolen en een ringdijk. Hierin zijn verwerkt de gevolgen van het weer en een vertelling over de waterwolf. De samenwerking tussen molens en andere plaatsen met bekende molens worden genoemd. In welke tijd het zich afspeelt is mede duidelijk door de aanwezigheid van stadhouder prins Maurits. De tijdgeest van rijke kooplieden en de opgedane kennis van Jan leiden uiteindelijk tot de drooglegging van De Beemster, maar waar voorstanders zijn zijn ook tegenstanders. Een aangereikt bespreekpunt! Verwerking door nabouwen tijdens een combinatie van creatieve en natuurkundige geschiedenisles is een geweldige opdracht! Misschien kan zelfs het waterkunstje worden nagebootst.
De toevoeging ‘Leeghwater’ bij de eerste uitgave is passend en duidt direct op een aspect uit de geschiedenis dat van belang is.
De achterkanttekst kan een ander beeld geven als je als jonge lezer niet direct doorhebt waarover dit boek werkelijk gaat, de link tussen molen en water gewoonweg nog niet weet. Voor jonge lezers had er nog een aanwijzing bij mogen staan en daarom is het fijn dat ‘Hoe Jan aan zijn naam kwam‘ aan de reeks ‘Werelderfgoedreeks’ is toegevoegd en het de aandacht krijgt dit het mag hebben.
De tekst van Peter Smit leest vlot en ook goed voor. In de tekst staan niet te veel lastige woorden waardoor jonge lezers dit deeltje goed kunnen oppakken. De illustraties van Martijn van der Linden zijn zoals altijd mooi, bijpassend of geven uitleg over de tekst en details geven aanleiding tot extra bespreekpunten. Bijv. kleding, kaarten, gereedschappen en landschap. Het kaartje op het schutblad is van toegevoegde waarde.
Toegankelijk luxe Gouden Boekje, fijn om erbij te nemen in de geschiedenisles, en aanleiding om na het lezen een bezoek te brengen aan bijv. Droogmakerij De Beemster en in het bijzonder Museummolen in Schermerhorn. Er is een route, een bezoekerscentrum en het gebied is geweldig voor vogelaars. Veel mogelijkheden door ‘Hoe Jan aan zijn naam kwam!‘
Lida Dijkstra & Hanne Snel, Sipke ziet sterretjes
Achterkanttekst:
Sipke moet een schoolproject doen over planeten, maar dat pakt niet
meteen goed uit. Opa Spitsmuis heeft een idee: hij neemt Sipke mee
naar het Planetarium om te laten zien hoe het echt zit.
Alweer het 7e deel in de reeks over Sipke de spitsmuis. Tweetalige
editie (Nederlands en Fries) in samenwerking met Afûk
Dit luxe Gouden Boekje over Het Eise Eisinga Planeterium is uitgekomen in november 2025 uit, de link naar het stuk: Sipke ziet sterretjes
‘Sipke sjocht stjerkes‘ is genieten van begin tot eind. Leuk, leerzaam, goed geschreven, geweldig geïllustreerd.


Sjoerd en Margje Kuyper & Lotte Klaver, Mare van Schokland
Achterkanttekst:
Mare helpt Oma in de tuin. Nou ja, helpen. Ze stampt
voetafdrukken met haar nieuwe schoenen. Oma droeg vroeger
vooral klompen. En er was vroeger wel meer anders. Ze wil Mare
‘de mooiste voetafdrukken’ van de wereld laten zien. Samen gaan
ze op pad en duiken in de geschiedenis van Schokland: van ijstijd
tot eiland, van zee tot land en van storm tot stilte. Op Schokland
ontdekt Mare dat geschiedenis leeft, onder je voeten en in je
fantasie. Een grappige en leerzame tijdreis voor kinderen, vol
verwondering over een bijzondere plek in Nederland.
Door de illustraties van Lotte Klaver oogt dit Gouden Boekje weer verrassend anders dan de eerdere vier uitgekomen in de reeks Werelderfgoed. Niet alleen door de toon van de tekst maar ook door de mimiek en houding van het meisje Mare ervaar je dat dit verhaal verteld is vanuit een jonger kind. De leeftijdsaanduiding is dan ook vanaf 3 jaar. De achterkanttekst geeft al aardig weer waarover dit deeltje gaat. Op eenvoudige, begrijpelijke wijze voor het jonge kind wordt een parallel getrokken tussen heden, verleden en toekomst. Toch zitten er ook nu veel begrippen (en synoniemen) in verwerkt en wordt er spelenderwijs geleerd, geprikkeld of uitgedaagd verdere informatie op te zoeken waarmee ‘Mare van Schokland’ ook voor 4- tot 7-jarigen interessant is. De illustraties m.b.t. het geschiedenisgedeelte zijn daar zeker geschikt voor. Het verhalende gedeelte van Mare en haar oma over dit onderwerp was mogelijk nog passender geweest als het meer vanuit een 6-8-jarige was geschreven – met daarbij de aantekening dat een jonger kind ook allerlei mag leren en het heerlijk is als het belangstelling heeft voor, nieuwsgierig is naar verhalen van vroeger die (groot)ouders of andere volwassenen willen vertellen.
Door dit verhaal kun je met kinderen het gesprek aangaan over ‘je voetafdruk achterlaten’, zowel letterlijk als figuurlijk door uitdrukking. Diverse aspecten m.b.t. klimaat, geografie en culturele antropologie: de ijstijd met toen levende dieren, de oertijd, wonen en bouwen, eiland en terpen en altijd te maken met water, veel water. Het voormalig eiland Schokland vertelt niet voor niets over 10.000 jaar leven met water in Nederland. Een tijdlijn samen uittekenen is een tip om e.e.a. inzichtelijk te maken.
Mare van Schotland nodigt uit tot het bezoeken van Museum Schokland. Mare en haar oma Marretje gaan er ook heen en leren over de geschiedenis van Schokland, waarvan veel dat is tentoongesteld ‘boven water’ is gehaald door archeologen. Een interessant vijfde onderwerp in deze reeks Gouden Boekjes Werelderfgoed gegoten in het verhaal van Mare van Schokland.
Gitte Spee, Een fort voor Vleermuis
Achterkanttekst:
‘Help, help!’ hoort Das plotseling tijdens een wandeling. Hij kijkt om zich heen. Wie roept daar? Het is Vleermuis. Ze vloog samen met de andere vleermuizen uit toen het donker was. Maar ze vloog te ver, en nu is ze verdwaald. Kan Das haar helpen om haar fort weer terug te vinden?
Als je ‘Een fort voor Vleermuis‘ opent kom je als eerste een kaartje tegen. Niet zomaar één. De gehele Hollandse Waterlinies met forten en vestingen worden genoemd met erbij ook getekend de hoofdfiguren van het verhaal in dit Gouden Boekje. Op het titelblad zie je vervolgens de hoofdpersoontjes nog een keer, maar ertegenover onder het colofon kan de ‘s’ achter ‘waterlinie’ een vraag oproepen.
Welke en wat er allemaal meer voorbij komt in dit echt mooie Gouden Boekje lees je via de aanklikbare titel. ‘Een fort voor Vleermuis’ geeft reden tot informeren en bezoeken!


Jan Paul Schutten & Coen Hamelink, Wouter de Wegloper
Achterkanttekst:
Wouter woont in het weeshuis. Maar op een dag moet hij ineens vertrekken naar een nieuwe plek: een Kolonie van Weldadigheid. Daar kan Wouter zijn draai niet vinden. Hij wordt gepest door de andere jongens. Daarom besluit Wouter om weg te lopen…
Wie geïnteresseerd is in geschiedenis, verhalen over de 19e eeuw heeft gelezen, weet vast iets van De Koloniën van Weldadigheid of is op zijn minst bekend met de naam Veenhuizen of Willemsoord. Wat velen niet weten is dat er één in België is en dat deze weldadigheden in zogenaamde ‘vrije’ en ‘onvrije’ waren ingedeeld. Meer over deze Wouter en waar hij woonde lees je via de aanklikbare titel.
Vivian den Hollander & Eva van Aalst, Aafke kan het wel!
De kaart op de voorste schutbladen geeft overzicht hoe de molens van Kinderdijk zijn gesitueerd in de Alblasserwaard waar de rivieren de Lek en de Noord samenkomen. De naam Alblasserwaard wordt hier niet genoemd – Kinderdijk is tenslotte een gedeelte hiervan -, wel ‘Overwaard’ en ‘Nederwaard’ met daarbij uitgelicht de museummolens. Dit kaartje geeft reden tot verdieping, alleen al om te weten wat ‘Hooge boezem van Waterschap De Overwaard/Nederwaard’ inhoudt. En natuurlijk wordt het geheel pas echt inzichtelijk als je het gebied bezoekt. De bibliotheek had in september dit 8e deel beschikbaar om in te kijken en het verhaal over de voor die tijd eigengereide Aafke te lezen.

Aafke woont met haar familie in wat nu de museummolen Nederwaard is in een tijd waarin meisjes ander werk moesten doen dan jongens. Aafke mag niet eens het zeil alsnog proberen vast te zetten als haar tweelingbroer vanaf een wiek met een harde klap naar beneden ‘zeilt’. Dat Aafke dit durft én kan komt door een andere situatie wel naar voren. Het Gouden Boekje geeft een inkijkje de manier van leven van toen, dichtbij de natuur. Er wordt vis gevangen, mollen worden niet alleen gestroopt voor de huid dus inkomsten, ze bakken zelf brood en melk komt w.s. van de eigen koe en geit (de illustraties vertellen e.e.a.), er zijn meer kinderen in een gezin, het woord ‘vroedvrouw’ wordt niet genoemd, maar zal worden bedoeld als ’tante Miena’ gehaald moet worden als de baby komt.
Voor droge voeten na veel regenval is men afhankelijk van de molens, maar de bestuurders/dijkgraaf van het waterschap zeggen de baas te zijn. Dit geeft een beeld van arbeidsverhoudingen en belang van de elementen. In het verhaal worden door enkele woorden en situaties de werking van de molen uitgelegd (wiek, zeil, kap, kruipalen, kruirad) terwijl ook een inkijk wordt gegeven in het dagelijks leven van toen (bedstee, boenstoep) waarbij ook het leven volgens het ritme van de natuur besproken kan worden. Met name in de illustraties op de eerste bladzijden is veel te zien over de werking van molen en het afwateren waarbij ook wordt gevisualiseerd wat dieren zoals de mollen doen m.b.t. veiligheid en in dit geval het doorbreken van een dijk. Naast volop informatieve feiten zijn ook grappige ontdekkingen te doen in niet alleen serieuze illustraties. Het valt op dat de gezichtjes van de kinderen vrij eigentijds zijn voor toentertijd, terwijl dat juist ook kinderen van nu kan aanmoedigen om dit Gouden Boekje op te pakken.
De informatie achterin had uitgebreider mogen zijn zoals in eerdere delen is gezien. Wel is er een QR-code om meer te ontdekken. Aan de ene kant prima en leuk – een aanzet tot bezoeken, aan andere kant is er toch weer een telefoon nodig terwijl juist het lézen beter informatie tot je laat nemen, ook als het moeilijkere woorden zijn.

Linda Dielemans & Irene Goede, Tappo en de rivier
Jet Bakels, De Wadden, illustrator Yoko Heiligers, Rubinstein, 2025, 32 blz., 9789047634799
Lida Dijkstra, Sipke komt op stoom, illustrator Harmen van Straaten, Rubinstein, 2023, 40 blz., 9789047629511
Peter Smit, Hoe Jan aan zijn naam kwam, illustrator Martijn van der Linden, Rubinstein, 2015, 2025, 32 blz., 9789047635048
Lida Dijkstra, Sipke ziet sterretjes, illustrator Hanne Snel, Rubinstein, 2025, 40 blz., 9789047635024
Sjoerd en Margje Kuyper, Mare van Schokland, illustrator Lotte Klaver, Rubinstein, 2025, 36 blz., 9789047635062
Gitte Spee, Een fort voor Vleermuis, Rubinstein, 2026, 36 blz., 9789047635413
Jan Paul Schutten, Wouter de Wegloper, illustrator Coen Hamelink, Rubinstein, 2026, 36 blz., 9789047635406
Vivian den Hollander, Aafke kan het wel!, illustrator Eva van Aalst, Rubinstein, 2026, 36 blz., 9789047635437
Linda Dielemans, Tappo en de rivier, illustrator Irene Goede, 2026, 36 blz., 9789047635420
– . -. – . – . – . –

Meer gelezen, deze besprekingen van Gouden Boekjes staan op de website:
Maranke Rinck & Martijn van der Linden – Het meisje met de blauwe steen
Anke Kranendonk & Annette Fienieg – De trip van Kip
Milouska Meulens & D’Avellonne van Dijk – Tula
Ole Risom & Richard Scarry – Ik ben een konijn
– . -. – . – . – . –

