‘Bijna waren we hen vergeten. Bijna dachten we nooit meer aan hen. Maar echt vergeten zou onverstandig zijn. Want de monsters vergeten ons niet. Nooit.‘
Een boek vol vertellingen over volksverhalen van ongeveer honderd jaar geleden. De tijd dat monsters om ons heen woonden vertelt Floor Bal in haar voorwoord. Monsters die Nachtmares, Aardmannen en Kluddes werden genoemd of de Witte Wieven, Weervolven en Bullebakken. De verhalen uit de tijd dat de magie uit de Lage Landen van België, Nederland en omstreken verdween. Geloof in monsters werd geloof in machines. Maar: ‘Vergeet Transsylvanië, vergeet Loch Ness’ hier is een bundel vol geheimzinnig, opmerkelijk, griezelig tot enger voorleesvoer uit onze eigen Lage Landen.
Ze lezen als sprookjes, beetje eng door de karakters, vreemde wezens en een wereld die niet helemaal de onze is. Het goed en kwaad zoals in sprookjesvertellingen is niet altijd zo eenduidig aanwezig, wel zijn er mensen die op ons lijken door karaktertrekken, emoties en overeenkomend gedrag als bang zijn, dapper zijn, samenwerken en elkaar niet kwijt willen. Dat de wereld niet helemaal herkenbaar is als de huidige tijd komt doordat de historische oorsprong van de verhalen is behouden.
In het eerste verhaal maakt de lezer kennis met het dorp Schelle waarin Amadou wordt uitgedaagd met pesterijen. Amadou is een ‘vreemdeling’ in deze omgeving en waar hij is geboren jaagt een riviermonster van wel 50 meter lang angst aan dus wat zou iets als een ‘Kludde’ op een verlaten boerderij hem kunnen doen? Hij gaat mee met de pestende uitdagers. Maar: wie is er voorbereid op iets harigs met vleugels, in het donker, aan de ketting…. ‘de Kludde van Schelle’? De paginagrote illustratie van Marieke Nelissen is geweldig schrikgriezelig!
De volgende heeft de nieuwsgierig makende titel ‘De Schoverik’. Een donkere slecht verlichte straat, een koude januariochtend, een brief die bezorgd moet worden en verhalen over schroeiplekken, levend verbranden, die ene straat. Er is een vuurman. ‘Een vuurbal raasde op de voordeur af.’ Spannend in Hasselt. Zou er ook zo een vertelling in het Nederlandse Hasselt aan het Zwarte Water bestaan?
Het derde begint wat gemoedelijker dan de eerste twee verhalen zijn. Maar dan is er gefluister, gegil, een schitterende plaat, geen droom, wel met een bewering van een meester in Veldhoven dat monsters en ander gespuis echt bestaan. Dan ga je toch op onderzoek in het veld als je acht jaar bent naar aardmannetjes? Het wordt toch spannend, met bloed en zo. Overigens zijn niet alle verhalen even spannend, een mooie mix en opbouw kenmerkt ook Monsters van de Lage Landen.
Zo kun je over ieder van de tien verhalen iets vertellen. Je leest over heksen, over kinderarbeid vanaf 12 jaar – mooie aanleiding om dit onderwerp aan te snijden, en het bij grootouders wonen en in fabrieken werken. De Witte Wieven uit het oosten van het land komen door Marie voorbij alsook een weerwolf, een jongen en een toverriem in Bladel, aan de grens met België. Het watermonster Bullebak in Amsterdam en in Boelenslaan zorgen Nachtmares voor onderbroken nachten waardoor je in Noord-Nederland verblijft.
Soms kun je ook nu nog een precieze plek bezoeken en gaat een verhaal nog meer spreken. Wie in of bij Utrecht woont heeft een gelukje. Lees het verhaal dat zich afspeelt aan de Oudegracht en ga op zoek naar een verwijzing. Tevens kan een nadenker na het voorlezen als gespreksonderwerp worden opgepakt: Wijk C, immigrantenbuurt. Maar kom je in Antwerpen, loop dan even langs het beeld van Lange Wapper voor Het Steen.
Naast Utrecht, Amsterdam, Broek in Waterland en Schokland spelen de meeste verhalen zich vooral af in het noorden, oosten en zuiden en zijn het namen van plaatsen die je niet vaak in andere boeken tegenkomt. Een gedachte die onderzocht kan worden is of deze vertellingen vooral leefden in gebieden en of wijken waar de bevolking materieel of relatief gezien opleiding armer was in vroeger tijden? De tijd van voor machines, de Industriële Revolutie?
Wie ‘Monsters van de Lage Landen‘ in handen neemt ziet eerst de fantastische omslagillustratie van Marieke Nelissen én zowel de naam van schrijver als van illustrator erop genoemd. De zwarte kat zie je overigens geweldig terug op het titelblad, de complimenten voor vormgever Nanja Toebak mogen zeer zeker niet ontbreken voor dit boek. De groene tinten die je terugziet zijn werkelijk mooi gekozen en net als de illustraties zorgvuldig in de tekst geïntegreerd. Bovenaan het colofon staat een QR-code waarmee ‘Nachtmares’ in het Fries kan worden gelezen en de ‘Witte Wieven’ in het Nedersaksisch.
De illustratie van het omslag met de Witte Wieven en zo later blijkt Marie maakt al nieuwsgierig naar de rest, kijk ook even naar die kop op de achterkant, en daardoor blader je bijna vanzelf eerst doorheen het hele boek. Bijna dan, want alles zien voorafgaand het lezen maakt dat de heerlijke schrikverrassing af is, of je schrikt verrast gewoon weer.
Dit laatste roept mogelijk de vraag op of de illustraties te eng zijn voor acht/negen jaar. Nee. Er zijn er meer – details, miniaturen of paginagrote – die sfeer bepalen en context geven zonder spannend te zijn. Door de details aan de beginletter wordt er sfeer gecreëerd. Een ketting, een bril, een doek of zelfs bootjes geven een aanwijzing of maken nieuwsgierig. Het ‘detail’ op de A bij ‘Lange Wapper’ is fantastisch gevonden (zie ook die buitengewone Lange Wapper!) terwijl de J ook als leuk haakje dient voor een attribuut tijdens een nachtelijke tocht. Zou de laatste, een doorkijkje in het oude sleutelgat, een blik kunnen zijn op meer van deze verhalen en samenwerking?
Alle illustraties zijn stuk voor stuk prachtig in ontwerp, onderwerp, kleurstelling en passend bij de verhalen. Marieke Nelissen heeft zich beslist ingeleefd en ingelezen met dit prachtige werk als cadeau voor de lezer. Een aantal roept gelijk een gedachte op aan ‘Ze hadden hun schaapjes geteld‘, waarvoor Nelissen een Zilveren Penseel toegekend kreeg.
De vergelijking, mede door de illustraties van Marieke Nelissen, met ‘Gefluister in de golven‘ kan snel worden gemaakt. Echter in thema en het ophalen van oude verhalen in eigen contreien is er een wezenlijk onderscheid te maken. In Gefluister in de golven gaan de verhalen in het bijzonder over watergebieden en in Monsters van de Lage Landen wordt dit breder getrokken. Daarbij is de plaats van handelen en het publiek anders. In Gefluister in de golven spelen zich ook verhalen in Frankrijk en Kaap de Goede Hoop af en zijn de verhalen voor ong. 11 jaar en ouder. Monsters van de Lage Landen heeft een voor de doelgroep beter te begrijpen taalgebruik: kortere zinnen én een soort wezens passend bij kinderen vanaf 8 jaar.
Doordat Monsters van de Lage Landen bewerkte vertellingen uit de omgeving dichtbij bevat is duidelijk dat ook daar volop valt te ontdekken en te griezelen. De volksverhalen zijn zo herschreven dat er herkenning is voor kinderen van nu, subtiel zijn hedendaagse thema’s verwerkt, terwijl de authenticiteit zo veel mogelijk is behouden, kijk alleen al naar de gekozen namen voor de hoofdpersonages. Het uitgebreide voorwoord is van toegevoegde waarde, origineel is ook het haakje m.b.t. de dokter uit Broek in Waterland, je merkt aan alles dat Floor Bal zich flink heeft ingelezen en ingeleefd.
Een origineel boek met cultureel erfgoed. Een bundel verhalen voor stoere lezers die tegen een stootje kunnen. Gebeurtenissen in woord en beeld zijn neergezet zo het was zonder te verbloemen, wel passend bij de leeftijd.
Na het lezen en bekijken van Monsters in de Lage Landen vergeet je De Kludde, De Schoverik of de Lange Wapper vast nooit meer! Voor rondom kampvuur en in mistige herfstsferen. Geweldige voorlezer en natuurlijk zelf lezen, als je durft.
Floor Bal, Monsters van de Lage Landen, illustrator Marieke Nelissen, Volt, 2026, 152 blz., 9789062226672
Floor Bal & Grootzus – Het einde van Iemand
Floor Bal & Sebastiaan van Doninck – Het hele soepzootje (Vlag & Wimpel 2019 Griffeljury)
Floor Bal & Emanuel Wiemans – Dag drol
Met illustraties van Marieke Nelissen:
Benny Lindelauf & Marieke Nelissen – Ze hadden hun schaapjes geteld
De glazenwasser van het Rijksmuseum – Astrid Sy
Hotel Zweefkees – Kelly van Kempen
Margaretha van Andel – Gefluister in de golven
Annemarie Jongbloed – Het regent ganzen
Marte Jongbloed – 1300 bommen in 13 minuten
Diederik van Vleuten – Het kerstavontuur van Ebenezer Scrooge
Marte Jongbloed – Gevangen in de stad
Marte Jongbloed – Gevaarlijk water
Annemarie van den Brink & Suzanne Wouda – Wolvenhart en andere waargebeurde verhalen
